Elke docent een taaldocent! Maar hoe dan?

Waarom werken de vakken niet allemaal aan taalvaardigheid?

We weten ondertussen wel dat in álle vakken niet alleen aan vakinhoud gewerkt moet worden, maar ook aan taalvaardigheid. We weten namelijk dat leerlingen die taalvaardig zijn betere resultaten halen voor álle vakken. Bovendien zijn taalvaardige leerlingen succesvoller bij elke vervolgstudie en in hun latere loopbaan (Warps, 2021).

Hoe komt het dan dat het werken aan taalvaardigheid bij alle vakken in de praktijk nog weinig gebeurt? De kennis over taal en taaldidactiek bereikt de docenten van niet-taalvakken onvoldoende. Ook worden deze docenten nog te weinig ondersteund. Laten we daar wat aan doen!

Docenten willen wel

Docenten willen best aan taalvaardigheid werken, maar hun prioriteit ligt bij vakinhoud. Het is gelukkig heel goed mogelijk om het werken aan vakinhoud te integreren met werken aan taalvaardigheid. Een deel van de niet-taaldocenten is daarin nu al geïnteresseerd, anderen zijn bereid dit op te pakken als het hun gemakkelijk gemaakt wordt.

Er zijn vele initiatieven, maar bieden ze wat nodig is?

Het is niet zo dat er géén richtlijnen, materiaal en ondersteuning zijn voor docenten. Veel initiatieven komen al jaren met websites, kenniswaaiers, actieplannen en netwerken om het veld te stimuleren om iets aan taalvaardigheid te doen. Zie bijvoorbeeld de Kennistafel effectief leesonderwijs, SLO landelijk netwerk taal en Platform Taalgericht Vakonderwijs.

Bieden al die initiatieven een complete set kennis en materiaal, en zijn er voldoende professionaliseringsmogelijkheden? Sluit wat er is wel voldoende aan bij wat docenten nodig hebben? Daar lijkt het niet op. De leesvaardigheid van leerlingen is immers sinds 2012 steeds slechter in vergelijking met andere landen (zie figuur 1). Bovendien is een kwart van de leerlingen onvoldoende geletterd om als zelfstandige burger deel te nemen aan de samenleving.

Er is weliswaar veel kennis over het ontwikkelen van taalvaardigheid en over hoofdlijnen zijn diverse initiatieven het eens, maar er zijn grote verschillen in diepgang, aanpak en terminologie (zie bijvoorbeeld Hajer, 2022; Houtveen, 2022; Rijckaert, 2023; Snel, 2023). En sommige initiatieven focussen alleen op lezen (zie Swart, 2022). Dat maakt het een taalcoördinator of docent niet gemakkelijk om zich in het onderwerp te verdiepen.

Taalgericht Vakonderwijs is goed, maar er is meer nodig

De al lang (sinds 2004) bestaande didactische aanpak Taalgericht Vakonderwijs is goed, met een theoretische achtergrond, systematische aanpak en voorbeelden. De mensen achter deze didactiek doen in het Platform Taalgericht Vakonderwijs, een samenwerking tussen diverse organisaties in Nederland, hun uiterste best om iedereen met de didactiek aan de slag te laten gaan. Helaas is nog lang niet elke docent met deze aanpak bekend.

Taalgericht vakonderwijs biedt veel handreikingen om met woorden in de klas om te gaan, maar kennis over tekststructuren, omgaan met teksten en hoe je taal gebruikt bij kennisopbouw verdient meer aandacht (zie bijv. Houtveen, 2019, 2022; Rogiers, 2020). Ook kunnen de adviezen over de organisatie rond taal in de hele school uitgebreid worden. Docenten hebben concrete, praktische handvatten en materiaal nodig voor het integreren van taalvaardigheid met de eigen vakinhoud. En een docent kan het ook niet alleen.

Taalvaardigheid in de school is een teamsport: schoolleiders, taalcoördinatoren en docenten van alle vakken moeten ondersteund worden om taalvaardigheid in de school te integreren. De meesten hebben geen tijd om zich uitgebreid in het onderwerp taalvaardigheid te verdiepen en om materiaal te maken voor hun lessen. Maar als je de vele initiatieven bekijkt dan zie je dat er nog een flinke slag gemaakt moet worden door de docent.

Ook de taalvaardigheid van de docent zelf moet op voldoende niveau zijn

En hoe zit het met de taalvaardigheid van de docent zelf? Om met leerlingen het gesprek over taal aan te gaan moet de docent voldoende taalvaardig zijn én kunnen praten over taal. De meeste docenten hebben dat niet meegekregen via hun opleiding (Rijckaert, 2023). Je zou verwachten dat we mogelijkheden bieden om hier iets aan te doen, maar we zien geen initiatieven die docenten ondersteunen bij hun eigen taalvaardigheid!

Wat kunnen we nu doen?

Maak een start met een landelijke, gedeelde en concrete kennisbasis

Laten we zorgen dat alle taalprojecten en -platformen hun kennis bundelen en kiezen voor een landelijke, gedeelde en voldoende concrete kennisbasis voor taalvaardigheid. Deze kennisbasis zou zowel de kennis van taal moeten bevatten als de kennis van de didactiek rond taal, en ook specifiek moeten zijn over de taalleerdoelen voor leerlingen.

Maak gezamenlijk keuzes in de terminologie die we in lessen willen gebruiken rond taal. Dat zorgt ervoor dat de lessen van verschillende vakken elkaar versterken en ondersteunen. Het wordt dan ook mogelijk om materiaal uit te wisselen tussen scholen en om in het onderwijsveld gezamenlijk professionaliseringsactiviteiten te ontwikkelen.

Ga uit van de vakinhoud bij het vak Nederlands, neem Taalgericht Vakonderwijs op en bouw van daaruit verder uit. Zorg voor consistentie met de kerndoelen Nederlands (Prenger, 2023) die nu in ontwikkeling zijn en de Leerlijn begrippen taalbeschouwing (Hoogeveen, 2023). Betrek vertegenwoordigers van alle vakken zodat de vakspecifieke omgang met taal opgenomen wordt. Sluit compromissen daar waar nodig.

Ontwikkel vak(gebied)specifieke professionalisering en lesmateriaal

Docenten hebben behoefte aan vakspecifieke professionaliseringsactiviteiten waarbij ingegaan wordt op de manier waarop taal in het eigen vak gebruikt wordt. Er zijn daarbij concrete handreikingen nodig voor het integreren van vakinhoud en taalvaardigheid. Ook is er professionalisering nodig om de eigen taalvaardigheid op voldoende niveau te krijgen, binnen of buiten de eigen school. Voor het ontwikkelen van deze activiteiten is schaalgrootte nodig, en dat krijg je alleen als de handreikingen nuttig zijn voor meerdere scholen.

Zorg dat ook taaldocenten kennis krijgen van de manier waarop andere vakken met taal omgaan en dit adresseren in hun lessen. Zoek met taalcoördinatoren, secties  en schoolleiders naar manieren om het werken aan taal in de school te organiseren. Streef bij de talen naar het benutten van vakinhoud van eigen en andere vakken voor rijke teksten.

Een landelijke, gezamenlijke aanpak is nodig

De expertise, het enthousiasme en ook de budgetten van de vele taalprojecten en -platformen kunnen beter ingezet worden dan nu. Door een gezamenlijke aanpak kan er meer lijn komen in de informatie naar docenten en kunnen we komen tot concrete en effectieve ondersteuning.

Wij stellen voor om de krachten te bundelen in een landelijke, gezamenlijke aanpak. Wij voorzien de onderstaande stappen om te bereiken dat in alle vakken aan taalvaardigheid gewerkt wordt:

  1. Verzamel de bestaande inzichten over de aanpak van taalvaardigheid van primair onderwijs tot en met hoger onderwijs.
  2. Coördineer de verschillende initiatieven samen tot één landelijke, vakoverstijgende aanpak, betrek daarbij ook de niet-taalvakken en zorg voor inbreng van docenten uit de scholen.
  3. Ontwikkel een landelijke, gedeelde en concrete kennisbasis over kennis en didactiek rond taalvaardigheid voor de hele leerlijn van primair onderwijs tot hoger onderwijs.
  4. Inventariseer de behoefte aan verdere ontwikkeling van de kennisbasis.
  5. Stimuleer het aanbod aan professionalisering via niet-commerciële organisaties.
  6. Ontwikkel praktisch lesmateriaal en ook methodieken om taalvaardigheid te meten, deels ook vakspecifiek.
  7. Zorg dat de informatie makkelijk vindbaar en toepasbaar is voor docenten, taalcoördinatoren en schoolleiders.
  8. Verspreid de kennis actief naar docenten, scholen, lerarenopleidingen en andere betrokkenen.
  9. Ga de kennis de komende jaren verder detailleren en bijstellen op basis van praktijkervaringen.

Wat kunnen we nu doen? Wij zijn bezig met het verzamelen van informatie voor de eerste versie van de kennisbasis in het kader van een project voor de NVON (vakvereniging bètavakken) in samenwerking met de vo-ho netwerken AlfaGammapartners en Bètapartners. Een eerste aanzet voor een kennisbasis is inmiddels  gepubliceerd (Bouma, 2023). Hierbij is uitgegaan van het materiaal van de diverse initiatieven en er is een brede groep mensen geraadpleegd. Deze aanzet moet worden aangevuld tot één complete kennisbasis. Het is nog niet zo duidelijk wie hier de regie in kan voeren.

Mocht je goede ideeën hebben of mee willen denken aarzel dan niet om contact met ons op te nemen via Liliane Bouma: liliane@lilianebouma.nl.

Bronnen

Auteurs:

Liliane Bouma

Liliane Bouma is zelfstandig adviseur en heeft gewerkt als docent natuurkunde en coördinator van het bètasteunpunt bij Bètapartners. Voor de vakvereniging NVON (Vakvereniging docenten natuurwetenschappen) voert ze een inventarisatie uit naar schoolbreed samenwerken aan ontwikkeling van taalvaardigheid.

Marjolijn Feddema

Marjolijn Feddema is naast docent Nederlands bij Alasca vaksteunpuntcoördinator Nederlands bij het vo-ho netwerk AlfaGammapartners. Het vaksteunpunt ondersteunt docenten Nederlands en heeft ook een rol in schoolbrede taalvaardigheid. Marjolijn is ook lid van WODN en webredacteur voor didactieknederlands.nl.

Delen: