Thoméses ‘Zuidland’ in de klas

Publicatie datum: 1991-01-01
Auteur: Wam de Moor
Collectie: 01
Volume: 01
Nummer: ?
Pagina’s: 12-19

Documenten

warn de moor thomeses zuidland in de klas l inleiding op 27 maar t werd p f thom6se s verhalenbunde l zuidland genomi neerd voor de ako literatuurprijsj bijna twee maanden later op 21 mei ontving de debuterende auteur deze uit handen van ako directeur paul kleyngeld het algemeen dagblad sprak van een elegante oplossing bleef bi j he t eerder door velen gedeeld e verwij t da t advocaat van de hanen van van der heijden en de wetten van connie palmen natuurlijk genomineerd hadde n moete n worden maa r erkende tegelijkertij d da t deze werke n he t uiteindelijk bes t hadde n kunnen aflegge n tege n tho m6ses debuul het gaat hier inderdaad om een boek van klasse en om een auteur die lijkt te weten wat hij wil in een voortreffelijk intervie w van janet luis in nrc handelsblad van 1 0 mei 199 1 lezen we dat persoonlijke waar dering van dichter hans vlek een hartelijke brief van geerten meijsing of d e betrokkenhei d va n ee n ontroerd e bisscho p bluysse n he m mee r doen da n lovende kritieke n o f he t winne n va n de ako prijs e n dat klinkt nog oprecht ook thomese is 33 jaar schreef ruim tien jaar gele den een roman die geweigerd werd en werkte tot zijn 26ste als redacteur bij he t eindhovens dagblad toe n gin g hi j geschiedenis studere n e n zich in feite vooral wijden aan het schrijven als ik bij het eindhovens dagblad was gebleven was ik allang chef va n de kunstredactie of iet s dergelijks geweesl da n had ik nu een auto van de zaak gehad en mis schien wel een autotelefoon terwijl ik nu toch een beetje een ploeteraar ben ik neb er nooit zo n hang naar gehad om als persoon in de lette ren te bestaan daarom heb ik ook voor initialen gekozen zo afstande lijk mogelijk 2 context met zijn drie verhalen wil thom6se een hollandse mythologie bloot leggen die wordt bepaald door onze werklust en praktische zin en een sterk religieus besef door de tegenstelling tusse n enorme deemoed en het avontuurlijke van de ontdekkingsreizen terug te vinden in het land schap die lage horzion met die geweldige luch t erboven iemand die onder zo n enorme hemel woont moet zich haast wel nederi g en over bodig voelen ik kan me dat verlangen naar religieuze beleving goed in denken omdat het zo dicht aanleunt tegen de kunstbeleving als je heel erg va n kuns t houdt da n zi t j e dich t bi j da t religieuze he t i s ee n romantisch verlangen om op te gaan in schoonheid en waarheid dat ie dereen eigenlijk we l kent thomese voelt zich vooral aangetrokken tot de 16 e en de 18 e eeuw om dat dit perioden waren van overgang en twijfel en wij ons als even grote twijfelaars daarin kunnen spiegelen in die context plaatst thomese ook 12 de zorg om de eigen dood net als i n de rijke 18 e eeuw i s onz e eigen dood het enige waar we nog over in zitten het is voor hem een belang rijk thema het gespartel van de mens amuseeit hem enigszins hij vindt het treurig e n vermakelij k tegelijk maa r het geeft oo k rust het kruis wordt ons eenmaal afgenomen aan het leed komt een einde in de dood keerzijde het leven glipt je door de vingers aueen door te schrijven kun je het verijlende leven nog een beetje onder controle houden thomdse neem t de literatuur zeer ernstig hij erkent van schende l i n diens roman de waterman thomas mann en l f c61ine als zijn peet vaders schrijvers die alles over hebben voor hun stijl als je een boek schrijft dan moet elke zin goed zijn van gespeelde lichtvoetigheid en het branie achtige va n bril van weelden moe t hij niets hebben ie mand als bloem die niets gaf o m zijn eige n po zie is he m liever d e meeste schrijvers vin d ik vrij onaangenaam doo r hun monomane pre tentieuze solipsistische ik ben het leven houding 3 literaire analyse in zekere zin zou men kunnen zeggen dat thomdse historische verhalen schrijft i n deze zin namelijk dat in elk der drie verhalen uit de bundel een personage uit de vaderlandse geschiedenis tot de hoofdpersonen be hoort door die personages situeert de lezer het verhaal in een bepaalde tijd en men kan vaststellen dat thomese zich op de hoogte heeft gesteld van de historische