Het vak Nederlands in 2025 (deel 2)

Deze maand een blog waarin het scenario Budget voorop staat. Hoe kan het vak Nederlands in dit scenario eruitzien en wat betekent dat voor docent en leerling?

Een dag uit het leven van een leerling in de efficiëntiemaatschappij

Mijn naam is Robin. Ik ben 16 jaar oud en mij is gevraagd eens een dag uit mijn schoolleven te beschrijven. Aangezien ik inzie dat zo’n verslag bij kan dragen aan de verbetering van ons onderwijs, doe ik dat graag.

Communicatie

Het is maandag en de wekker gaat bij mij om 7.00 uur. Mijn werkzaamheden beginnen om 8.00 uur, maar door een uur eerder op te staan, heb ik genoeg tijd om te ontbijten (zonder ontbijt kan geen mens productief zijn) te douchen en mijn tanden te poetsen (een gezonde geest huist in een schoon lichaam). Om 8.00 uur zet ik mijn laptop aan en log ik in bij school. Ik zie dat de vier groepsgenoten met wie ik mijn leerbedrijfje run (een verplichting in het vierde schooljaar – zonder doel in het leren leert men minder goed), ook precies op tijd inloggen: fijn, zo gaat er geen tijd verloren. Binnen het leerbedrijf heeft elk van ons een eigen taak; mijn taak is de klantenservice. Om die reden ben ik van 8 tot 8.30 bezig met het beantwoorden van vragen en opmerkingen van (potentiële) klanten, via mail.

Om 9.00 uur vertrek ik naar school, met de elektrische schoolbus. Daar volg ik van 9.30 tot 11.30 het vak TCC (Taal, Cultuur: Communicatie). TCC is het belangrijkste vak op school. Goede communicatieve vaardigheden stellen ons immers in staat om snel van doel naar gewenst effect te komen en zijn dus een voorwaarde om in onze op efficiëntie ingerichte samenleving prettig te kunnen leven. Omgekeerd kost gebrekkige communicatie de samenleving handenvol geld!

Bewuste vertraging

In de 120 minuten TCC op maandagochtend doen we twee onderdelen. Het eerste uur maken we bewust ruimte voor vertraging door juist taal te lezen die niet zo helder en direct is als waar we doorgaans naar streven. We lezen, collectief in onze groep van 50 leerlingen en begeleid door onze docent, poëzie. Vandaag is dat een vertaald gedicht van de Poolse dichteres Szymborska. Door het gedicht te lezen en klassikaal onze gedachten erover te vormen en te verdiepen, prikkelen we onze reflectieve vermogens. Deze vermogens zijn een voorwaarde om onze communicatieve vaardigheden te kunnen ontwikkelen, ontdekten wetenschappers jaren geleden; logisch dus dat er bij TCC tijd voor bewuste vertraging vrijgemaakt wordt.

Het tweede uur TCC luisteren we naar onze docent die ons meeneemt op een tocht door de ideeëngeschiedenis, aan de hand van diverse verhalen en gedichten. Vandaag horen we over Perceval en Eline Vere en kijken we een fragment uit de serie The Crown. Hiervan leren we nadenken over wat typisch menselijke dilemma’s zijn, door alle eeuwen heen, in alle geledingen van de samenleving. Bijzonder nuttige kennis voor wie een supercommunicator wil worden. Heel fijn is het dat onze docent geïnspireerd en helder kan vertellen en ook precies die vragen stelt die ons tot inzicht doen komen. De kwaliteit van deze les scheelt ons uren lees- en/of kijktijd.

Geen tijd verloren

Na TCC volgen we andere vakken, maar het laatste uur op maandag (15.30 tot 16.30) wordt opnieuw besteed aan dit belangrijke vak. Ditmaal bespreken we in onze leerbedrijfgroepen communicatieve problemen die we vandaag zijn tegengekomen en mogelijke oplossingen daarbij. Wie goed meedoet, krijgt van de docent altijd zeer bruikbare tips mee naar huis, die de tijd die het maken van de verplichte leerbedrijfopdrachten kost, aanzienlijk verkorten.

Wanneer ik om 17.00 uur weer thuis ben, is het tijd voor mijn hobby (zonder persoonlijke passie kun je de passies van anderen niet begrijpen): gitaarspelen. Na het eten doe ik huiswerk voor TCC: ik kijk of ik elementen uit het hoorcollege van vanmorgen herken in een aflevering van de televisieserie The Wire (iedere leerling van het vierde jaar kijkt dit jaar elke week een aflevering van deze serie). Na een laatste blik op mijn digitale agenda – morgen o.a. de keuzemodule Internationale taal- en cultuurvariatie die ik koos omdat ik wil leren hoe ik meer en beter contact met klanten uit diverse buitenlanden kan hebben – sluit ik mijn ogen. Het was, zoals ik al jaren gewend ben inmiddels, een welbestede dag.

De TCC-docent: een alleskunner

Robin is een gelukkige leerling en enthousiast over TCC onder andere vanwege de docenten die dit vak geven. In de efficiëntiemaatschappij kun je niet zomaar TCC-docent worden. Communicatie is een te belangrijk en te ingewikkeld onderdeel van het menselijk verkeer om in te kunnen lesgeven met slechts de beperkte hoeveelheid studiejaren die talendocenten vroeger hadden. Wie tegenwoordig leraar TCC wil worden, moet, net als bij een medicijnenstudie, na zijn basisstudie (twee talen) nog zes jaar doorstuderen voor het TCC-leraarschap. Die zes jaar zijn alleen toegankelijk voor studenten met de hoogste gemiddelden in de basisstudie en de stevigste motivatie voor het vak van leraar. Het gevolg van deze strenge eisen en uitgebreide, diepgaande opleiding is dat TCC-docenten alleskunners (en -denkers) zijn. Zij hebben kennis van en inzicht in diverse taalgebieden en -culturen, zowel in onderscheidende geschiedenissen en filosofieën als in overkoepelend menselijke psychologie, sociologie en antropologie. De vakinhoudelijke kwaliteit én didactische kennis en vaardigheden die TCC-docenten in hun studie opdoen, heeft er vermoedelijk toe bijgedragen dat TCC inmiddels een succesvol, populair schoolvak is, waarvan de efficiëntiemaatschappij de afgelopen jaren heel duidelijk het nut begint te merken.

Andere scenario’s

Auteurs:

Martijn Koek
mkoek@hva.nl + posts

Martijn Koek (1969) werkt als docent Nederlands en Literatuur aan het Keizer Karel College in Amstelveen en sinds 2018 ook als lerarenopleider aan de Hogeschool van Amsterdam. Naast zijn werk als leraar is hij betrokken geweest bij de ontwikkeling van de website Lezen voor de Lijst en publiceerde hij diverse artikelen over literatuuronderwijs. In 2014 werd hij verkozen tot beste leraar Nederlands van Nederland. De afgelopen jaren deed hij onderzoek naar de mogelijke invloed van literatuuronderwijs op het kritisch denkvermogen van vwo-leerlingen, onder begeleiding van Gert Rijlaarsdam (UvA), Tanja Jansen (UvA) en Frank Hakemulder (UU).

Marijke Potters

Marijke Potters (1956), lerarenopleider Nederlands BA en MA aan de Hogeschool van Amsterdam sinds 2012. Daarvoor werkzaam als docent Nederlands in het VO (vmbo, havo, vwo) en MBO. Co-auteur van de methodes Taallijnen en Talent en van een nieuw te verschijnen didactiekboek Jeugdliteratuur.