Laat klinken die les: hoe een liedje je les kan verrijken

Van tijd tot tijd komt er een pleidooi voorbij voor meer liedjes (en dan bedoel ik ook raps) in de les. Kila van der Starre bijvoorbeeld vindt dat we meer moeten luisteren naar poëzie en Alan Sitomer betoogt dat je met name met raps een brug kunt slaan naar de leefwereld van de leerling. De vraag is echter of dat wel werkt. Veel mensen claimen immers nauwelijks naar liedteksten te luisteren. Deze vraag intrigeerde mij. Ik wijdde er mijn promotieonderzoek aan en concludeerde voorzichtig (het blijft wetenschap) dat muziek weliswaar afleidt van de tekst, maar dat het toch heel zinvol kan zijn om een lied te laten horen in je les.  

  1. Muziek trekt de aandacht. De hersenen houden zich graag bezig met het voorspellen van hoogte en timing van de noten die nog volgen. Hierdoor komt het dat de muziek in een lied afleidt van de tekst, maar tegelijkertijd vestigt die ook zo veel aandacht op het lied als geheel, dat er per saldo met muziek toch meer aandacht voor de tekst is dan zonder. Vooral in een afleidende omgeving als een klas moet dat effect sorteren. Het feit dat mijn leerlingen teksten die ze gelezen hadden terwijl ze naar een gezongen uitvoering met instrumentale begeleiding luisterden, beter onthielden dan teksten die ze lazen terwijl hun docent ze voorlas, wijst erop dat dit inderdaad zo is.
  2. Het gebruik van muziek draagt bij aan een positieve sfeer in de klas en een positievere houding ten opzichte van de lesstof. Dat is altijd mooi, al is het niet helemaal duidelijk of dat nu komt door de afwisseling, door het feit dat muziek met een regelmatig ritme positieve emoties oproept, doordat leerlingen zich gezien voelen in hun culturele voorkeuren, of doordat ze muziek gewoon leuk vinden.
  3. Muziek kan het geheugen bevorderen. Dat kan liggen aan het feit dat muziek een groter deel van het brein activeert dan spraak en sterkere emoties oproept. Zeker is dat iets dat je tegelijkertijd leest en beluistert beter wordt opgeslagen in het geheugen. Uit mijn onderzoek blijkt dan ook dat gezongen teksten beter onthouden worden dan gesproken teksten, zelfs als men ze maar één keer hoort, en dat dit effect groter wordt als mensen de teksten mee kunnen lezen.
  4. Wij mensen vinden tekstherhalingen minder storend als er muziek bij klinkt. Dat vergemakkelijkt niet alleen het onthouden van een tekst (liedteksten gebruiken om kennis erin te stampen werkt fantastisch), maar ook het bespreken ervan. Bespreek je bijvoorbeeld het perspectief van een tekst, dan moeten leerlingen soms iets twee keer lezen. Dat doen ze niet graag. Maar als je Maans ‘Ze huilt maar ze lacht’ gebruikt, of ‘t Is veel beter zo’ van Neerlands Hoop, speelt dat minder.
  5. Muziek kan de aandacht sturen naar specifieke elementen van taal, zoals rijm, of het begin van een lettergreep. Dit is niet alleen handig als je rijm wilt behandelen of de uitspraak van een bepaalde klank, maar ook als je mensen met dyslexie of gehoorproblemen wilt helpen,  tweede taalstudenten, of mensen met een taalachterstand. Een jongen die van ‘egel’ standaard een eenlettergrepig woord maakte, leerde bijvoorbeeld toch ‘egel’ te zeggen doordat zijn begeleiders het woord koppelden aan een melodie met twee tonen.
  6. Ten slotte ben ik ervan overtuigd dat zingen complexe of ouderwetse taal toegankelijker kan maken, doordat de zang zinsconstructies en onderliggende emoties verduidelijkt en het spellingsprobleem opheft. Ik heb het effect van verduidelijking niet aantoonbaar kunnen scheiden van andere effecten, maar heb er wel aanwijzingen voor gevonden. Zo verbeterden twee collega’s tijdens een workshop de interpretatie van vier regels Brederode die ze eerst alleen konden lezen, nadat ze ook een gezongen versie hadden gehoord.

Toch is het niet zo dat elke inzet van een lied supergoed werkt. Wie zo maar een liedje draait ‘omdat het leuk is’, loopt het gevaar dat leerlingen het beschouwen als behang. Verbind er dus altijd kijk- luisteropdrachten aan en laat op enig moment de tekst ook lezen. Natuurlijk kan het voor de beleving goed zijn om een lied OOK te laten horen zonder de tekst erbij, maar het praat gemakkelijker met. Bovendien, verhoogt meelezen zoals gezegd het leereffect.

Maar welk liedje gebruik je dan, in welke les? Enkele tips.

  1. Veel van de te behandelen teksten bij literatuurgeschiedenis zijn oorspronkelijk liedjes en kunnen dus ook zo worden aangeboden: Middeleeuwse gedichten, geuzenliederen, gedichten van Bredero, Huygens en Hooft, reien van Vondel, et cetera. Het helpt als iemand als Roos Blufpand Bredero laat klinken alsof het nieuw is, maar een moderne uitvoering is niet per se nodig. In mijn onderzoek viel een hardcoreversie van het geuzenlied ‘Slaet op den trommele’ zelfs slecht, terwijl een opera-achtige uitvoering van Vondels ‘O kersnacht’ goed werkte.
  2. Ook liedjes die niet bij de te behandelen teksten horen kun je bij literatuurgeschiedenis gebruiken: om een tijdsbeeld te geven, of om een tekstvorm of thema te actualiseren (het dierenverhaal met André Manuels ‘Vos’, of romantische zelfspot met Brigitte Kaandorps ‘Ik heb een heel zwaar leven’).
  3. Liedjes met toetsstof op rijm zijn makkelijk uit het hoofd te leren. De stof moet zich daar wel voor lenen.   
  4. Voordeel 4 en 5 (zie boven) komen uitstekend van pas bij het toelichten van allerlei taalverschijnselen, zoals stijlfiguren, poëtische begrippen, en verhaaltechnische begrippen. (Let er wel op dat veel liedteksten wel ritmisch zijn maar niet metrisch.)
  5. Liedjes zijn ook te gebruiken als inspiratie voor schrijf-, debat-, of discussieopdrachten, of om een klassengesprek over inclusiviteit of iets dergelijks te openen. Laat leerlingen een extra kwatrijn toevoegen aan Roos Blufpands bewerking van ‘Eenigheyd is Armoed’ van Bredero, of een betoog schrijven naar aanleiding van ‘Meisje’ van Esther Gerritsen.

Er zijn mogelijkheden genoeg, dus maak er gebruik van. Er zit muziek in taal. Dat mag gehoord worden.

Verder lezen

Vijf redenen waarom we vooral naar poëzie moeten luisteren – Didactiek Nederlands

Auteurs:

Yke Schotanus
+ posts

Yke Schotanus (Scheveningen, 1963), rondde in 1987 zijn studie Nederlands af aan de Rijksuniversiteit Groningen. In de jaren daarna werkte hij als docent Nederlands en literatuurgeschiedenis op verschillende middelbare scholen en hbo's, als redacteur bij verschillende uitgeverijen, als schrijfdocent en als auteur van onder andere een aantal delen van de Schrijfbibliotheek van Uitgeverij Augustus. In 2020 promoveerde hij op een proefschrift over de invloed van muziek op de verwerking van gezongen taal.

 

Delen: