Het vak Nederlands in 2025 (deel 4)

Groeien en bloeien voor het leven

Vrijheid, verantwoordelijkheid en broederschap

Openbaar onderwijs voor iedereen. Een belangrijk maatschappelijk doel is om de school een sociale gemeenschap te laten zijn waarin alle bevolkingslagen, levensbeschouwingen en wat dies meer zij gelijke kansen krijgen voor hun cognitieve ontwikkeling, leren met elkaar samen te leven en leren omgaan met vrijheid en democratie. Taal is de belangrijkste verbindende factor in een samenleving, daarom is de voertaal op school in álle vakken Nederlands (uitgezonderd de vreemde talen).

Om iedereen het gevoel te geven dat hij gekend wordt, is de school niet groter dan ca 600 leerlingen, 60 fte docenten en 3 fte management. Met het oog op hun culturele socialisatie is het belangrijk dat leerlingen in alle vakgebieden (basis)kennis en vaardigheden opdoen zodat ze buiten en na hun schooltijd gemeenschappelijke referentiepunten hebben en volwaardig aan de maatschappij kunnen deelnemen. Voor Nederlands gaat het om kennis over taal, communicatie en cultuur. Het leren vindt niet altijd plaats in het klaslokaal, maar soms ook in de natuur en in ‘de echte wereld’.

Het voortgezet onderwijs heeft een Middenschool (jaar 1-3) voor alle leerlingen en een Schakelschool (jaar 4-6) voor praktijkgericht en voorbereidend hoger onderwijs. Aan het eind van het derde jaar maakt de leerling een keuze tussen praktijkgericht of voorbereidend hoger onderwijs. Er is een referentiekader waarin voor alle vakken en vakgebieden op zes niveaus globale doelen zijn geformuleerd. Leerlingen kunnen dus op de Midden- of de Schakelschool een vak of vakgebied (ook praktijk) op drie niveaus volgen en afsluiten.

Het onderwijs

Een schooldag duurt van 8:30 tot 16:30. In het ochtendprogramma volgen de leerlingen drie basisvakken. ’s Middags werken ze aan vakoverstijgende of maatschappelijke projecten, doen ze aan sport of krijgen ze les in drama, muziek en andere kunstzinnige vormen. Ook is er een nieuwscentrum voor de digitale schoolkrant en een leerlingenraad. In het studiecentrum kunnen leerlingen begeleid (helpdesk) aan hun huiswerk werken. De klassen zijn heterogeen (leeftijd, niveau) en bestaan uit maximaal 21 leerlingen. Elk jaar vertrekken zeven leerlingen uit de klas naar de schakelschool en stromen er zeven nieuwe leerlingen uit het basisonderwijs in (een klas bestaat dus drie jaar). Voor bepaalde doeleinden (bijv. project, sport) kunnen klassen worden gesplitst of samengevoegd.

De docent

De leraren zijn niet alleen vakinhoudelijk en vakdidactisch goed geschoold, maar ook pedagogisch. Leren en samenleven doe je met elkaar. Het pedagogisch klimaat is sterk gericht op de verantwoordelijkheid van iedereen voor het welzijn van iedereen, en op de sociale en cognitieve ontwikkeling van iedere leerling persoonlijk. Het uitgangspunt is dat de leerlingen alle gelegenheid krijgen om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Docenten werken in teams van vakgebieden die samen het programma voor drie jaar ontwerpen en ook uitvoeren. In principe houden docenten een klas dus drie jaar zodat zij de meerjarige ontwikkeling van de leerlingen in hun vakgebied goed kunnen monitoren. Leerlingen kunnen zelf aangeven wanneer ze klaar zijn voor een bepaalde toets of examen.

Zara (15 jaar), derde jaar Middenschool

Zara arriveert ruim op tijd op het lommerrijke schoolterrein en praat met wat vriendinnen. De klas is gemengd, waardoor Zara ook optrekt met jongere leerlingen. Ook kent ze oudere leerlingen die nu op de Schakelschool zitten. Om half negen gaat de bel en begeven de meisjes zich naar hun eerste les. Elke ochtend volgen ze drie lessen van 75 minuten in de ‘basisvakken’. Vandaag staan Nederlands, wiskunde en aardrijkskunde op het programma. Bij Nederlands begint de docent met een interessante uitleg over taalontwikkeling en taalverlies. Deze uitleg is bedoeld voor de leerlingen die Nederlands dit jaar op het hoogste niveau willen afronden waarvoor ze een onderzoekje moeten doen naar taalontwikkeling. De andere leerlingen werken verder aan hun eigen planning, waarbij ze verschillende oefeningen maken. De docent helpt leerlingen, maar leerlingen helpen ook elkaar. Zo bespreekt Zara een zelfgeschreven verhaal van Wendy uit het eerste jaar en geeft haar tips voor de revisie. Door deze samenwerking kan elke leerling zowel sociaal, cognitief als metacognitief groeien, terwijl de docent ervoor zorgt dat ook de leerlingen die ouder zijn én op een hoger niveau werken voldoende uitdagingen krijgen.  

Na de middagpauze gaat Zara naar het projectlokaal voor het project ‘Het leven in de Middeleeuwse stad’. Een vakoverstijgend project voor twee klassen met deelonderwerpen als ‘handel en communicatie’, ‘het literaire leven‘, ‘religie en wetenschap’, ‘eten en drinken’ en ‘wonen en gezondheid’. Het groepje van Zara heeft gekozen voor rondtrekkende wagenspelen. Waarbij ze zich hebben verdiept in de toenmalige taal en verteltechnieken, en in het toneelspel Mariken van Nieumeghen. Volgende week moeten ze een presentatie houden en een deel van het wagenspel opvoeren.

Om drie uur gaan Zara en haar klasgenoten naar de zelfwerkruimtes waar ze werken aan hun basisvakken. Om vier uur zijn ze klaar en ploffen ze met een boek in de kussens van de rijk gevulde leeshoek. Een half uur later gaat de bel.

Andere scenario’s

Avontuur
Budget
Comfort

Auteurs:

Theo Witte
+ posts

Theo Witte is vakdidacticus Nederlands en was verbonden aan de lerarenopleiding Rijksuniversiteit Groningen.

Nadia Klijn
+ posts

Nadia Klijn is docente Nederlands op het Stedelijk Gymnasium Breda.

Delen: