Uit de ‘Essais’

Publicatie datum: 1992-01-01
Auteur: Montaigne
Collectie: 02
Volume: 02
Nummer: ?
Pagina’s: 12-14

Documenten

montaigne uit de essais montaigne heeft veel over het sterven geschreven in zijn eerste boek wat nadrukkelijker dan in zijn latere essays naarmate hij ouder wordt voelt hij sterker dat het sterven niet iets van het laatste moment is maar daarvan maakt hij in zijn eerste essays ook al gewag water aarde vuur en ander elementen van dit bouwwerk van mij zijn evenzeer de werktuigen van jouw leven als die van jouw dood waarom vrees je je laatste dag die heeft geen groter aandeel aan je dood dan alle andere de laatste pas zorgt niet voor vermoeidheid maar brengt die aan het licht alle dagen gaan naar de dood de laatste komt er aan ziedaar de goede raadgevingen van onze moeder natuur uit i 20 filosoferen is leren sterven over de opvoeding van kinderen men toetert ons alsmaar in de oren alsof men een trechter volgiet en onze rol is slechts om na te zeggen wat ons gezegd wordt ik zou graag zien dat de huisonderwijzer hierin verbetering brengt en aanstonds al naar de bevattelijkheid van wie hij onder handen heeft begint met hem in de ring te rijden door hem van de dingen te laten proeven ze zelf te laten en onderscheiden door hem nu eens de weg te bereiden dan weer die zelf te laten vinden ik wil niet dat hij alles zelf bedenkt en zegt ik wil dat hij ook luistert naar wat zijn pupil zegt socrates en na hem arcelisaus lieten eerst hun leerlingen spreken en spraken dan tot hen obest plerumque ijs qui discere volunt auctoritas eorum qui docent wie leren willen worden meestal gehinderd door het gezag van hun leraren het voedsel ophoesten zoals men het genuttigd heeft is een teken dat het nog rauw en onverwerkt is de maag heeft zijn werk niet gedaan als hij de toestand en de vorm van wat hij ter vertering heeft gekregen niet heeft veranderd 1 26 over de kannibalen montaigne sprak in 1562 via een tolk met uit brazilie afkomstige in dianen die in rouaan aan het hof verbleven van koning karel de ne gende toen 12 jaar oud 12 ze zeiden dat het hun allereerst vreemd voorkwam dat de koning werd omringd door zoveel grote baardige sterke en gewapende mannen waarschijnlijk bedoelden ze de leden van de zwitserse garde en bereid waren te gehoorzamen aan een kind in plaats van een uit eigen kring te kiezen om het bevel te voeren in de tweede plaats zij hebben in hun taal een uitdrukking die mensen aanduidt als elkaars helften hadden ze opgemerkt dat er onder ons mensen waren die rijk voorzien waren van allerlei goede dingen terwijl de andere helften vermagerd door honger en armoede bedelden aan hun deur zij vonden het vreemd dat deze noodlijdende helften die onrechtvaardigheid konden verdragen en de an deren niet naar de keel vlogen en hun huizen in brand staken dat alles is zo slecht nog niet maar het is waar ze dragen geen broeken i 31 over ervaring in duitsland heb ik gezien dat luther minstens zoveel tweedracht en onenigheid heeft nagelaten omtrent de onduidelijkheid van zijn eigen opvattingen als hij er heeft gezaaid over de heilige schriften ons gere detwist berust op woorden ik vraag wat de natuur is of plezier of een cirkel of substitutie de vraag is in woorden gekleed en wordt met ge lijke munt beantwoord een steen is een lichaam maar als wij nu aan houden en een lichaam wat is dat een substantie en een substan tie wat is dat en zo verder dan zouden wij de antwoorder uiteindelijk alle hoeken van zijn woordenboek laten zien wij vervangen het ene woord door het andere dat vaak onbekender is ik die met beide benen op de aarde sta verfoei de onmenselijke wijs heid die ons de zorg voor het lichaam wil doen versmaden en verachten ik acht het even onjuist de natuurlijke genoegens ongenegen te zijn als er te zeer toe te neigen er zijn er die uit beestige domheid zoals aristoteles zegt die ge noegens versmaden ik ken er die zulks uit eerzucht doen waarom ge ven zij er ook niet meteen het ademen aan waarom leven zij niet op eigen kracht en weigeren zij het zonlicht niet omdat zij het voor niets krijgen en het geestelijke noch lichamelijke inspanning kost laat mars of pallas of mecurius hen maar eens spijzigen in plaats van venus ceres en bacchus dat zoekt nog de kwadratuur van de cirkel bij het bestijgen van hun vrouw ik heb er een hekel aan als ons gemaand wordt met de geest in hoger sferen te zijn terwijl wij met het lichaam aan tafel zitten ik wil dat de geest daar niet vadsig onderuit zakt maar dat hij erbij blijft ik wil dat hij aanzit niet dat hij erbij ligt 13 onze plicht is om een levenshouding op te stellen niet om geschriften op te stellen en niet om veldslagen en gewesten doch orde en kalmte in ons optreden te winnen ons grootste en glorieuze meesterwerk is het om passend te leven alle andere dingen regeren gelden vergaren bouwen zijn daarbij op zijn hoogst slechts toevoegseltjes en versierinkjes de mensen vergissen zich het is heel wat gemakkelijker langs de uitersten te gaan waar de rand tot houvast en richtlijn dient dan de middenweg te houden die ruim en open is gemakkelijker ook om de leer dan om de natuur te volgen maar tevens heel wat minder nobel en minder waardig de grootheid van de ziel is niet zozeer omhoog te streven en voorwaarts te streven als wel om zich te schikken en te beperken groots acht zij al wat genoegzaam is en haar verheffing toont zij door de middelmaat boven het uitnemende te verkiezen niets is schoner en gerechter dan goed en naar behoren mens te zijn niets is moeilijker te leren dan zijn leven goed en natuurlijk te leiden en de gemeenste onzer kwalen is ons wezen te miskennen leed genot liefde haat dat zijn de eerste dingen die een kind voelt als nadien de rede komt en ze zich daarnaar schikken dan is dat deugd iii 13 uit essays michel de montaigne vertaald door andre abeling en jos thielens aula het spectrum 1992 isbn90 274 2833 6 14