Begrijpend lezen, Instructieprincipe 4: Stimuleer interactie tussen leerlingen

Hoe draagt onderwijs bij aan beter en gemotiveerd begrijpend lezen? De auteurs bespreken in vijf delen vier bewezen instructieprincipes. In samenhang dragen die het best bij aan de motivatie en de vaardigheid. Principe 4: Stimuleer interactie tussen leerlingen.

Samenwerking tussen leerlingen zorgt ervoor dat leerlingen actiever de teksten proberen te begrijpen. Samenspraak stimuleert leerlingen bewuster na te denken over hun leesproces en leesbegrip. 

Het bevorderen van interactie over teksten is het vierde instructieprincipe dat deel uitmaakt van effectief begrijpend-leesonderwijs (Reichrath et al., 2010; Topping et al., 2010). Het is een instructiestrategie die effectief is in heel wat andere leersituaties en schoolvakken. Samenwerking tussen leerlingen zorgt ervoor dat leerlingen actiever de teksten proberen (zie instructieprincipe 2) te begrijpen. Samenspraak stimuleert leerlingen bewuster na te denken over hun leesproces (zie instructieprincipe 3) en leesbegrip. Reacties delen, bespreken hoe ze de tekst beter zouden kunnen begrijpen, de betekenis van een moeilijk woord samen achterhalen, samen een verwerkingsopdracht maken… De mogelijkheden zijn eindeloos (Merchie et al., 2019). Bovendien is dit een uitstekende manier om zowel cognitieve als metacognitieve leesstrategieën in te oefenen en te expliciteren (zie instructieprincipe 3). Door hardop te overleggen over de tekst, tonen leerlingen elkaar hun strategiegebruik, maar ook aan de leerkracht. Zeker voor metacognitieve strategieën, zoals het bewaken van leesbegrip, is dit zichtbaar worden heel relevant, aangezien die zich onzichtbaar in lezers voltrekken.

De samenwerking tussen leerlingen kan op vele manieren georganiseerd worden. Voor een effectieve samenwerking is niet de groepsgrootte het meest van belang. Wat belangrijk is, is het vooropstellen van duidelijke groepsdoelen en het toekennen van een individuele verantwoordelijkheid voor het bereiken van dat doel aan elk groepslid (Van Keer, 2004). Een doeltreffende manier om de samenwerking tussen leerlingen te structureren is het toekennen van rollen. Elke leerling krijgt dan een bepaalde rol toegewezen, die ook meteen verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat peer tutoring (met twee rollen, waarbij de tutor de tutee begeleidt) een positief effect heeft op zowel het leesbegrip als de leesmotivatie van leerlingen (Van Keer, 2004). Ook lezen in grotere groepen is mogelijk. Om samen te lezen met vier kan je bijvoorbeeld de vier rollen uit ‘Reciprocal Teaching’ hanteren (Brown, Palincsar & Armbruster, 1984; Palincsar & Brown, 1983):

  • samenvatter: verwoordt belangrijkste ideeën uit de tekst
  • vragensteller: stelt vragen over onduidelijke delen, onduidelijke informatie en/of verbindingen met andere concepten die al geleerd zijn
  • verduidelijker: verduidelijkt verwarrende delen en probeert de vragen van de vragensteller te beantwoorden
  • voorspeller: doet voorspellingen over wat er in de tekst aan bod zal komen (non-fictie) of wat het vervolg van het verhaal zal zijn (fictie).

Belangrijk is dat de interactie tussen de leerlingen niet enkel gaat over wat ze lezen, maar ook over hoe ze dit precies doen. Voorzie bijvoorbeeld in een aantal richtvragen die leerlingen kunnen beantwoorden voor, tijdens en na het lezen van de tekst. Op die manier stuur je de interactie tussen leerlingen en bied je kans op diepgang. Als de strategie vooruitblikken centraal staat, kan je bijvoorbeeld deze richtvragen gebruiken: Wat zeggen de titels en tussentitels over de tekst? Waar denk jij dat de tekst over zal gaan? Waarom denk je dat? Blik na het lezen terug naar je vooropgestelde verwachtingen. Zijn deze uitgekomen? Of net niet? (zie hiervoor ook het instructiefilmpje Vooruitblikken).

Dit was principe 4: Stimuleer interactie tussen leerlingen
Zie verder
Principe 1: Bevorder de leesmotivatie,
Principe 2: Besteed aandacht aan functioneel lezen en
Principe 3: Voorzie in expliciete strategie-instructie

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Rogiers, M., Van Ammel, K., Bogaert, R. & Van Keer, H. (2020). Begrijpend lezen, Instructieprincipe 4: Stimuleer interactie tussen leerlingen. Didactiek Nederlands – Handboek. Geraadpleegd [datum] via [https://didactieknederlands.nl/handboek/2020/12/begrijpend-lezen-instructieprincipe-4-stimuleer-interactie-tussen-leerlingen/]

Referentielijst                                             

Brown, A. L., Palincsar, A. S., & Armbruster, B. B. (1984). Instructing comprehension-fostering activities in interactive learning situations. Learning and comprehension of text, 255-286. Link.

Merchie, E., Gobyn, S., De Bruyne, E., De Smedt, F., Schiepers, M., Vanbuel, M., … & Van Keer, H. (2019). Effectieve, eigentijdse begrijpend leesdidactiek in het basisonderwijs. Wetenschappelijk eindrapport van een praktijkgerichte literatuurstudie. Brussel: Vlaamse Onderwijsraad. Link.

Palincsar, A.S., & Brown, A.L. (1983). Reciprocal teaching of comprehension-monitoring activities. (Tech. Rep. No. 269). Champaign: University of Illinois, Center for the Study of Reading. Link.

Reichrath, E., De Witte, L. P., & Winkens, I. (2010). Interventions in general education for students with disabilities: A systematic review. International Journal of Inclusive Education, 14(6), 563–580. Link.

Topping, K., Duran, D., & Van Keer, H. (2016). Using peer tutoring to improve reading skills: A practical guide for teachers. Routledge. Link.

Van Keer, H. (2004). Fostering reading comprehension in fifth grade by explicit instruction in reading strategies and peer tutoring. British Journal of Educational Psychology, 74(1), 37–70. Link.

Auteurs:

Kim Van Ammel
+ posts

Kim Van Ammel werkt sinds 2017 aan een doctoraatsstudie omtrent begrijpend lezen in het secundair/voortgezet onderwijs, met Hilde Van Keer als promotor. Haar eerste studies focusten op het in kaart brengen van de leesmotivatie, het leesstrategiegebruik en het leesbegrip van leerlingen en de leesinstructie van leraren. Verdere studies gaan na op welke manier de leesmotivatie en het leesbegrip van leerlingen in het beroepssecundair onderwijs bevorderd kunnen worden. Haar onderzoek is verbonden aan de onderzoeksgroep Taal, Leren, Innoveren van de Universiteit Gent.

Rielke Bogaert
+ posts

Rielke Bogaert werkt sinds 2018 aan een doctoraatsstudie omtrent begrijpend lezen in het einde van het lager onderwijs (groep 7 en 8), met Hilde Van Keer als promotor en Emmelien Merchie als co-promotor. Dit doctoraatsonderzoek is verbonden met de onderzoeksgroep Taal, Leren, Innoveren van de Universiteit Gent. Binnen haar eerste onderzoeksluik focuste ze op hoe we het leesbegrip en strategiegebruik van leerlingen in kaart kunnen brengen. In het tweede onderzoeksluik wordt a.d.h.v. een gedifferentieerde interventiestudie nagegaan hoe de begrijpende leesvaardigheden, leesmotivatie en leesstrategiegebruik van alle leerlingen in groep 7 en 8 kunnen worden bevorderd.

Amélie Rogiers
+ posts

Amélie Rogiers verdedigde haar doctoraatsproefschrift in 2019. In het kader van haar doctoraatsonderzoek bestudeerde ze het strategiegebruik van leerlingen in het secundair/voortgezet onderwijs bij het leren van informatieve teksten. Amélie onderzocht hoe we het strategiegebruik van leerlingen in kaart kunnen brengen en hoe we het kunnen bevorderen.

Momenteel gaat Amélie aan de slag als post-doctoraal onderzoeker binnen de onderzoeksgroep Taal, Leren, Innoveren (vakgroep Onderwijskunde, Universiteit Gent). Amélies huidige onderzoeksactiviteiten concentreren zich op het begrijpend lezen en de leesmotivatie van leerlingen in het beroepssecundair onderwijs. Daarnaast is Amélie als onderzoeker verbonden aan het expertisecentrum Sociale Innovatie van Hogeschool VIVES in Kortrijk.

Hilde Van Keer
+ posts

Hilde Van Keer behaalde in 2002 een doctoraat in de Pedagogische Wetenschappen met een onderzoek naar het bevorderen van begrijpend lezen en het gebruik van leesstrategieën via implementatie van expliciete strategie-instructie en de werkvorm "peer tutoring" in de lagere school. Momenteel werkt Hilde als professor aan de Vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent. Daar leidt ze de onderzoeksgroep Taal, Leren, Innoveren. Momenteel richt haar onderzoek zich op drie hoofdthema’s, die ook in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden. In eerste instantie is er een onderzoekslijn gericht op innoverende methodieken en werkvormen in het onderwijs. Het accent ligt daarbij op onderzoek naar peer en student tutoring. Een tweede onderzoekslijn richt zich op de studie van de verschillende componenten van zelfregulerend leren. Zowel de problematiek van het in kaart brengen (‘meten’) van zelfregulerend leren bij leerlingen en studenten, als het bevorderen ervan in onderwijscontexten komen in deze onderzoekslijn aan bod. De derde onderzoekslijn ten slotte richt zich op taaldidactiek. Binnen deze lijn komen thema’s aan bod als begrijpend lezen, studerend lezen, leesmotivatie en leesbevordering, schrijfonderwijs, interactief voorlezen …