Lezen in mbo: vanzelfsprekend

Studenten in de laagste mbo-niveaus

Als docent Nederlands aan de lerarenopleidingen van het hbo en docent generieke vakken mbo kennen wij de ROC-wereld goed. Ons hart klopt speciaal voor de studenten met de laagste (taal)niveaus. Studenten die van huis uit weinig taal meekrijgen of een niet-Nederlandstalige achtergrond hebben. We zien hen in het entree-onderwijs en mbo-niveau 2 zwoegen op hoofdgedachtes en signaalwoorden, op spelling en grammatica. Dezelfde stof die ze in het basisonderwijs en het vmbo ook al niet begrepen. Dat gaf niet, want het waren immers altijd al de leerlingen die ‘toch met hun handen zouden gaan werken’. Nu ze in het mbo zijn beland, werken ze opnieuw braaf hun methodes Nederlands door waar het nooit gaat over de inhoud van de vaak sterk verarmde teksten met oninteressante onderwerpen, maar alleen over tekstdoelen en tekstsoorten. Vaak halen ze toch hun examen, maar dat voorkomt niet dat ze toch nogal eens laaggeletterd de maatschappij in gaan. Misschien worden ze wel heel goed in hun vak, maar als ze zich verder willen ontwikkelen, gaat dat niet lukken doordat ze nauwelijks kunnen lezen en schrijven.

En hun docenten, wij dus?

Docenten in het mbo zijn vaak bevlogen mensen die kiezen voor deze vorm van onderwijs. Maar wij, als docenten, zitten met onze handen in het haar. We hebben weinig tijd (soms maar een uur per week) en die gebruiken we om met methodes Nederlands te oefenen voor examens. We kunnen niet anders. We hebben trouwens allang gemerkt dat onze studenten echt niet van het vmbo komen met niveau 2F, soms ook niet met 1F trouwens. We zien ook heel goed dat een student die geen idee heeft waar een tekst over gaat, niet kan leren wat de hoofdgedachte is. Toch, we gunnen onze studenten het allerbeste. We vullen onze weinige lessen met oefenen en het aanleren van trucjes zodat studenten toch nog een kans maken op het examen. En zodat ze -zoals we veel zien bij NT2-studenten- hun dromen kunnen blijven koesteren: tandarts worden of advocaat. Ruimte om werkelijk met taal bezig te zijn, hebben we lang niet altijd.

Ruimte om werkelijk met taal bezig te zijn, hebben we lang niet altijd.

Hoe kan het ook?

Als een student taalzwak is, vergroot hij zijn woordenschat echt niet door een methode door te werken, of dat nu op papier is of via de computer. Hij gaat van zo’n methode ook niet beter lezen of schrijven. Mariska Okkinga vond in haar proefschrift over Nieuwsbegrip dat vmbo-leerlingen met een kleine woordenschat maar weinig profiteren van leesstrategieën. Datzelfde geldt voor mbo-studenten met een beperkte woordenschat. Ook zij zullen onvoldoende profiteren van leesstrategieën of van losse grammatica, spelling of -woordenschatlessen uit de taalmethode. Wat hebben deze studenten dan wel nodig? Ze moeten hun taalbasis vergroten. En hoe doen ze dat? Door zoveel mogelijk te lezen. Alles wat ze interessant vinden. Als het niet lukt, mogen ze luisteren naar luisterboeken via luisterbieb. Of ze lezen digitaal met Yoleo. Als ze maar taal binnenkrijgen. Hun docent observeert, leest mee, helpt ze kiezen en praat met ze over wat ze lezen. Hij juicht als hij ze heeft kunnen interesseren voor een serie, want een leesserie lezen/luisteren is pas echt goed voor hun begrip en woordenschat. Hij legt de methode aan de kant, en werkt een hele periode lang over één interessant thema, zodat zijn studenten echt aan hun taal kunnen bouwen. Hij bespreekt actuele teksten en maakt die begrijpelijk met filmpjes en foto’s. Hij leest deze teksten herhaaldelijk met studenten en hij praat er met ze over. Hij laat zijn studenten schrijven over zo’n tekst, eerst één zin en later een alinea of een hele tekst.

Steeds meer ROC’s in Nederland laten zien dat lezen in het mbo mogelijk is.

Maar het lukt toch niet zomaar om mbo-studenten aan het lezen te krijgen?

Natuurlijk, de meeste mbo-studenten komen om een beroep te leren en niet om te lezen. Maar je hebt als ROC-docent een verantwoordelijkheid. Je wilt je studenten afleveren als vakmannen en vakvrouwen. Je wilt ook dat ze veilig werken (34-40% van de lager opgeleide werknemers in bouw en industrie, schoonmaak, productie, landbouw en keuken kan niet goed lezen en schrijven (Stichting Lezen en Schrijven, 2019). En dat ze als geïnformeerde, kritische burgers participeren in de samenleving. Daarvoor is het nodig dat ze kunnen lezen. Dat kun je studenten uitstekend duidelijk maken. Als je vertelt waarom hun opleiding heeft gekozen voor lezen, als je zorgt voor een dagelijkse leesroutine waarbij ze zich veilig voelen, dan zie je dat het lukt, al moet je soms een lange adem hebben (en boeken; dat er nog steeds ROC’s zonder bibliotheek zijn, is zeer zorgwekkend). Steeds meer ROC’s in Nederland laten zien dat lezen in het mbo mogelijk is. En misschien moeten we als docenten Nederlands zelfs wel een stapje terug doen. Laat studenten boeken lezen met hun leraren timmeren, elektriciteit, verzorging. Leraren die misschien zelf ook geen lezers zijn, maar hun studenten nog beter kunnen laten zien dat lezen er werkelijk toe doet.

Maar waarom wij, het mbo?

Waarom het mbo en niet het basisonderwijs en het vmbo? Omdat we gewoon ergens moeten beginnen en het liefst in basisonderwijs, vmbo en mbo tegelijk. Laten we als leraren Nederlands niet naar elkaar wijzen en treuren over de teloorgang van ons prachtige vak, maar de handen ineen slaan zodat alle leerlingen van dat mooie vak kunnen profiteren.

Auteurs:

Frank Schaafsma

Frank is 29 jaar werkzaam in het onderwijs, waarvan 9 jaar als leraar in het voorgezet onderwijs en verder bij de entree-opleiding van ROC Deltion College in Zwolle. Sinds 2015 is hij projectleider bij Deltion voor de generieke vakken en vanuit zijn leservaringen en observaties is hij steeds meer gaan nadenken over betekenisvol (taal)onderwijs. Hij zag dat veel van de aangeboden lesstof (in o.a. methodes) te weinig aansluit bij de situatie en belevingswereld van zijn studenten. Hij volgde een masteropleiding, waar hij onderzoek deed naar taalonderwijs in de context. Bij Deltion heeft hij zich, samen met o.a. Hogeschool Windesheim en Stichting Lezen hard gemaakt voor vrij lezen. Eerst met zijn eigen klas, daarna de hele entree-opleiding en ondertussen wordt bij Deltion op grote schaal het leesonderwijs vorm gegeven. Om ook vrij lezen meer context te geven is Frank nu, samen met Hogeschool Windesheim bezig het taalonderwijs, inclusief lezen, te koppelen aan contextrijke burgerschapsthema’s. Dit doet hij sinds 2015 als projectleider voor de generieke vakken en sinds 2017 ook als projectleider voor loopbaanontwikkeling en –begeleiding binnen het Deltion College.

Erna van Koeven

Erna van Koeven rondde in 1989 de studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam af en promoveerde in 2011 bij de letterenfaculteit aan dezelfde universiteit. Zij is werkzaam bij de afdeling educatie van de Hogeschool Windesheim te Zwolle. Ze verzorgt colleges aan de leerroute Expert taal/dyslexie en NT2/nieuwkomers/culturele diversiteit van de Master Special Educational Needs (SEN). Ook begeleidt ze praktijkgericht onderzoek van studenten. Ze voert scholingstrajecten uit in voornamelijk het basisonderwijs en het mbo. Daarnaast werkt ze als onderzoeker. Ze deed ontwerpgericht onderzoek naar lezen in het mbo. Ze werkte ook mee aan verschillende vakgerichte publicaties.