perioden waarin achtereenvolgens jonker jan van der does of de dichter dousa de ontdekkingsreiziger jacob roggeveen en de hertog johan willem ripperd a op dit ondermaanse hebben rondge wandeld gevaren en gereden wie zich daarbij evenwel verhalen voor stelt als levensgeschiedenisse n me t alle concentrati e op de historisch e figuren vergist zich eerder lijkt he t alsof e n daari n zou i k thomds e willen vergelijke n me t f b hotz d e figuren ui t het verleden voor de schrijver als origntatiepunt dienen om wat hij te vertellen heeft over de twijfel en de smart die de dood in het leven 6ns berokkent in een enigs zins afstandelijke contex t t e plaatsen typerend hiervoo r i s da t in het hele boe k slecht s 66a jaartal word t genoemd 1721 he t jaar waari n roggeveen uitvoer om eindelijk op zoek te gaan naar zuidland het ge volg va n deze optiek is dat wij ons niet laten meeslepen door zijn ver haal maar vooral oog krijgen voor wat de thematiek ervan is de thema tiek die de auteur zoals ook blijkt uit bovenvermeld interview i n haar greep heeft het omslag van zuidland verwijst naar twee van de drie verhalen uit de bundel een oude gravure toont een geweldige zwerm kraaien die neer strijkt op het achteroverliggende logge lichaam van een mensvis de le viathan met daarnaast op he t strand een gruwelijke kop die gravur e verwijst naar het grootste en naar mijn mening indrukwekkendste ver haal va n de bundel leviathan 45 bladzijden he t verhaal waamaa r de bundel zuidland is genoemd is aanzienlijk korte n 2 9 bladzijden en het derde verhaal tjoven aarde telt de meeste pagina s 56 geheimzinnige titels dat zeker 13 de eerste associeren we met liwjatan het voorwereldlijk monster dat in psalm 104 geldt als symbool van de zee die bij de schepping door god al spelen d wer d overwonne n e n beteugeld petru s canisius bij bel utrecht 19s9 p 660 he t monsterachtige va n het beest komt meer dan in ps 104 tot uitdrukking in de hoofdstukken 40 en 41 van het boek job daa r is leviatha n ee n krokodil al s ee n vuurspuwende draak d e tweede titel zuidland herinnert aan het onbekende land waar ontdek kingsreizigers va n droomden en dat door jacob roggeveen wer d ont dekt op 1 augustus 1721voer hij met een kleine vloot uit thomdses verhaal gaat over de ondoorgrondelijke wege n die een mens soms be wandelt voor hij tot een besluit komt roggeveen wild e helemaal niet maar hij moest wel boven aarde tenslotte roept gedachten op aan een gestorvene die nog begraven moet worden in de titels alleen al vinden we thomeses aandacht terug voor het gru welijke in dood en leven ons sterven begint al zodra we geboren wor den het is goed daarmee in doen en laten rekening te houden die ge dachte lijkt de schrijver te beheersen foucart de lijfarts van ripperda in boven aarde is de auteur van het boek over de sterfelijkheid van mensen volgens hem zetelt de dood vanaf de geboorte in het lichaam en dat is nie t flguurlijk maar letterlijk bedoel d 123 en onmiddellijk daaraan gekoppeld is de relatie dood god citaat de dood had vol gens he m uiteindelij k nie t zozeer me t het lichaam alswe l me t god t e maken die immers eveneens in alle dingen was zonder dat hij gezien kon worden het zou zelfs zo kunnen zijn dat god en de dood hetzelfde waren en dat hij zich verklaarde in het sterven der schepselen 124 leviathan voornaamste figuren in leviathan zijn een zeeman aangesproken al s de admiraal een hevig twijfelende man die zijn oude kleurrijke geloof heeft ingeruil d voo r he t nieuwe calvinistische he t nieuw e geloo f glansde niet het was dof e n zwart en gelaten als een begrafenisstoet 11 en de epigrammendichter dousa hoog te paard gezeten boven het grauw hij zou zich het liefst terugtrekken op zijn landgoed alle tijd die niet aan studie werd gewijd wa s verloren tijd 24 er zijn bijfiguren zoals de schout pieter woutersz een kruiperig type en een pastoor die op de vlieringen boven de gaanderijen van zijn kerkje ketters gevangen houdt er zijn achtergrondfiguren di e hun heel eigen weg gaan drie ja gertjes neven van dousa op sjouw met het hoofd van een slachtoffe r van hun beeldenstorm dat van de heilige hieronymus van noordwijk ze verdwijne n i n het geweld va n de storm vissers ui t de acht krotten rondom de admiraal metgezellen van dousa uit leiden en dan einde lijk nadat de jagers hem al hadden zien liggen in hoofdstuk 4 d e ge strande walvis leviathan tegelijk met de walvis komt een vreemdeling in beeld de heilige met de hondekar van hem gaat geheimzinnighei d uit hi j heeft oge n die te veel hadden gezien en waaruit de verwonde ring was weggewist die uit een verte zagen als uit een andere wereld 32 14 het bonte gezelschap weet met deze vis geen raad dousa van wie men besluitvaardigheid verwacht al helemaal niet zijn leidse vrienden ge ven zich over aan een komisch ritueel zij meten het beest met hun eigen hchaam telken s wisselen d va n plaats d e admiraa l interpreteer t d e aanwezigheid van de vis op zijn eigen wijze hij brengt haar in verband met zijn eige n zonden ketterij beeldenroof ongeloof hi j voelt zic h boven aarde staan misschie n a l we l gestorven zij n zie l heef t gee n lichaam mee r om he m t e dragen 40 i n het afsluitende hoofdstu k 5 wordt verteld hoe een paar vissers op zoek gaan naar hun leidsman de admiraal hoe dousa zich ergert aan zijn bekommernis om het vissers volk zoals een lelijk woord in een gedicht zo zou je al die lelijke en overbodige mense n moete n kunnen schrappen wat moest hij met die lui 44 hoe de stoet van heren en horigen voorafgegaan door een ge bocheld vissersjong doo r de modder zwoegt weg va n storm en regen hoe intussen de zoekende vissers hun leidsman dood aantreffen doo d zijn i s zelden z o mooi beschreve n i n onze literatuur 46 50 en de vi s verdwenen blijkt zuidland het titelverhaa l bestaa t ui t tie n vee l kleiner e hoofdstukke n e n i s aanzienlijk minder complex wisselt de scene in leviathan veelvuldig in zuidland wordt deze steeds bepaald door de figuur van jacob rog geveen zijn vrees voor de zee is verbonden met de verschrikkingen uit de openbaring hi j zingt liever speel t liever trompet maar zijn vader wil hem naar zee hebben zuidland zoeken hij is de gedoemde ontdek kingsreiziger thom e neemt ons mee naar de haven van middelburg aan het einde va n de zeventiende eeuw waa r de vader arend rogge veen keurmeester is van koffiebonen ui t java kruidnagelen uit ambon enzovoorts een fijnproever maa r hij droomt van zuidland de laatste leegte 59 zijn zoon jan droomt met hem mee weet alles van ontdek kingsreizen maar is te ziek om zelf te gaan jacob zit liever in de trek schuit naar delft om in leiden rechten te gaan studeren rechten wordt theologie theologie wordt leegte het liefst liet hij zijn toekomst zoals die was leeg want voor je het wist had je je toekomst ingewisseld te gen een verleden het nadeel van een verleden was dat het zo vast lag met een toekomst kon je nog alle kanten op 68 een beroep zonder inhoud dat lijkt hem nog het beste hij speelt de gezant zonder hem te worden hi j volgt to t i n frankrijk toe een predike r die een oplichte r eerste klas blijkt te zijn en keen beroofd en berooid terug naar middel burg van zijn gestorven vader neemt hij de droom over eens zuidland te ontdekken en hij laat zich naar indie sturen pas in de laatste zin van het verhaal is hij op weg naar zuidland elk van de tien hoofdstukken heef t i n dit verhaal zijn eigen functi e e n dat maakt het heel inzichtelijk e r is 66n lastig moment in het verhaal namelijk o p p 80 waa r na al he t geaarzel go d d e beslissende facto r blijkt d e passag e luidt i n de vooravond n a een werkdag die zoal s gewoonlijk wa s besteed aan het opmaken en ontbinden van contracten 15 kwam hij god tegen jacob had met om hem gebeden opeens stond hij daar hi j schudd e zij n hoofd hi j ze i niets hi j schudd e slecht s zij n hoofd tjc interpreteer deze tekst als een afwijzing va n roggeveens le venswijze tothiertoe een variant ook op hij kreeg een helder ogenblik want de volgende alinea begint dan met de zin toen werd alles klaar wat hij zocht beston d niet zijn uitvluchten he t was angs t geweest angst om erbij te horen en iets te zijn zodat hij al het andere niet kon zijn 80 vandaar dat het ideaal erkend wordt als niets als vluchtigheid als iets dat vergeten kan worden vandaar dat de laatste regel va n het verhaal luidt hi j had evengoed niet kunnen gaan 80 boven aard e het mees t geheimzinnig e verhaa l i s he t laatste he t begint me t twe e kleine hoofdstukken die de situatie aanduiden waarin de twee hoofdfi guren verkeren zij zijn namelijk de gevangenen van de bey van tunis en loopt uit op drie grote hoofdstukken daari n ligt het perspectief i n hoofdstuk 3 en 5 bij foucart in 4 bij de zogenaamde hertog johan wil lem ripperda telkens met een eigen geschiedenis fascinerend is het eerste hoofdstukje ove r de blinde kapitein een hol lander die gevangen zit in de kelder onder het huis van ripperda en zijn lijfarts dertien magere papegaaien die hem gezelschap hielden waren het enige wat hem aan zijn leven herinnerde al s de blinde kapitein zijn vogels voerde sprak hij hen troostend toe maar ze zeiden hem niets troostends terug wellicht omdat ze te verzwakt waren of omdat de nacht hier benden voorgoed gevallen was 81 82 die blinde kapitein komt later no g maa r heel terloop s teru g i n he t verhaa l 12s e n di t eerst e hoofdstuk hang t er eerlijk gezeg d weini g functione d tegenaan want met een iets andere beginzin had boven aarde ook bij hoofdstuk 2 kun nen beginnen foucart heeft alles met sterven te maken hij ervaart deze laatste periode van zijn leven als een loos eind dat er aan hing als bij een hagedis de staart 86 hi j heeft he t onbarmhartige gevoel iet s voorgoed t e zijn misgelopen 87 zijn braafheid wordt nu en dan op de proef gestel d door homoeiotische verlangens maar zijn fantasieen waren levend in gemetseld zoal s d e dienare n va n ee n dod e despoot 89 ripperd a daarentegen leeft in voile genieting en lust zelfs op zijn sterfbed komen hem moorse jongens verwennen zijn gloriedagen ha d hij aan het hof van philips v in segovia hij had het er voor het zeggen maar hij kreeg er een tegenstander in de persoon van een abt wanneer hij weigert deze zijn zin te geven om een biografie van hem te schrijven bewerkt de abt dat ripperda bij de koning in ongenade vall in de gevangenis het al cazar zit de monnik hem opnieuw op het lijf en dan weet ripperda op raadselachtige wijze te ontsnappen reist naar engeland en bevindt zich later overal i n europa tot men ineens weer van hem hoort als gevan gene van de bey van tunis dit hoofdstuk heeft thomese buitengewoon dartel geschreven lichtjes aanleunend tegen de barokke stijl va n brak 16 man het is een stijl die past bij deze ripperda zoals de stijl hee l be zonnen e n bezonke n i s wannee r foucar t he t perspectie f heeft d e hoofdstukken waari n hij centraal staat 3 en s hebben elk een kernpas sage di e aandachtig e beschouwin g waar d is in 3 fascineei t d e scen e waarin foucart de ziekenboeg ontdoe t van de rottende lijken in s zijn het de slotpagina s de zwaarlijvige oude heer geeft eindelijk toe aan zijn oude verlangen en zoekt zijn weg naar de kapperszaak waar zulke jon gens zic h plege n o p t e houden hi j i s e r nie t alleen ee n kapucijne r monnik hij had hem al eerder gezien blijkt tegenover he m te hebben plaatsgenomen wachtend op de dingen die komen gaan ook de gees telijke wis t zich me t de toestan d blijkbaa r gee n raad want plotselin g begonnen z e allebei t e giechelen d e giechel knebeld e stieke m i n hun binnenste en de twee oude mannen konden niet anders ze konden on mogelijk ophoude n met giechelen omdat ze ineens beseften da t ze ei genlijk niet durfden en het te laat was om nog terug te gaan 136 het zijn de laatste zinnen de spanning zit onder meer in de vraag is deze monnik dezelfde als de abt die ripperda het leven zuur heeft gemaakt 4 didactische analyse van de drie verhalen heeft gesteld dat ik de hele bundel wil behandelen voor de klas de volgende volgorde mijn voorkeur in de behandeling 1 zuidland 2 leviathan 3 boven aarde moest het laatste verhaal afvallen ik zou er als staal van thomdses ver telkunst wel ui t bewaren de scene in het bagno pagina rege l 7 van onderen tot pagina 105 waa r het vierde hoofdstuk begint terwij l he t kleine eerste hoofdstuk over de blinde kapitein 81 82 een mooi afge rond stukje proza is met een intrigerende alinea niemand wist hoe de blinde kapitein in barbarije verzeild was geraakt misschie n had de blinde kapitein het zelf kunne n vertellen als er tenminste ieman d was geweest die hem er naar zou hebben gevraagd 82 als de leerlingen deze twee pagina s hebben gelezen zou men hun kunnen uitnodigen om zich te verplaatsen in de kapitein en diens verhaal op te schrijven een verband met de beide here n boven zijn hoofd zo u ik niet laten leggen omdat die nauwelijks in de tekst te vinden is wil men daaraan iets doen dan lijkt het me nuttig om samen te zoeken naar het frame van het ver haal 1 proloog van de blinde kapitein 2 situatieschets 3 foucarts le ven 4 ripperda s leven en s foucarts poging to t bevrijding ui t zijn keurslijf e n vervolgen s d e hierbove n genoemd e kerngedeelte n geza menlijk bekijken daarbij kan men tekstervaringsgericht zoeken naar de voor jou belangrijkste passage of via tekstbestudering voora l letten op de door thomese ingebrachte thematiek zuidland is het gemakkelijkst te lezen wanneer men aandacht schenkt aan de eigen inhoud van alle tien hoofdstukken d e novelle is beknopt genoeg om met plak en knipwerk te kopieren voor de hele klas er zijn 17 de nodige mogelijkheden tot identificatie ee n kernvraag zou voor mij zijn wa t vind je he t gedrag va n jacob roggeveen verantwoor d je oordeel daarvan afgeleid zal de leerling in de tekst de lijn op zoeken van dit gedrag al of nie t aan de hand van de docent of tezame n me t klasgenoten andeie goede vraag hoe zit jacob roggeveen i n elkaar wat wil hij niet en wat wil hij wel ik zou maar dat geldt voor ieder verhaal van thom e wijzen op de doem van het geloof waaronde r de personages leven ik zou ook iets doen met de figuren van vader arend en broer jan beiden bezeten van het ideaal dat jacob zich maar niet ei gen ka n maken hie r rijs t ee n vraa g di e he t verhaa l t e bove n gaat welke rol spelen idealen in je eigen omgeving of voor je zelf en na tuurlijk i s e r d e contextuel e vraa g naa r gegeven s ove r roggeveen s zuidland te vinden in het geschiedenisboek leviathan vind i k zel f he t mooist e e n boeiendst e verhaal maa r het vergt meer van de leerlingen bijvoorbeeld dat ze zien hoe bij thomdse bijfiguren weliswaa r som s een piepklein rolletje hebben i k denk aan bultje o f d e pastoor d e dri e jagers die bij de stormvloe d omkomen maar in he t plaatje thuishore n zoal s achtergrondfigure n o p ee n oud e gravure om dit in de greep te krijgen moet je soms kleine deelonder zoekjes laten doen bijvoorbeeld 1 volg in het verhaal het lot van de drie jagers p 7 e v en hun honden 2 ga na wat er gebeurt en wat er gebeurd is met het hoofd van de hei lige hieronymus van noordwijk 3 waar is sprake van het beest uit de titel p 9 e v 4 beschrij f d e aanwezighei d e n he t optrede n va n d e heilig e me t d e hondekar p 31 e v en hetzelfde kan men natuurlijk doen met de hoofdfiguren wie is de admiraal en wat is er met hem aan de hand wat vind je van hem ho e wordt de dichter jan van der does beschreven positief of nega tief wat vind je van hem wa t willen deze hoofdfiguren iede r voor zich waar streven ze naar de geheimzinnige ro l van de walvis op het strand ineens verschenen ineens verdwenen vergt uiteraard aandachl is hij een teken van boven althans ervaren de mensen hem zo hoe beleven de personages de reli gie en wat is thomases bedoeling me t het religieuze i n het verhaal achtergrondinformatie ove r leviathan jan dousa en de overgang van het oude naar het nieuwe geloof lijk t mij wel nuttig maar zonder deze informatie is het verhaal toch goed te lezen zeker zou ik aandacht aan de stijl besteden en wel door leerlingen te vragen passages aan te strepen die zij heel mooi vinden en dit zelf ook te doen door uitwisseling ontstaa t dan zonder twijfel ee n discussie ove r thomeses stijl daarbij zou ik terugkoppelen naar het interview met ja net luis en de houding van thom6se tegenover literatuur die daarin is te vinden 18 voor welk e kla s thom6se s boe k he t beste geschik t is spannin g e n avontuur in zijn verhalen liggen nie t aan de oppervlakte maar spelen zich voora l a f i n de geest vandaa r dat de verhale n misschie n iet s t e weinig hebbe n voor havo leerlingen e n i k het werk bi j voorkeur in de bovenbouw va n het vwo zou lezen of i n havo s mochten uw ervarin gen anders blijken ik zou het graag vernemen 19