Onderzoek en ontwikkeling in het project “Taalvaardigheid in de Basisschool”

Publicatie datum: 1988-01-01
Collectie: 06
leo lentz hans van tuijl onderzoek en ontwikkeling in het project taalvaardigheid in de basisschool 1 inleiding er is heel wat literatuur over mogelijke relaties tussen onder zoek en ontwikkeling van onderwijs over de ideologie achter zo n verbinding en over te verwachten problemen en de mogelijke rollen van onderzoekers leerkrachten schoolbegeleiders leer planontwikkelaars over concrete ervaringen in dergelijke samen werkingsverbanden is veel minder literatuur er is dan ook meer over gefilosofeerd dan dat er in de praktijk uitgevoerd is in dit artikel 1 gaan we in op de ervaringen die wij hebben opgedaan in het kader van het project taalvaardigheid in de basisschool 2 in samenwerkingsverbanden tussen onderzoekers begeleiders leerkrachten en leerplanontwikkelaars wij schrij ven vanuit het perspectief van dat project dus vanuit de leerplanontwikkeling de opvattingen doelstellingen en de werkwijze van dat project zijn beschreven in lentz en van tuijl 1982 in spiegel wordt die publikatie besproken door prof knoers 1984 nr 3 p 55 t m 68 voor deze bijdrage hoeven we slechts in herinnering te roepen dat in die eerste publikatie een projectopzet ontwikkeld wordt waarin interdisciplinair onderzoek een voorname plaats inneemt we beschreven de relevantie van de taalwetenschap pedagogiek psychologie en sociologie voor de ontwikkeling van een theorie van het taalonderwijs en voor de vernieuwing van de praktijk van het taalonderwijs in dit artikel kijken we terug op de zes jaar die volgden en vragen we ons af of het verrichte onderzoek inderdaad die zinvolle functie gehad heeft 2 waarom onderzoek anno 1982 was het voor een slo project allerminst gebruikelijk om ook de nadruk te leggen op onderzoeksactiviteiten waarom vonden wij dat wel nodig een allereerste triviale reden is omdat we dat leuk vonden het is bevredigend om in de vorm van onderzoeksactiviteiten garanties in te bouwen dat er verdieping plaatsvindt van het denken over allerlei aspecten van het taal 87 spiegel 6 1988 nr 2 87 100 onderwijs waar anders geen tijd geen geld en geen organisatie vorm voor zou zijn die reflectie moest dus helpen de drie hoofddoelen van het project te realiseren bijdragen aan de vernieuwing van het taalonderwijs het ontwikkelen van een model voor het schoolwerkplan voor taalonderwijs bijdragen aan de ontwikkeling van een theorie voor het taalonderwijs hoe zouden onderzoeksactiviteiten daaraan kunnen bijdragen door op concrete problemen van het taalonderwijs die wij in onze praktijk met projectscholen tegenkwamen de feitelijke praktijk te bestuderen het probleem nader te analyseren en in overleg met de projectgroep naar oplossingen te zoeken de inzichten die daaruit voortvloeiden zouden ook voor de model ontwikkeling en voor de theorie ontwikkeling zinvol zijn er waren daarnaast drie nevendoelen wij hoopten met behulp van het onderzoekswerk de zwaarte van het project te vergroten dat is van belang voor de gewenste faciliteiten en financien de start van het project maakte namelijk al snel duidelijk dat onze nadruk op thematisch cursorisch onderwijs op taalbeschou wing op mondelinge taalvaardigheid behalve instemming ook weer stand opriep het is van belang te laten zien dat de resultaten van het project kwalitatief hoogwaardig zijn dus goed verzorgd en goed doordacht aan dat laatste kunnen onderzoekers bij dragen in de tweede plaats hoopten we door deze samenwerking diverse onderzoekers bij het project te betrekken en aldus op weten schappelijk niveau steun te verwerven door gericht onderzoek op het terrein van het basisonderwijs een interdisciplinaire opzet van dergelijk onderzoek een goede verspreiding van de projectresultaten op het terrein van opleiding en na scholing in de derde plaats verwachtten we dat we de bekendheid met het project zouden kunnen vergroten door periodiek verslag te doen van de onderzoeksactiviteiten en daarvoor een apart netwerk op te zetten dat moest een platform worden voor leerkrachten schoolbegeleiders onderzoekers en leerplanontwikkelaars 3 wat onderzochten we bij de start van het project lieten we ons nog niet erg gede tailleerd uit over de vraag wat er allemaal onderzocht zou worden we wisten dat ook nog niet er was slechts een concreet plan voor een onderzoeksactiviteit wij wilden ons bewust laten sturen door datgene wat we in de loop der jaren tegen zouden komen achteraf vermoeden we dat het uiteindelijke overzicht van onderzoeksthema s bepaald is door de volgende invloeden de praktijk die we op de projectscholen meemaakten 88 de actualiteit van discussies in de vakbladen de interessen van onderzoekers met wie we contact hadden de thema s waarop zij in hun onderwijs en onderzoek aan konden sluiten het is dus een samenspel van factoren dat uiteindelijk de vaststelling van onderzoeksthema s bepaalt desondanks is het natuurlijk niet toevallig dat al het onderzoek wat betreft het taalonderwijs gericht was op planning en interactie taalbeschouwing mondelinge taalvaardigheid van allochtone kinderen het schrijven van teksten tekstverwerken beoordeling mondelinge taalvaardigheid 5 8 jarigen dat waren namelijk de thema s waar ook ontwikkelwerk op verricht is met andere woorden in dat samenspel van invloeden laten on derzoekers zich beinvloeden door de prioriteiten in het project maar die prioriteiten ontstaan op hun beurt weer op grond van actuele discussies en praktijkontwikkelingen en dat is weer af hankelijk van waar onderzoekers en anderen over publiceren aldus ontstaan de golven van belangstelling voor nu eens dit en dan weer dat onderwerp er is behalve vakinhoudelijk onderzoek ook onderwijskundig onderzoek verricht naar de resultaten van het project op pabo s en schoolbegeleidingsdiensten bonekamp ten brummelhuis 1986 projectscholen en andere scholen buurke 1987 en naar de ervaringen van scholen met het model voor het schoolwerkplan rinkema habets 1987 4 met wie hoe vinden leerplanontwikkelaars en onderzoekers elkaar in een klein land als nederland is dat niet zo n probleem het aantal vakbladen waarin men publiceert is overzichtelijk klein en het aantal conferenties waar men elkaar ontmoet is weliswaar groot maar je hoeft er slechts twee per jaar te bezoeken en je bent iedereen al weer tegengekomen het wereldje van leerplanontwik kelaars en onderzoekers is bepaald toegankelijk en redelijk overzichtelijk dat betekent dat je niet zo lang hoeft mee te draaien om uit te vinden wie wie is en waar hij of zij voor staat als je dat eenmaal weet is het verder een kwestie van omgangsvormen met sommigen lig je al snel overhoop die laat je verder links liggen anderen zijn sympathiek en behulpzaam maar je hebt weinig aan ze omdat ze niet echt gemotiveerd zijn of weinig leesbare publikaties produceren het is dus net als in het dagelijks leven met sommige relaties komt het nooit goed en andere bloeien alsof het eeuwig lente is het is de kunst je bij die laatste categorie te voegen en daarvoor zijn 89 geen spelregels die succes garanderen het is zoals gezegd een kwestie van omgangsvormen of in het jargon van de headhunters goede contactuele eigenschappen toch zijn er natuurlijk wel enkele andere factoren die wat meer controleerbaar zijn in de eerste plaats het thema van onder zoek dat moet aansluiten bij het programma van een bepaalde vakgroep en bij de interesse van de onderzoeker in de tweede plaats de wetenschapstraditie hoe objectief de onderzoeker de werkelijkheid ook meent waar te nemen over zijn of haar methode van onderzoek is meestal geen discussie moge lijk op dat gebied is menig onderzoeker roomser dan de paus het is dus van belang dat we vooraf bedenken welk design past bij de onderzoeksvraag opdat we wat dat betreft niet met de onderzoeker in discussie hoeven te gaan als we onze inschatting van de onderzoeker en van de vraagstelling vooraf goed op elkaar afstemmen dan kunnen wij als leerplanontwikkelaars de onderzoe ker steunen in zijn of haar design dat zal de samenwerking bevorderen in de derde plaats moet er in de betreffende vakgroep een ver binding zijn tussen onderwijs en onderzoek dan kunnen er studenten meewerken die in het kader van hun studie ervaring opdoen terwijl de onderzoekers begeleidingstijd krijgen toe gewezen er hoeft dus geen salaris betaald te worden uit onze projectbegroting voor ieder onderzoek kwamen we rond met een bedrag van 3000 voor reis en materiaalkosten in de vierde plaats moet het onderwijs in de betreffende vak groep zodanig ingericht zijn dat studenten er minimaal een half jaar aan een onderwerp kunnen besteden in combinatie met een eindscriptie levert dat dan doorgaans onderzoeksactiviteiten op die ruim een jaar duren wanneer aan deze vier voorwaarden voldaan is bestaat er een kans op een vruchtbare samenwerking er is geen garantie voor succes het niveau van de studenten kan tegenvallen de boven genoemde sociale factoren kunnen spelbreker worden onze erva ringen met tien verschillende onderzoeksactiviteiten en enkele tientallen onderzoekers zijn echter grotendeels positief 5 hoe vindt het onderzoek plaats de organisatie van een onderzoek wordt opgezet in een proces dat vier stappen kent die nogal voor de hand liggens 1 benadering onderzoeker 2 orienterende bijeenkomst en 3 taakverdeling en planning 4 uitvoering we lichten deze vier stappen kort toe 90 wij benaderen slechts een onderzoeker of begeleider van een onderzoek er is dus geen sprake van gecompliceerde aanvraag procedures van selectieprocedures van een open aanbesteding of wat er allemaal aan ingewikkelds bedacht mag zijn de criteria hebben we in het voorafgaande beschreven wij leggen dus contact met die onderzoeker die een werkwijze of design hanteert passend bij de onderzoeksvraag die geinteres seerd is in het onderwerp die werkgroepen studenten begeleidt en last but not least met wie we denken goed op te kunnen schieten wanneer hij of zij geinteresseerd is worden er studenten bena derd die belangstelling tijd en capaciteiten hebben met hen en de onderzoeker beleggen we een orienterende bijeenkomst waarin we een projectpresentatie verzorgen het onderzoeksthema toelichten en de vraagstelling bespreken we verkennen mogelijke manieren waarop het onderzoek georganiseerd zou kunnen worden vervolgens maken studenten en onderzoeker begeleider een plan voor het onderzoek en een taakverdeling dat wordt opnieuw besproken eventueel met een vertegenwoordiger van een school erbij gewijzigd en vastgesteld als dat gebeurd is vindt de uitvoering plaats in de project lokatie de onderzoeker begeleider voert zeer frequent overleg met de studenten onderzoekers en betrekt daar op cruciale momenten de leerplanontwikkelaars bij de leerplanontwikkelaar bemiddelt in het overleg tussen school en onderzoekers 6 methoden van onderzoek in 1985 organiseerde de sectie onderwijskunde van de slo een bijeenkomst voor onderzoekers en leerplanontwikkelaars met als thema de relatie tussen onderzoek en leerplanontwikkeling onderwijskundige notities 1985 onderzoekers zijn hier onderwijskundigen al was er ook een enkele vakdidacticus aanwezig onderwerp van discussie was met name een bijdrage van hoeben die en hier parafraseren en chargeren we gemakshalve als voornaamste stelling bevatte leerplanontwikkelaars moeten bij hun eigen leest blijven zij moeten pasklare produkten maken waaraan leerkrachten in hun dagelijkse praktijk wat hebben onderwijskundige onderzoekers hebben tot taak na te gaan of die produkten invloed hebben op de praktijk leerplanontwikkelaars moeten dus niet de hele wereld willen veranderen of verbeteren op ideologisch getinte verhalen ingewikkelde achtergrond publikaties en dergelijke zit men in de praktijk niet te wachten wie die wil schrijven doet dat maar in zijn vrije tijd in de ogen van nogal wat onderwijskundige onderzoekers worden leerplanontwikkelaars kennelijk geidentificeerd met lieden die de hele wereld tot hun werkterrein willen rekenen die hun wereldverbeteraarsmentaliteit niet kunnen beteugelen en 91 daardoor vergeten waarvoor ze zijn ingehuurd onderwijspakketten maken die doeltreffend en gemakkelijk voor onderwijskundigen op hun effect te evalueren zijn op dit laatste punt komen we nog terug het is hier niet de plaats en de bedoeling verder in te gaan op de vooronderstellingen verwijten en wetenschappelijke posities die de aanwezigen op die bijeenkomst verwoordden we verwijzen daarvoor naar het verslag van de bijeenkomst en voor de liefhebber naar de verhelderende dissertatie over die zaken van wardekker wetenschapstradities en onderwijsvernieuwingen wardekker 1986 de bijeenkomst van de slo en de studiedag van de vdn november 1987 over het thema onderzoek en ontwikkeling en daar gaat het ons om maken in ieder geval duidelijk dat samenwerking tussen onderzoekers en leerplanontwikkelaars in veel gevallen op problemen stuit ze hebben het kennelijk niet alleen met elkaar moeilijk maar ook in eigen kring stapelen de moeilijk heden zich op onderzoekers verliezen zich nogal eens in een eindeloze richtingenstrijd waarvan de uitkomst al van tevoren vaststaat en leerplanontwikkelaars verketteren elkaar vanwege ideologische opvattingen over de inrichting van het onderwijs we zijn ons van deze karikaturen altijd bewust geweest misschien heeft dat er wel toe geleid dat we ons altijd open en meegaand hebben opgesteld onderzoekers kiezen nou eenmaal die methode van onderzoek waarin ze het meeste vertrouwen hebben en waarmee ze naar hun mening verschijnselen het best kunnen verklaren dat gegeven moet je als leerplanontwikkelaar accepteren en daar hebben we ook geen moeite mee omdat we ervan overtuigd zijn dat ieder type onderzoek een bepaald soort kennis oplevert maar nooit het definitieve antwoord op het probleem geeft dat neemt niet weg dat voor elk onderzoek nagedacht is over de vraag welke kennis we wensten en hoe die het beste verkregen kon worden met andere woorden er moet een samenhang zijn tussen de vraagstelling het soort kennis dat moet worden opgeleverd de meest geschikte methode daarvoor we zijn er niet altijd in geslaagd die samenhang maximaal te realiseren om de doodeenvoudige reden dat niet alle onderzoe kers op elk moment tijd en gelegenheid hebben of geinteresseerd zijn in een bepaalde vraagstelling maar met de wetenschap dat onderzoek slechts een bescheiden bijdrage kan leveren aan de oplossing van een probleem valt daar goed mee te leven iedereen die de achtergrondpublikaties van het project taalvaardigheid leest kan kennis nemen van de kritiek die wijzelf uitten op methoden van onderzoek en op de onderzoeks resultaten tot conflicten heeft een en ander nooit geleid scheerens 1984 wijst op het feit dat personen die betrokken zijn in vernieuwingssituaties begeleiders ontwikkelaars belang hebben bij gunstige onderzoeksresultaten en die deze via 92 manipulaties soms proberen te bewerkstelligen het onderzoek wordt aldus geimmuniseerd het zal ongetwijfeld voorkomen wij hebben altijd een volstrekt tegengestelde positie ingenomen en dat geldt ook voor de betrokken leerkrachten en onderzoekers onderzoek in een leerplanontwikkelingsproject houdt in dat iedere betrokkene zijn nek uitsteekt zich kwetsbaar opstelt dat geldt voor de leerplanontwikkelaar die object van onderzoek is in formatief evaluatie onderzoek of wiens vakinhoudelijke ideeen nader getoetst worden dat geldt voor de leerkracht die van heel dichtbij gevolgd wordt en wiens doen en laten minutieus op papier wordt vastgelegd en dat geldt ook voor de onderzoeker die zich tijdens het platform moet verantwoorden en verdedi gen wie dat bedreigend vindt of daar slapeloze nachten van krijgt moet niet aan een leerplanontwikkelingsproject deelnemen 7 wat gebeurt er met de onderzoeksresultaten in paragraaf 3 hebben we de onderzoeken aangeduid die in het project taalvaardigheid in de basisschool hebben plaatsgevonden we richten ons nu op de vraag wat er met de onderzoeksresultaten gebeurt de concrete gang van zaken kan als volgt geschetst worden het eerste tastbare resultaat van het onderzoek is het wetenschappelijke verslag van het uitgevoerde onderzoek bedoeld voor de wetenschappelijke wereld taalonderzoekers en onderwijs kundigen in de meeste gevallen is het eindverslag een dotoraal scriptie van studenten die het onderzoek uitvoeren de verslagen zijn ondergebracht in een aparte wetenschappelijke reeks een tweede stap bestaat uit de bewerking van het eindverslag doctoraalscriptie tot een beknopt en toegankelijk document dat gebruikt wordt op een platformconferentie waar leerkrachten begeleiders opleiders en onderzoekers discussieren over de onderzoeksresultaten deze stap is van groot belang omdat we op deze manier de onderzoeksresultaten ter discussie stellen in een discours waar alle aanwezigen vanuit hun eigen achtergrond en deskundigheid kunnen reageren zo concretiseren we een van de uitgangspunten van onderzoek in een leerplanontwikkelings project nadere reflectie op onderzoek in een interdiscipli naire setting lentz en van tuijl 1982 p 50 e v de onderzoekers schrijven zelf het document onder begeleiding van de projectmedewerkers de opzet van de conferentie kent een vaste structuur op basis van het document vinden er een aantal inleidingen plaats door vertegenwoordigers van alle beroeps groepen leerkracht begeleider leerplanontwikkelaar onder zoeker gevolgd door een plenaire discussie het resultaat van de conferentie is een boek uitgegeven in een aparte reeks achtergrondpublikaties de inhoud van elke achtergrondpubli katie heeft een vaste opbouw een openingsartikel waarin de balans wordt opgemaakt van het verrichte onderzoek en waarin geprobeerd wordt een nieuw perspectief te geven voor de ontwik 93 keling van het betreffende deelgebied taalbeschouwing schrijven etc daarna volgen de inleidingen die gehouden zijn waarna tenslotte een thematisch geordend verslag volgt van de gevoerde discussie met deze derde stap de achtergrondpubli katie wordt de lijn van het onderzoek afgerond daarnaast kunnen we een aantal activiteiten en publikaties onderscheiden waarin de inhoudelijke onderzoeks verworvenheden een plaats krijgen we vatten ze puntsgewijs samen 1 in de reeks katernen taalvaardigheid in de basisschool lentz en van tuijl 1982 1988 verschijnen artikelen waarin de resultaten van het onderzoek verwerkt zijn en waarin de achtergrondpublikaties aangekondigd en kort samengevat worden 2 in lezingen en artikelen in vakbladen wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten 3 met behulp van het onderzoeksmateriaal hebben we een serie videobanden samengesteld over aspecten van het taalonderwijs die aan basisscholen opleidingsinstituten en begeleidings diensten gratis verhuurd worden er zijn inmiddels zes videoprodukties gemaakt 4 het onderzoeksmateriaal wordt gebruikt in scholingssituaties met de projectscholen en op jaarlijkse conferenties voor schoolbegeleiders 5 het onderzoeksmateriaal krijgt een plaats in overige publikaties van het project de reeks wegwijzers waarin voor elk deelgebied van het taalonderwijs een overzicht van recente vakinhoudelijke ontwikkelingen en van beschikbare materialen op dat terrein beschreven wordt daarnaast in de zogenaamde invoeringsprogramma s o a taalbeschouwing waarin leerkrachten concrete ondersteuning vinden voor hun onderwijsaanpak en tenslotte in nascholingsprogramma s schrijven 6 als laatste voorbeeld noemen we het model richtlijnen en vragen voor het schoolwerkplan en het leerplan nederlandse taal beide gepubliceerd in de reeks katernen waarmee de tweede doelstelling van het project gerealiseerd werd namelijk het maken van een model waarmee basisscholen in nederland in staat zijn hun eigen schoolwerkplan te schrijven de onderzoeken in het project hebben in niet geringe mate de inhoud van beide modellen bepaald 8 een vakinhoudelijk onderzoek schrijfonderwijs laten we een concreet onderzoek nemen en proberen daarvan aan te geven wat er met de resultaten is gebeurd we maken het onszelf niet gemakkelijk met de keuze van het schooletnogra fische onderzoek naar het schrijfonderwijs hoogeveen verkampen 1985 omdat juist dit type onderzoek nauwelijks 94 gericht is op harde conclusies waarvan snel duidelijk is hoe je die toepasbaar maakt voor de praktijk de vraagstelling van dit onderzoek was gericht op de opvattin gen over en de praktijk van het schrijfonderwijs van twee leerkrachten die hun schrijfonderwijs willen vernieuwen in hun inleiding in schrijfonderwijs onder het mes lentz sturm van tuijl 1986 refereren de onderzoekers aan de functies van onderzoek in leerplanontwikkelingswerk zoals wij die eerder in herrlitz e a 1983 beschreven hebben 1 documentatie van de alledaagse onderwijspraktijk 2 analyse van die praktijk 3 interventie 4 ontwikkeling van bouwstenen voor een leerplan uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de eerste twee functies volledig gerealiseerd worden het materiaal bestaat uit een uit voerige documentatie van geobserveerde lessen in het schrijfon derwijs en verslagen van interviews met leerkrachten dit materiaal wordt zorgvuldig geanalyseerd met name op de vraag in hoeverre de opvattingen over vernieuwing corresponderen met de praktijk er blijkt een grote spanning te bestaan tussen dat wat de leerkrachten zouden willen en dat wat er feitelijk in de klas gebeurt een cruciale rol speelt daarbij de interpretatie door de leerkrachten van de suggesties die door de leerplanont wikkelaars worden gedaan de onderzoekers laten bijvoorbeeld scherp zien hoe de vernieuwingsboodschap uit de reeks katernen van het project taalvaardigheid in de basisschool over het schrijven van teksten op grond van een onjuiste interpretatie in de praktijk gebracht wordt de interventie door het project blijkt hier tot pijnlijke resultaten te leiden de onderzochte leerkracht wijst in een schrijfles een tekst van een leerling af omdat zij niet genoeg over haar emoties zou hebben geschre ven in haar tekst over de haan in het kippenhok die haar gepikt had deze afwijzing en de door de leerkracht uitgevoerde didactische procedures zijn volstrekt in tegenspraak met wat in de katernen bedoeld werd de onderzoekers intervenieren niet zelf maar laten scherp zien op welke problemen de interventies van het project stuiten op de platformconferentie die naar aanleiding van dit onder zoek werd georganiseerd is dit incident uitvoerig besproken door de leerkrachten onderzoekers begeleiders opleiders taaidrukkers en leerplanontwikkelaars dit resulteerde in een scherpere omschrijving van wat dan wel in de artikelenreeks van de katernen bedoeld werd en de auteurs van die reeks schreven een zelf kritiek op dit incident in de achtergrondpublikatie die het resultaat was van de platformconferentie faassen lentz 1986 zodoende werd de vernieuwingsboodschap van het project die vaak deel uitmaakt van interventies en bouwsteen is van het leerplan nauwkeuriger omschreven dankzij dit gedocumenteerde en geanalyseerde incident 95 met dit voorbeeld hebben we willen laten zien hoe belangrijk het is dat leerplanontwikkeling en onderzoek hand in hand gaan dat geldt dus in ieder geval voor de formulering van de doelen en werkwijze die men in een project voorstaat er is echter ook nog een ander soort bijdrage van onderzoek aan leerplanontwikkeling een bijdrage aan de basis die de leerplan ontwikkelaar nodig heeft voor het ontwikkelen van materiaal op didactisch niveau of op leerplanniveau onderzoek leert ons wat wel en wat niet haalbaar is in de praktijk waar we op aan moeten sluiten met onze publikaties en waar leerkrachten het meest behoefte aan hebben op die manier heeft dit onderzoek bijgedragen aan het schrijven van nascholingsmateriaal over het schrijfonderwijs van het leerplan nederlandse taal en aan het plan voor het diepteproject schrijven dat nu in uitvoering is die bijdrage is indirect en niet zo goed meetbaar maar onzes inziens draagt ieder onder zoek in het project bij aan de bagage die wij als leerplan ontwikkelaars onmisbaar achten voor de kwaliteit van ons werk 9 het project taalvaardigheid onderzocht we gaan nu kort in op het onderwijskundige onderzoek daaronder verstaan we formatief evaluatie onderzoek er hebben twee onder zoeken plaatsgevonden waarin het project nader onderzocht is een groot en erg kostbaar onderzoek verricht door het its buurke 1987 en een bescheiden goedkoop onderzoek door docto raalstudenten van de ru utrecht bonekamp en ten brummelhuis 1987 het eerste onderzoek was gericht op de projectscholen op scholen die een abonnement hebben op de reeks katernen en op een steekproef van scholen in nederland die geen enkele binding hadden met het project wij vatten hier globaal de belangrijkste resultaten samen opvallend is dat het merendeel van alle scholen de vakinhoudelijke ideeen van het project onderschrijft er blijkt dus grote overeenstemming te zijn over de visie op taalonderwijs zoals we die bij het begin van het project omschreven lentz en van tuijl 1982 leerkrachten van projectscholen zeggen vooral te profiteren van de mondelinge inbreng van de leerplanontwikkelaars op de maandelijkse teamvergaderingen de invloed van schriftelijk materiaal is beduidend minder leerkrachten van projectscholen zijn slecht op de hoogte van alle publikaties die ze gratis en in tweevoud toegestuurd krijgen dat geldt niet alleen voor deze officiele publikaties maar ook voor alle soorten notities die werden rondgestuurd dat gold ook voor schriftelijk materiaal dat projectscholen elkaar toestuurden eenzelfde beeld zien wij bij de katernscholen s de meeste leerkrachten kennen het project en de katernen maar zijn onbekend met de inhoud ervan tot de overige scholen in het land is het project in de 96 meeste gevallen niet doorgedrongen het project is onbekend de produkten eveneens het tweede evaluatie onderzoek was gericht op de sbd s en pabo s in het land belangrijke vragen waren hier in hoeverre het project taalvaardigheid bekend was of men de filosofie ervan deelde hoe men oordeelde over de kwaliteit van de publikaties en welk gebruik ervan werd gemaakt hoe zien in grote lijnen de onderzoeksresultaten eruit evenals dat het geval was bij de leerkrachten onderschrijft de grote meerderheid van schoolbegeleiders en opleiders de opvattingen over het taalonderwijs in het project nagenoeg alle opleiders docenten nederlands kennen het project taalvaardigheid dat geldt in iets mindere mate voor de schoolbegeleiders wat de projectpublikaties betreft het oordeel daarover is eensluidend over de kwaliteit is men zeer tevreden opvallend is echter dat beide groepen deskundigen in hun eigen werk met die publikaties weinig doen dat is heel kort het resultaat van beide onderwijskundige onderzoeken hoe dienen we deze resultaten te interpreteren is het project nu mislukt of gelukt laten we zelf enkele conclusies trekken 1 levert het project een bijdrage aan de vernieuwing van het taalonderwijs op projectscholen als het ultieme criterium is een zichtbare verandering in de praktijk in het didactisch handelen van leerkrachten dan moet de vraag ontkennend beantwoord worden we voegen er direct aan toe dat wij zelf dat criterium nooit gesteld hebben sterker zouden willen stellen wij zijn ervan overtuigd dat effecten van onderwijsvernieuwingen op microniveau slechts zeer geleidelijk plaatsvinden en dat die pas op lange termijn zichtbaar worden van tuijl 1986 p 110 e v leerplanontwikkelaars dienen zich dat bewust te zijn en moeten hun verwachtingen bescheiden en voorzichtig formuleren als het criterium voor succes minder ambitieus geformuleerd wordt dan constateren we dat we wel degelijk de praktijk van de projectscholen beinvloed hebben in de twee jaar dat we met elke projectschool werkten heeft er een directe inhoudelijke confrontatie plaatsgevonden tussen alle teamleden door middel van reflectie op lesbeschrijvingen discussies over de inhoud en richting van het taalonderwijs het schrijven van onderdelen voor het schoolwerkplan het deelnemen aan conferenties met onbekende collega s etc 2 levert het project een bijdrage aan de ontwikkeling van een theorie voor taalonderwijs het antwoord hebben we eigenlijk al in paragraaf 7 gegeven met de verrichte vakinhoudelijke onderzoeken hebben we een 97 beter inzicht gekregen in de huidige praktijk van het taal onderwijs op basisscholen hebben we een scherper beeld gekregen van de problemen daarin en hebben we voorstellen gedaan voor mogelijke oplossingen als het doel van weten schappelijk onderzoek is bijdragen te leveren aan de uit breiding van het kennisbestand van het object van onderzoek en alternatieven aan te dragen voor een verbetering van de praxis dan kunnen we de bovengestelde vraag bevestigend beantwoorden daarnaast heeft het project er zeker toe bijgedragen dat er nu gerichter nagedacht wordt over de betrokkenheid van onderzoek en ontwikkeling op elkaar binnen ons eigen instituut heeft het project meermalen gefungeerd als voor beeld voor een constructieve samenhang tussen onderzoek en ontwikkeling in wetenschappelijke publikaties kroon 1985 ten brinke 1985 is dat ook gebeurd 3 levert het project een bijdrage aan vernieuwing op documentniveau misschien ligt hier wel de grootste winst van het project in paragraaf 7 hebben we aangegeven hoe de inhoud van alle onderzoeken zijn weg vindt in allerlei publikatiereeksen die we hebben opgestart nader onderzoek zou meer helderheid moeten verschaffen in welke situaties en door wie dat materiaal gebruikt wordt de invloed van onze documenten verwachten we op het denken over taalonderwijs zal ook na afronding van het project doorgaan het meest recente voorbeeld daarvan vinden we in levende talen waar hendrix en hulshof lt 1987 zeer gecharmeerd lijken van de ideeen over taalbeschouwing en culturele vorming die het project al drie jaar daarvoor publiceerde lentz e a 1984 de publikaties van het project blijken dus nu ook hun weg te vinden naar het voortgezet onderwijs reden genoeg om optimistisch te zijn over de impact van het project voor de komende jaren enschede voorjaar 1988 noten 1 dit artikel is een bewerking van de lezing die hans van tuijl hield op de studiedag van de vdn in het najaar van 1987 98 2 sinds 1986 zijn de slo projecten taalvaardigheid in de basisschool en werken met boeken gefuseerd in het project werken aan taalvaardigheid dat eind 1988 afgesloten wordt bibliografie bonekamp l en a ten brummelhuis taalvaardigheid in de basisschool evaluatie van het project op sbd s en pabo s enschede slo 1986 brinke ten j s bij nederlands leer je iets rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de theorie van de moedertaaldidactiek ku nijmegen groningen wolters noordhoff 1983 buurke w j schoolwerkplanontwikkeling taalvaardigheid in de basisschool instituut voor toegepaste sociale wetenschappen nijmegen 1987 geest t van der l lentz h van tuijl red voeten stil jongens over interactie allochtone leerlingen en mondelinge taalvaardigheid enschede slo 1985 habets berkers w v rinkema kohlman helpt het model vragen en richtlijnen schoolteams bij het schrijven van een deelschoolwerkplan taal verslag van de stage voor de doctoraalstudie onderwijskunde enschede slo 1987 hendrix t en h hulshof taalbeschouwing als taal culturele vorming i in levende talen 1988 nr 427 hendrix t en h hulshof taalbeschouwing als taal culturele vorming ii in levende talen 1988 nr 428 herrlitz w l lentz en h van tuijl red planning en interactie in taalonderwijs enschede 1983 hoeben w th j g onderzoek en ontwikkeling een weerbarstige relatie in onderwijskundige notities 1985 nr 2 p 3 12 knoers a m p leerplanontwikkelaars over theorievorming over en planning van taalonderwijs een bespreking van taalvaardigheid in de basisschool in spiegel 1984 nr 3 p 55 68 kroon s dissertatie grammatica en communicatie in het onderwijs nederlands groningen 1985 99 lammers h l lentz en h van tuijl red taalbeschouwing ter discussie enschede 1984 lentz l en h van tuijl taalvaardigheid in de basisschool een orientatie op theorie innovatie en leerplanontwikkeling enschede 1982 lentz l j sturm en h van tuijl red schrijfonderwijs onder het mes enschede 1986 lentz l en h van tuijl red katernen taalvaardigheid in de basisschool enschede 1982 1988 wardekker w l wetenschapstradities en onderwijsvernieuwingen amsterdam 1986 100