Tien minuutjes lezen? Dweilen met de kraan open

In het laatste college voor de kerstvakantie zei een van mijn studenten in de tweejarige educatieve master Nederlands: ‘Meneer, ik heb een goed voornemen! In het nieuwe jaar ga ik in 4 havo elke les beginnen met tien minuten vrij lezen.’ Het was haar aangeraden door een bevriende collega op een andere school, bij wie het geweldig werkte: de leerlingen maakten meters in de boeken die ze lazen voor hun literatuurexamen, het vrij lezen werd al snel een routine die veel onrust aan het begin van de les wegnam, en de docent had tien minuten de tijd om de administratie op orde te brengen, lesactiviteiten klaar te zetten en de individuele voortgang van leerlingen te controleren.

Toch reageerde ik wat lauwtjes op het goede voornemen van mijn student, zoals ik laatst ook wat ongedurig met mijn vingers op mijn bureau heb zitten trommelen toen een taalcoördinator op een middelbare school tijdens een Teams-overleg vol enthousiasme vertelde dat elke les op haar school binnenkort zou aftrappen met vijf minuten lezen. Zulke initiatieven begrijp ik op zichzelf wel: de leesprestaties van jongeren dalen al jaren, en aangezien meer dan de helft van de leerlingen niet tot nauwelijks leest in de vrije tijd, is het alleen maar toe te juichen dat taaldocenten een leescultuur in de school van de grond proberen te krijgen.

Als we lestijd reserveren om leerlingen vrij in een boek te laten lezen, moeten we dus royaler zijn in de minuten die we daarvoor inruimen

Alleen: vijf of tien minuten lezen is een uit nood geboren zwaktebod. Onderzoek van het instituut Renaissance Learning uit 2015, uitgevoerd onder ruim 2,2 miljoen leerlingen van allerlei leeftijden en niveaus, laat zien dat er een sterk verband is tussen de tijd die kinderen aan (geëngageerd) lezen besteden en hun scores op leesvaardigheidstests. In die studie bleek de groei van leesvaardigheid alleen gefaciliteerd te worden als leerlingen meer dan 15 minuten per dag lazen, met de sterkste groei bij een leestijd van meer dan 30 minuten per dag. In die wetenschap dweilen we met de kraan open als we leerlingen slechts 5 of 10 minuten aaneengesloten laten lezen. De niet-lezers met een zwakke leesvaardigheid die thuis alsnog geen boek openslaan, zijn met deze interventie niet geholpen – al helemaal niet omdat een groot deel van de voor lezen gereserveerde tijd eenvoudig verloren kan gaan aan randzaken (lang doen over het pakken van een boek, sociaal contact zoeken en/of afronden, etc.).

Als we lestijd reserveren om leerlingen vrij in een boek te laten lezen, moeten we dus royaler zijn in de minuten die we daarvoor inruimen – ook om geconcentreerd en diep lezen te bevorderen, overigens. Ik denk dan aan halve of zelfs complete lesuren, inclusief gerichte (sociale) leeractiviteiten rondom het lezen, bijvoorbeeld conform De Leescyclus (zie Kamp e.a., 2019). Veel beter nog zou het echter zijn als de problematiek van de leescrisis van de eenzame schouders van taaldocenten werd gehaald. We hebben ook in het voortgezet onderwijs schoolbesturen nodig die collectieve leestijd faciliteren, investeren in schoolbibliotheken en zich diepgaand inlezen in het thema geletterdheid. Zoals onlangs ook overtuigend werd uiteengezet in het boek Omdat lezen loont: Op naar effectief leesonderwijs in Nederland (2022), is de leescrisis namelijk een probleem van iedereen – maar zijn het de beleidsmakers die op een sleutelpositie zitten om het tij te keren.

Leerlingen die hun hele jeugd frequent gelezen hebben, hebben op het einde van de middelbare school waarschijnlijk een negen (!) keer grotere groei in woordenschat doorgemaakt ten gevolge van lezen dan hun leeftijdsgenoten die niet of nauwelijks gelezen hebben

Als ik op scholen spreek over het belang van een schoolbrede leescultuur, benadruk ik daarom consequent waarom investeren in leesvaardigheid cruciaal is voor alle schoolvakken op alle niveaus. Kijk alleen al naar woordenschat: leerlingen die hun hele jeugd frequent gelezen hebben, hebben op het einde van de middelbare school waarschijnlijk een negen (!) keer grotere groei in woordenschat doorgemaakt ten gevolge van lezen dan hun leeftijdsgenoten die niet of nauwelijks gelezen hebben (vgl. de gegevens op deze website). Dat betreft ook de zogenaamde schooltaalwoorden: woorden als ‘functie’, ‘relatie’, ‘oorzaak’, ‘aanleiding’ en ‘gevolg’ bevolken al jaren de natuurkunde-examens en aardrijkskundeboeken, maar leiden – als ik docenten in mijn omgeving mag geloven – steeds vaker tot onbegrip, zelfs onder vwo’ers. Hoezeer lezen en (kritisch) denken buiten de taalvakken hand in hand gaan, blijkt intussen wel uit studies die aantonen dat frequent lezen in de vrije tijd een voorspeller is van wiskundige vaardigheden (Sullivan & Brown, 2015) of vaststellen hoe interventies gericht op leesvaardigheid de biologieprestaties van leerlingen kunnen verbeteren (Greenleaf e.a., 2011). Maar ook buiten die kwalificerende taak van het onderwijs heeft een schoolcultuur veel baat bij schoolbrede leesmomenten. Zo bleek uit een studie onder 198 leerlingen in de leeftijd van 9-15 jaar dat frequent lezende kinderen een significant sterkere ontwikkeling van het empathisch vermogen lieten zien dan kinderen die zelden tot nooit lezen (Van der Bolt & Tellegen, 1995).

