Bullets de deur uit?

Zelfontworpen en gedeelde opdrachten in ‘de drive’ van de Facebookgroep Leraren Nederlands. We zijn er als collega’s dol (en trots) op. De groep brengt ons frisse lesideeën en geeft gemak. Het lesmateriaal speelt vrijwel altijd meer in op de actualiteit dan methodes dat kunnen en geeft ons de mogelijkheid zonder al te veel werkdruk (gedeeltelijk) eigen lessen te ontwerpen door gebruik te maken van de kracht van de groep. De formule is supersimpel en dat maakt haar in onze ogen ook zo succesvol: iedereen mag álles halen en brengen, vrijwilligers zetten het in het juiste mapje; samenwerking in optima forma!

De keerzijde ervan is dat er een vergaarbak ontstaat van rijp en groen lesmateriaal van en voor iedereen. Wel aansluitend bij het doel van de drive (laagdrempelig delen), maar het is lang niet altijd duidelijk welk doel een opdracht heeft; wat wordt er nou eigenlijk geleerd door de leerling? Wij, Hanneke Gerits en Nienke Nagelmaeker, denken dat de kwaliteit van de opdrachten verbeterd kan worden door het hanteren van een aantal ontwerpprincipes. Bovendien wordt zo inzichtelijker wanneer een opdracht geschikt is voor het doel van je les. Een kleine maatregel met groot effect.

Druk

Zolang er geen platform bestaat waar (wetenschappelijke) achtergrond of verantwoording bij gedeeld lesmateriaal beschreven wordt, is het riskant om lukraak materiaal van internet te plukken. Juist onder tijdsdruk zijn we geneigd ‘even wat van de drive (of elders van internet) te plukken’, en ja, daar maken wij onszelf ook schuldig aan.

Zo viel ons oog vorig jaar vlak voor de zomervakantie, terwijl we naarstig en gehaast zochten naar afstand-geschikt onderwijs, op de opdracht die we in deze kwestie gebruiken[2]. Op het eerste gezicht een mooie, leuke opdracht die we beiden graag wilden inzetten in onze lessen. In tweede instantie een opdracht die in onze ogen met een aantal simpele ingrepen om te bouwen is naar een betere, meer doordachte opdracht. Door middel van analyse en revisie willen we laten zien welke ingrepen dat zijn en welke principes daaraan ten grondslag liggen.

De opdracht

“Drie keuzemodules, vers van de pers. Leerlingen die ambitie hebben, kunnen zich deze laatste weken verdiepen in de rijkdom van (onze) taal.”

Met bovenstaande zin opent de eerste van drie keuze-opdrachten die we online vinden, allemaal geschreven volgens hetzelfde stramien: een titel en een ondertitel, gevolgd door een rijtje bullets. Achter iedere bullet een korte zin met een doe-taak in de gebiedende wijs. De bullets suggereren deeltaken en een fasering, maar niet elk bolletje is een deeltaak en ze hoeven bij nadere bestudering niet in een vaste volgorde afgewerkt te worden om tot een succesvol eindresultaat te komen.

De opdrachten zijn volgens de aankondiging expliciet bedoeld voor leerlingen met ambitie. Het is mogelijk dat ambitieuze leerlingen goed raad weten met zo’n opdracht: zij zetten de opdracht naar hun hand. Voor de ambitieuze leerlingen die wij kennen rees bij ons de vraag of die wel voldoende uitgedaagd zouden worden of zelfs zouden leren van een opdracht die gepresenteerd wordt als een afvinklijst. De taak richt de focus van leerlingen op het achtereenvolgens afwerken van de doe-taken. Het laatste vinkje gezet? Klaar!

Keuzemodule 1: pecha kucha

Een onderzoek over taal

– Zoek op YouTube op wat een pecha kucha is. Voorbeeld: https://youtu.be/ygo6-QY0FkU
– Schrijf duidelijk op wat het is en noteer 3 tips uit de video die je handig vindt.
– Kies een taalkundig onderwerp dat je interessant vindt, bijvoorbeeld straattaal, jongerentaal apptaal, taalverandering van kinderen, dialecten, het Nederlands volkslied, taal bij dieren. Of leg een onderwerp voor aan de docent.
– Zoek ten minste 3 uitgebreide artikelen, kopieer deze in Word.
– Markeer alle informatie die je wil gebruiken in je pecha kucha. Heb je genoeg informatie? Zo nee, zoek meer.
– Maak een script voor je pecha kucha. Je hoeft maar 10 slides te hebben van 20 seconden. Officieel is dat 20 sliders, maar wees vrij. Zoek ten minste 10 afbeeldingen en schrijf daarbij 10 tekstjes van 20 seconden (niet meer en niet minder, dus probeer een beetje uit).
– Maak de pecha kucha in Powerpoint.
– Neem je stem op in de Powerpoint of presenteer de Powerpoint in Teams aan de docent.
– Criteria: 1. De presentatie is inhoudelijk sterk. 2. Je vertelt veel nieuwe info over het odnerwerp 3. De afbeeldingen zijn pakkend 4. Het inspreken verloopt goed en strak. 5. Je stemgebruik is afwisselend (toon, volume, pauzes etc).

(Deze opdracht gebruiken we met medeweten van de ontwerper en is slechts exemplarisch om de inhoud en de ontwerpprincipes in deze blog te duiden.)

Van doen naar leren

Leren ontstaat volgens ons als leerlingen het wat, hoe en waarom met elkaar kunnen verbinden. De verschillende acties (doe-dingen) dienen een leerdoel of leerdoelen. Welk leerdoel is behaald als je een bepaalde actie hebt gerealiseerd? Wat is er geleerd? In deze opdracht ontbreken de leerdoelen, of ontbreekt het punt waarop leerlingen zelf over de te behalen leerdoelen nadenken. In deze pecha kucha-opdracht duidt vrijwel elk bolletje een doe-opdracht aan; doe dit, doe dat. Hieronder beschrijven we hoe de doe-opdrachten vrij gemakkelijk in leertaken om te zetten zijn.

Analyse deel 1: Wat zegt de opdracht zoals hij nu is geformuleerd?

De titel en de ondertitel luiden als volgt:

  1. Pecha Kucha
  2. Een onderzoek over taal

De titel bevat de vorm van de presentatie; het maken ervan zou het (hoofd)doel van deze opdracht kunnen zijn. De titel lijkt geen verband te houden met de ondertitel, ook onderzoek doen (naar taal) is een doel dat de leerling met deze opdracht kan behalen. Beide doelen zijn behaald als de leerling ze heeft gedaan, maar er wordt niet geduid wat de leerling gaat leren. In de herziening hebben we dit leren centraal gezet.

Een mogelijke herziening:

In deze opdracht leer je twee dingen:

  1. Je leert hoe je onderzoek kunt doen naar taal.
  2. Je leert hoe je een doel- en publieksgerichte onderzoekspresentatie kunt maken in de vorm van een pecha kucha.
Analyse deel 2: de bullets

De opsomming van bullets lijkt, zoals gezegd, willekeurig en biedt geen inzicht in de fasering van de handelingen: welke taak hoort bij welk leerdoel? Je zou de taken best om kunnen draaien; eerst drie artikelen over een taalverschijnsel zoeken en als vierde taak pas een YouTube-filmpje met de uitleg over een pecha kucha bekijken. Een logisch gevolg van het gegeven dat de twee doelen ̶- (leren) onderzoek te doen en (leren) te communiceren – niet in functioneel verband zijn geplaatst. Om daadwerkelijk procedurele kennis op te doen die je in een nieuwe, onbekende situatie in kan zetten, zou je verwachten dat de taak die je als eerste uitvoert, invloed uitoefent op de taken die erna komen.

Hoe zou je deel 2 kunnen herzien?

Denk Ikea: de handleiding om een kast in elkaar te zetten, start met het plaatje van de kast (doel), en een plaatje van alle onderdelen en gereedschappen die je nodig hebt om de kast in elkaar te zetten (start). Je krijgt te zien waar je naartoe moet, en welk materiaal je nodig hebt om daar te komen. Voor een leertaak werkt dat principe ook: leerlingen zien welke elementen zij nodig hebben om te starten, wat het eindproduct zou kunnen zijn, en krijgen of ontwikkelen inzicht in de route, de fases, en wat de tussenuitkomsten zijn van die fases. Als een tussenuitkomst niet klopt (de deur van de kast zit ondersteboven), dan moeten ze terug. Hoe ontwerp je als leraar zo’n opdracht?

  1. Groepeer. Er wordt een geleding zichtbaar, bolletjes horen bij elkaar, benoem tot welk leerdoel zo’n groep hoort.
  2. Faseer. Zet de groepjes bolletjes in de best mogelijke volgorde; fasen in het leerproces. Benoem elk van die fasen.
  3. Voeg evaluatiecriteria toe. Voeg aan het eind van elke fase toe hoe het tussenproduct eruitziet en, als dat kan, leg uit wat de kwaliteit van dat tussenproduct moet zijn om verder te gaan.

Denk aan de handleiding voor de kast: als de deur ondersteboven zit, klopt dat niet met het beoogde doel. Dus: Loopt de leerling vast, of is de opdracht niet geslaagd, dan gaat hij terug en probeert het opnieuw.

Analyse deel 3: betekenis geven

Met zo’n aanpassing van de pecha kucha-opdracht kun je volstaan, maar er kan nog meer met een opdracht. Is het je doel dat leerlingen dingen maken? Of wil je dat leerlingen dingen léren maken? Dit gaat niet alleen om het verbeteren van een instructie aan leerlingen, maar over de betekenis die je hecht aan het schoolvak Nederlands.

In het funderend onderwijs komen leerlingen op school om dingen te doen, maar vooral om dingen te leren doen die ze kunnen benutten tijdens een vervolgopleiding. Het kan prima zijn om leerlingen een keer kennis te laten maken met de presentatievorm ‘pecha kucha’, maar het is nog mooier wanneer zij in de toekomst weten wanneer de pecha kucha een geschikte presentatievorm is voor het doel dat ze willen bereiken. Ontwerp je opdrachten om leerlingen een taaltaak uit te laten voeren, of ontwerp je een leertaak waarin een leerling nog altijd de taaltaak uitvoert, maar daarnaast ook leert hoe hij deze taak aanpakt, monitort en evalueert, zodat hij in de toekomst in nieuwe en onbekende situaties een beroep kan doen op deze kennis. In het kerncurriculum Nederlands dat momenteel herzien wordt, wordt dit als volgt beschreven:

“Leerlingen leren welke taalleervaardigheden ze nodig hebben om talige activiteiten effectief uit te voeren. Ze leren (realistische) taalleerdoelen te stellen en effectieve (meta)cognitieve strategieën toe te passen om de gestelde taalleerdoelen te bereiken. Om dat goed te kunnen doen, leren ze om de effectiviteit van hun aanpak te bekijken en te evalueren in relatie tot de gestelde taalleerdoelen en hun eigen verwachtingen. Leerlingen worden zich ervan bewust dat ze hun taal en taalgebruik kunnen verbeteren door taalbronnen te raadplegen en feedback op hun aanpak en prestaties op waarde te schatten en te verwerken. Ook leren ze om bruikbare feedback te geven op de aanpak en prestaties van medeleerlingen. Ze kijken niet alleen terug, maar leren ook te verwoorden hoe prestaties en opgedane leerervaringen van invloed zijn op toekomstige taalgebruikssituaties.” (https://www.curriculum.nu/download/voorstellen-nederlands/ GO2)

Neem je dit als uitgangspunt dan zien de herziene stappen er als volgt uit:

Herziening: context creëren voor een leertaak:

De leerling oriënteert zich nu eerst op de taak en de uitkomst, we kunnen hem bijvoorbeeld vragen: Wat is het doel van onderzoek doen (naar taal)? Wat weet je of kun je als je hebt geleerd onderzoek te doen? De uitkomst van de taak is niet alleen een onderzoeksresultaat, maar ook een leerresultaat: de leerling heeft kennis en ervaring opgedaan om een (nieuwe) leertaak aan te pakken. Dit leidt tot een ander soort vraagstelling dan we in de voorbeeldopdracht zien. In het schema hebben we ze naast elkaar gezet:

NietWel
Kies een onderwerp voor je onderzoek.Hoe kies je een onderwerp voor een onderzoek?
Ga naar YouTube en bekijk drie voorbeelden van pecha kucha’s.Hoe kom je erachter
1. wat een pecha kucha is,
2. hoe je die het beste kunt maken, en
3. waarom een pecha kucha een effectieve manier is om onderzoeksresultaten te com-municeren?

De uitkomst van deze fase zou moeten zijn dat de leerling weet wat er van hem verwacht wordt. Als de taak duidelijk is en er geen vragen meer zijn, kan hij door naar deel 2.

Herziening: oriëntatie op de eigen leerroute

Welke leeractiviteiten gaat de leerling uitvoeren om de opdracht succesvol af te ronden? Keuze is hier essentieel, omdat leerlingen via verschillende routes kunnen leren. Als leerlingen geen keuzes hebben, kan er ook geen gesprek plaatsvinden over de effectiviteit van de gekozen leerroute. In deze fase formuleert de leerling eigen leerdoelen en kan hij zijn keuze voor een product verantwoorden.

Bij leren gaat het om het wat en om het hoe, daarom moet de leerling ook invloed hebben op het wat en verantwoordelijkheid nemen in de onderwerpskeuze. In het voorbeeld gaat het om een taalkundig onderwerp ‘dat je interessant vindt’. Die keuze is belangrijk, de leerling moet zijn leertijd besteden aan iets wat hij zinnig vindt. Leerlingen leren hier verantwoordelijkheid te nemen, opties te bedenken, keuzes te maken. De instructie ondersteunt leerlingen daarbij en vraagt leerlingen hun keuze te verantwoorden: leg uit waarom je juist voor dit onderwerp kiest. De leerling formuleert, indirect, zijn eigen leerdoel.

In elke opdracht zou beschreven moeten zijn hoe en wanneer de evaluatie plaatsvindt, het hoe en wat komen daarin aan bod en er wordt vooruitgekeken naar een volgend project: nieuwe leerdoelen. Meer ervaren leerlingen kunnen het leerdoel waarschijnlijk bereiken met minder instructies en minder stappen en die stappen in een eigen gekozen volgorde zetten. Zwakkere leerlingen, of leerlingen met minder zelfvertrouwen of ervaring, zullen misschien beter of liever alle stappen zetten, en dan zelfs nog extra hulp willen.

We hebben nu twee manieren van herziening van de voorbeeldopdracht laten zien:

  1. Herziening van een doe-taak naar een doe- én leertaak, zodat leerlingen vooraf weten wat ze gaan leren en waar ze zich op moeten richten; je gaat leren onderzoek te doen en een onderzoekspresentatie te geven.
  2. Herziening van de opdracht naar een leer-lerentaak: in deze opdracht gaat de leerling leren hoe hij een Neerlandistiek onderwerp onderzoekt en presenteert.

Alle leerlingen blij?

Een collega vroeg zich terecht af waar een leerling nou de voorkeur aan zou geven? De bolletjesopdracht of de leertaak? Hij legde de opdracht aan zijn klas voor. Leerlingen kozen unaniem voor de bolletjesopdracht, de doe-taak.

Wil dat zeggen dat we daaraan tegemoet zouden moeten komen? Nee, dat vinden wij niet. Hoewel het belangrijk is met leerlingen in gesprek te zijn, zou de leraar het leren moeten initiëren, onderwijskundig onderlegd moeten zijn en daarop zijn keuzes moeten baseren. Het is onze taak doordachte leerroutes te ontwerpen die zorgen voor leerrendement. Dat is de deskundigheid van de vakbekwame leraar, dat onderscheidt de professional van de leek.

Alle bullets dus de deur uit? Nee, ze zijn handig. Ze geven structuur aan de taak en ze kunnen de leerling helpen als hij de taak verkent, maar stel doelen, faseer, groepeer en evalueer, en… probeer opnieuw.

Gebruikte bronnen:

Verstraete, I., & Nijman, K. (2016). Handboek leren leren (tweede druk).Uitgeverij Pica.

Bonset, H. (2019). Nederlands in de onderbouw (zesde druk).Uitgeverij Coutinho.

Geerts, W., & Van Kralingen, R. (2016). Handboek voor leraren (tweede druk). Uitgeverij Coutinho.

Curriculum.NU (2019, 10 oktober). Geraadpleegd op 16 juni 2020, van https://www.curriculum.nu/download/voorstellen-nederlands/

Auteurs:

Hanneke Gerits
+ posts

Hanneke Gerits is leraar Nederlands en lerarenopleider.

Nienke Nagelmaeker
+ posts

Nienke Nagelmaeker werkt als docent Nederlands in de bovenbouw op het Elzendaalcollege in Boxmeer. Zij was eerder werkzaam als docent en sectieleider op het Coornhert Gymnasium in Gouda en is lid van het ontwikkelteam Nederlands bij Curriculum.nu.

Delen: