Het concept ‘representatie’ in het literatuuronderwijs

Deze bijdrage is het tweede deel over representaties. Zie voor een algemene uitleg over representaties deze bijdrage.

Samenvatting

Het concept ‘representatie’ helpt ons kijken naar afbeeldingen (in woord en beeld) die mensen kiezen om kort en krachtig iets te zeggen. Mensen kiezen die afbeelding omdat die de plaats in kunnen nemen van een veel langere en complexe rij van gevoelens, ideeën en gedachten die in een samenleving bestaan. De keuze voor een specifieke representatie – bijvoorbeeld de uitbeelding van een meisje in een roze jurkje –  gebeurt vaak onbewust, maar is verbonden met die onderliggende keten en een kijk op de werkelijkheid. Het roze jurkje staat voor: lief, vrouwelijk etc. Het herhalen van representatie kan rolbevestigend, of zelfs discriminerend werken.

Het concept ‘representatie’ is relevant in het kunst- en literatuuronderwijs, omdat bestaande representaties daarin zo vaak ’bevraagd’ worden. Dat wil zeggen dat kunst en literatuur ons vaak aan het denken willen zetten over de band tussen de gekozen representatie, en waar die in de werkelijkheid voor staat. Wat we bijna automatisch denken als we een meisje in de roze jurkje zien, kan opeens ter discussie komen te staan als datzelfde meisje op een schilderij opeens een bebloed mes in handen heeft. Of ons juist als zeer dierbaar en van groot (cultureel) belang voorkomen als een zeer begaafd schilder een meisje in roze jurk zeer levensecht in verf blijkt te hebben gevangen.

Literatuur en kunst kunnen dus drie effecten hebben als het gaat om onze waarneming van representaties: ze kunnen representaties bevestigen,

Teksten worden vaak herdrukt en in allerlei vormen verspreid, waardoor stereotypen zich grootschalig en langdurig kunnen verspreiden. Dat maakt zulke stereotypen erg hardnekkig. Zie de bijdrage over representaties.
vernieuwen
Literatuur kan mensen laten schrijven en lezen over wat op dat moment ondenkbaar is en dus nieuwe representaties creëren. In literatuur, en door het lezen ervan, kunnen nieuwe representaties ontstaan voor ideeën of gevoelens die nog niet eerder gerepresenteerd waren.
en bevragen.
Literatuur kan het proces van representatie ontregelen en je helpen er kritisch naar te kijken, zowel op het niveau van de denotatie als de connotatie.

Representaties herkennen en bespreken

Het is zaak om leerlingen eerst met simpele voorbeelden uit te leggen waar ze een representatie zien en kunnen herkennen. En ze dan twee vagen voor te leggen, of eigenlijk drie: 1. Wat zie je (de zogenaamde ‘denotatie’ van de representatie)? 2. Naar welke ideeën uit de werkelijkheid verwijst wat je ziet (de zogenaamde ‘connotatie’ van de representatie)? 3. En wat zie je dus eigenlijk (als je wat verder na hebt gedacht over de relatie tussen wat je lijkt te zien, en wat de betekenis daarvan is). Dat kan bijvoorbeeld door met ze naar videoclips bij popliedjes te kijken: dat is een genre dat heel sterk appelleert aan bestaande representaties, omdat met beelden geprobeerd wordt de boodschap van de muziek/tekst nog eens bondig samen te vatten. Kijk bijvoorbeeld naar de (feministische) videoclip bij Anouks ‘A New Day for Us’, waarin allerlei representaties van iconische vrouwen passeren:

Bron: YouTube

Bij bespreking van dergelijke clips, zal in een klas ook wel duidelijk worden dat niet iedereen dezelfde representaties kent of daar op dezelfde manier op reageert. Kennen de meisjes de iconische vrouwen bijvoorbeeld beter dan de jongens? En voelen de jongens zich ook aangesproken als Anouk zingt ‘It’s a new day for all of us?’. Dat soort discussies helpen leerlingen in te zien hoe het proces van betekenisgeving via representaties verloopt: de keten van de representatie naar de werkelijkheid, ziet er mogelijk voor iedere leerlingen iets anders uit. Daardoor kun je over de betekenis discussiëren, en daardoor zetten representaties ook discussies in gang. Je kunt leerlingen ook eens laten kijken of ze representaties in hun eigen schoolboeken herkennen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een debat over (onderzoek naar) representaties in Nederlandse schoolboeken, met onder anderen filmmaakster Sunny Bergman.

Wil je in een klas het gesprek over representaties meteen op scherp zetten, en uitleggen wat die te maken hebben met macht of vooroordelen, dan kun je denken aan bespreking van het Sinterklaasliedje met de regel: “Ook al ben ik zwart als roet//’k Meen het toch goed.” Die zin maakte maatschappelijk gezien veel los, en bevat een heel sterk vooroordeel over indertijd (?) breed gedeelde representatie over de zwarte medemens die in principe niet goed is, en dus tekst nodig heeft om uit te leggen dat hij dat als Zwarte Piet wel is. Je kunt ook beginnen met het lezen van een fragment uit Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt, en vooral het bekijken van de illustraties: in hoeverre staan Jip en Janneke voor typische (stoere) jongens en (volgzame) meisjes?

Representaties in de (historische) literatuur

Via een klassendiscussie hierover zou je leerlingen de weg kunnen wijzen naar boeken die gaan over representaties die hen op de een of andere manier nauw aan het hart liggen of juist erg ver van hun afstaan, afhankelijk van pedagogische doelen die je met literatuuronderwijs wil bereiken. Ook de moeilijkheidsgraad is hier van belang: sommige literatuur expliciteert het discutabele karakter van representaties (zoals Het gym van Karin Amatmoekrim, en Multatuli’s representatie van de koloniale samenleving in Max Havelaar), andere literatuur laat juist het proces van automatische betekenistoekenning via representaties zien zonder dat zelf ter discussie te stellen terwijl de klas daar misschien wel toch veel van gaat vinden. Zo wordt Turks fruit van Wolkers tegenwoordig meer en meer gelezen op de representatie van de vrouw als (mogelijk) lustobject van de man.

In dat laatste geval werkt het ook gebruik van historische teksten handig: het zien van representaties die in andere tijden zo leidend waren dat ze niet ter discussie stonden, is vaak eenvoudiger dan het herkennen van representaties in de eigen tijd. Het Wilhelmus representeerde Willem van Oranje bijvoorbeeld voor zijn tijdgenoten als een navolgbare held die als een herder over de Nederlandse burgers wil waken, hoe kijken we tegen die representatie van leiderschap/koningschap nu aan? De website van de Nationale Opera & Ballet en de Universiteit Utrecht, waarop leerlingen de tekst van het Wilhelmus leren analyseren als representatie van de ideale leider en held, biedt concrete aanknopingspunten. Ook de Warenar is een sprekend voorbeeld: in deze tekst zijn vooral de mannen (de vader, de buurman, de verkrachter en toekomstige echtgenoot) van het vrouwelijk hoofdpersonage Klaartje aan het woord. Zij geven ons zo een beeld van dat vrouwelijke hoofdpersonage. In de literatuurles kan aandacht besteed worden aan vragen als: hoe komt het beeld van Klaartje tot stand, door al die mannenogen gezien? En wat zegt dat over hoe men begin zeventiende eeuw tegen de vrouw aankeek?

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Stronks, E. Het concept ‘representatie’ in het literatuuronderwijs. Didactiek Nederlands – Handboek. Geraadpleegd [datum] via [https://didactieknederlands.nl/handboek/2020/03/het-concept-representatie-in-het-literatuuronderwijs/].

Auteurs:

Els Stronks
+ posts

Els Stronks werkt als hoogleraar Vroegmoderne letterkunde aan de Universiteit Utrecht en richt zich in haar onderzoek met name op de waarde van digitale media voor onderzoek naar, en onderwijs in de vroegmoderne Nederlandse literatuur. Daarbij plaatst zij die literatuur in een bredere culturele en internationale context. Ze onderzoekt bijvoorbeeld het verband met muziek en beeldende kunst. Ook de diachrone verbanden maken deel uit van haar onderzoek, dus bijvoorbeeld de relatie tussen de vroegmoderne en moderne literatuur.