Kortom: iedere taaldocent met goede voornemens rond het creëren van leestijd in de les moet geen tienminutenklok projecteren, maar in 2023 de barricaden opgaan om een half uur of meer af te dwingen – iedere dag, voor iedere leerling, op een vast moment, in een fysieke houding die de leerling comfortabel vindt, met een docent in de buurt die zelf ook leest. Natuurlijk zullen er uitdagingen zijn: niet alle vrij-lezen-interventies in scholen hebben evenveel succes (zie de recente meta-analyse van Mol, 2022), en de effecten ervan verschillen vaak voor verschillende groepen leerlingen (met als positieve aantekening dat juist zwakke lezers en jongens relatief vaak vooruitgang laten zien). Maar laten we wel wezen: een paar minuutjes een boek openslaan om even te ‘landen’ voordat het lesonderdeel over de foutief beknopte bijzin start, zet al helemaal geen zoden aan de dijk.

Toen ik anderhalf jaar geleden in de Volkskrant iets soortgelijks betoogde (zie Dera, 2021), kreeg ik een mail van een schoolbestuurder die me vroeg waar hij de tijd voor een dagelijks leesuur in godsnaam vandaan moest halen. Minder studielasturen voor Nederlands, misschien? Ik heb hem gesuggereerd vooral te snijden in de zelfstandige werkuren in computerruimtes of op leerpleinen, waar Minecraft, Zalando, het juicekanaal van Yvonne Coldeweijer en de nieuwste unboxing-trends welig tieren (uitzonderingen daargelaten, natuurlijk). Want tieners die dagelijks 6 tot 7 uur op een telefoonscherm doorbrengen, hebben recht op de rust en regelmaat die het lezen van papier hun biedt – en dan niet drie keer in de week een minuut of tien bij Nederlands, maar als systematisch onderdeel van hun tijd op school.

Literatuur

Bolt, L. van der, & Tellegen, S. (1995). The Connection between the Reading of Books and the Development of Sympathy and Empathy. Imagination, Cognition and Personality, 14(3), 247-260.

Dera, J. (2021). Jonge boekmijders verzetten zich het hele jaar tegen lezen, maar er is iets tegen te doen. de Volkskrant, 25-7-2021.

Dijk, Y. van, Klaver, M., Stronks, E., & Hamel, M. (red.). (2022). Omdat lezen loont: Op naar effectief leesonderwijs in Nederland. Huizen: Pica.

Greenleaf, C., Litman, C., Hanson, T., Rosen, R., Boscardin, C., Herman, J., Schneider, S., Madden, S., & Jones, B. (2011). Integrating Literacy and Science in Biology: Teaching and Learning Impacts of Reading Apprenticeship Professional Development. American Educational Research Journal, 48(3), 647-717.

Kamp, I., De Jong-Slagman, J., & Duijvenboden, P. van (red.). (2019). Jeugdliteratuur en didactiek: Handboek voor VO en MBO. Bussum: Coutinho.

Mol, S. (2022). Het belang van voorlezen en zelf lezen voor kinderen en adolescenten: Meta-analyse van het verband tussen (voor)leeservaring en leesvaardigheid. Amsterdam: Stichting Lezen.

Renaissance Learning. (2015). The research foundation for Accelerated Reader 360. Wisconsin: Wisconsin Rapids.

Sullivan, A., & Brown, M. (2015). Reading for pleasure and progress in vocabulary and mathematics. British Educational Research Journal, 41(6), 971-991.

Auteurs:

Jeroen Dera
+ posts

Jeroen Dera (1986) werkt als universitair docent Nederlandse Letterkunde en vakdidacticus Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds zijn promotie op het kruisvlak van literatuurgeschiedenis en mediageschiedenis (2017) legt hij zich in zijn onderzoek toe op het Nederlandse literatuuronderwijs. Daarnaast schrijft hij geregeld over contemporaine dichtkunst. Met Charlotte Van den Broeck publiceert hij in 2020 het boek Woorden temmen: van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera, bedoeld als activerende kennismaking met de moderne Nederlandse poëzie.

Delen: