Leesclubs in literatuuronderwijs

Een leesclub in de klas kan bijdragen aan leesmotivatie en (literaire) ontwikkeling van de leerlingen. De kracht van leesclubs in het onderwijs zit vooral daarin dat leerlingen leren van reacties op, interpretaties van en oordelen over literatuur van medeleerlingen. Leerlingen ontdekken nieuwe boeken of schrijvers en leren hun eigen inzichten in en meningen over een boek te verwoorden.

De leesclub

De leesclub is een bekend fenomeen onder lezers. In een leesclub wisselen fervente lezers hun leeservaringen uit over een boek dat alle leden gelezen hebben. Zij doen dit op eigen houtje, of onder leiding van een professional; online of fysiek; spontaan of op basis van voorbeeldvragen; in hun vrije tijd of in het kader van studie of beroep. Vele varianten zijn mogelijk. Zo zijn er leesclubs voor elk genre en elke doelgroep, maar zijn er ook allerlei bijzondere nieuwe leesclubformats, zoals online leesclubs en leesclubfestivals. 

Door de tijd heen hebben leesclubs bijgedragen aan de sociaal-emotionele én literaire ontwikkeling van de deelnemers; over de historische ontwikkeling van leesgezelschap tot leesclub is meer te lezen in deze bijdrage. Ook tegenwoordig nemen leden van leesclubs niet alleen deel vanwege de sociale contacten en gezelligheid: zij ervaren hun deelname als leerzaam. Dankzij leesclubdeelname leren zij over literatuur, over zichzelf, over de wereld om hen heen. Zo verbreden zij hun horizon (Van Herten, 2015).

Leesclubs worden steeds vaker ingezet in de klas, zowel in het primair als in het secundair onderwijs. In het voortgezet onderwijs kunnen leesclubs een heel productieve werkvorm zijn om vooral in het literatuuronderwijs binnen het schoolvak Nederlands in te zetten: zij kunnen bijdragen aan leesplezier en leesmotivatie verhogen. Ook kunnen ze dialogisch leren bevorderen door leerlingen te stimuleren om vragen te stellen aan wat ze lezen en aan elkaar (zie bijvoorbeeld: Janssen, 2009; Stoop & Tijms, 2020; De Wit, 2017).

Werken met een leesclub in de klas

Waarom leesclubs inzetten in de klas

Een leesclub in de klas kan bijdragen aan de literaire ontwikkeling van de leerlingen (Janssen, 2009). De kracht van leesclubs in het onderwijs zit vooral daarin dat leerlingen leren van reacties op, interpretaties van en oordelen over literatuur van medeleerlingen. De leesclub kan bovendien ingezet worden om leerlingen voor te bereiden op het mondeling examen literatuur (Zandwijk-Cleveringa, 2019).

In de praktijk van een leesclub blijkt dat een leerling meer inzicht kan verwerven in het boek dat gelezen is (bijv. de sociaal-historische context, de karakterontwikkeling, de centrale betekenis, etc.) omdat het besproken wordt met anderen die het boek ook hebben gelezen. Ook sociale motivatie kan een rol spelen; je spreekt met elkaar af om een boek te lezen én gelezen te hebben voor de leesclubbijeenkomst. Een leesclub kan een leerling nieuwe genres of auteurs laten ontdekken en uitvinden wat zijn of haar literaire voorkeuren zijn. Buiten het feit dat leesclubs leerzaam en verrijkend werken, vinden leerlingen het vaak erg leuk om over hun ervaringen met een boek te praten. Door middel van een leesclub leren leerlingen elkaar ook beter kennen (De Wit, 2017).

Een leesclub past goed in de leertheorieën over “dialogisch leren” (Schrijvers, 2019). Schrijvers verklaart het belang van de zogenoemde externe dialoog tussen lezers onderling over hun ervaringen met de tekst vanuit een cognitief en sociaal-constructivistisch perspectief. Zij onderscheidt daarbij leerling- en docentgestuurde dialogen en de consequenties voor de positie van leerlingen in een gesprek over literatuur. Ook komt de rol van de docent aan bod die in plaats van als autoriteit op te treden (‘die het juiste antwoord kent’) kan proberen begeleider te zijn (Schrijvers, 2019, p. 254).

Hoe leesclubs inzetten in de klas

Een leesclub in de klas kan verschillende vormen aannemen. Er kan gewerkt worden met groepjes die op verschillende manieren kunnen worden samengesteld, met het lezen van boeken rondom één thema of met meer keuzevrijheid, er kunnen verhalen, fragmenten of hele boeken gelezen worden, etc. Praktische tips voor het inzetten van een leesclubs in de klas zijn bijvoorbeeld te vinden op de websites van het Vlaamse tijdschrift voor leerkrachten Nederlands Fons. Een leesclub hoeft natuurlijk niet per se ín de les plaats te vinden, maar kan ook buiten de les om een rol van betekenis spelen (Steman, 2020); dit kan zelfs via WhatsApp (Epping, 2018). Op de Amerikaanse website Edutopia staan tips om online leesclubs te starten.

In het handboek Jeugdliteratuur & Didactiek (Kamp, De Jong-Slagman, & Van Duijvenboden, 2019, p. 149-175) worden, in het vijfde hoofdstuk, de fasen van de Leescyclus (inspireren, kiezen, lezen en verdiepen) beschreven. In hoofdstuk 6 (p. 186-190) wordt ingegaan op het soort vragen dat een docent kan stellen aan leerlingen in een gesprek over literatuur, ingedeeld in verschillende dimensies (gebaseerd op Cornelissen, 2016). Voorbeeldvragen (p. 187) kunnen ook gebruikt worden voor gesprekken tussen leerlingen. In hoofdstuk 8 (p. 256-266) worden lessuggesties gegeven die passend zijn bij elk van de vier fasen, op basis waarvan leerlingen samen (in groepjes) een gesprek kunnen voeren.

Er is bovendien veel lesmateriaal voorhanden dat direct gebruikt kan worden in de klas. De website Praten over romanfragmenten biedt aanwijzingen en materiaal om klassikaal een gesprek aan te gaan met bovenbouwleerlingen over fragmenten uit moderne romans. De website sluit aan bij de visie van Chambers (1995) en Janssen (2009). Leerlingen worden in staat gesteld van elkaar te leren door het uitwisselen en vergelijken van de verschillende reacties op en oordelen over de fragmenten. Dat er met fragmenten gewerkt wordt heeft verschillende voordelen: leerlingen leren zo in korte tijd verschillende auteurs en boeken kennen, en, mocht een boek tegenvallen, dan hoeven zij daar niet veel tijd aan te besteden. Speciaal voor de onderbouw (alle niveaus) is er de website Praten over fictiefragmenten.

De website Litlab is opgezet door de Universiteit Utrecht in samenwerking met vo-docenten. De boeken waarvoor materiaal voorhanden is, zijn elk ingedeeld in een thema. Bij elk boek worden vragen gesteld waarbij het niet de insteek is om ‘het goede antwoord’ te weten te komen, maar om verbanden te gaan leggen tussen ‘jezelf, het boek, de samenleving en de geschiedenis’. Werken met deze leesclubs zou leerlingen beter voorbereiden op hun mondeling examen literatuur (Van der Deijl, Dietz & Stronks, 2019).

Op de website van het Meesterschapsteam Nederlands is een lessenserie te vinden, inclusief materiaal waarmee docenten in de klas aan de slag kunnen met leesclubs (De Nood, Palm, De Vries & Van Herten, 2019). Deze lessenserie is ontwikkeld door een DocentOntwikkelTeam. Leerlingen worden aangemoedigd zelf vragen te stellen aan elkaar naar aanleiding van een kortverhaal. Deze aanpak kunnen leerlingen toepassen op een heel boek naar keuze.

Op de website van Bookenclub zijn filmpjes te vinden van auteurs die een aantal discussie-video’s hebben opgenomen over hun boek, die gebruikt kunnen worden voor een leesclub-discussie. Ten slotte zijn er diverse sites waarop lezers zich kunnen

aansluiten bij een online leesclub, vaak per boek georganiseerd. Hebban is een voorbeeld, maar ook een aantal plaatselijke bibliotheken faciliteert naast fysieke ook online leesclubs.

De leesclub en formatieve toetsing of evaluatie

Praten over boeken vervult een sleutelrol bij de literaire ontwikkeling van een leerling en sluit door het open karakter goed aan bij de kaders van formatieve toetsing en evaluatie. Deze methode vereist dan een cyclische aanpak waarin leerlingen steeds begrijpen wat het doel van de betreffende activiteit (lezen, spreken over literatuur, etc.) is en hoe ze dit kunnen bereiken (wat de succescriteria zijn). Binnen deze cyclische aanpak kan de docent middels verschillende activiteiten het niveau van de leerling vaststellen en gepaste vervolgstappen ondernemen (Zandwijk-Cleveringa, 2019, 38). 

Daarbij moet wel aangetekend worden dat de analyse van het gedrag van de individuele leerling tijdens de leesclub voor de docent niet eenvoudig uitvoerbaar is als er verschillende groepjes tegelijk aan het werk zijn. Uit het onderzoek van Zandwijk-Cleveringa (2019) bleek dat de leesclub inzetten als formatieve evaluatiemethode in het meest ideale geval een inbedding op alle niveaus van de les vraagt. 

Onderzoek

Wetenschappelijke studies over specifiek leesclubs in de klas in het schoolvak Nederlands zijn er nog niet veel, omdat het een recent verschijnsel is. Relevant zijn natuurlijk studies over gesprekken naar aanleiding van literatuur, zoals Janssen (2009), Cornelissen (2016), De Nood & Van Herten (2020), studies over literaire ontwikkeling (Witte, 2008), over literatuuronderwijs (Oberon, 2016) en over cultuuroverdracht in leesclubs (Van Voorst, 2015; Den Toonder, Van Voorst & Visser, 2017). In het verlengde hiervan is er onderzoek nodig naar de doorwerking van de genoemde studies in leesclubs in het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende voorbeeldvragen die uitnodigen tot vervolgonderzoek: wat kan een leesclub precies betekenen voor de ontwikkeling van literaire competentie van leerlingen? Verschillen de opbrengsten van een leesclub met die van zelfstandig lezen? Welke doelen kan een docent voor ogen hebben met het inzetten van leesclubs in de klas? Hoe kunnen deze doelen worden bereikt? Hoe vindt de wisselwerking plaats tussen leerlingen?

Onderzoek naar de dynamiek in de leesclubs zelf kan inzichten opleveren in de manier waarop leerlingen lezen en literatuur verwerken en in hun literaire ontwikkeling. Juist leerlingen in leesclubs worden actieve gebruikers van literatuur; ze dragen bij aan het uitwisselen en overbrengen van ideeën, culturele en maatschappelijke vraagstukken, gewoonten en visies. Door ze daarvan bewust te maken kunnen ze ook hun eigen (literaire) ontwikkeling onderzoeken (Van Voorst, 2015).

Bronnen

Chambers, A. (1995). Vertel eens: Kinderen, lezen en praten. Amsterdam: Querido.

Cornelissen, G. (2016). Maar als je erover nadenkt… Een jaar literatuuronderwijs in groepen 7 en 8 van de basisschool. Stichting Lezen Reeks deel 27. Delft: Eburon. https://www.lezen.nl/sites/default/files/maar%20als%20je%20erover%20nadenkt.pdf

De Nood, L., Palm, G., De Vries, M., & Van Herten, M. (2019). Praten over literatuur: Lessenserie leesclub in de klas. Geraadpleegd op https://nederlands.vakdidactiekgw.nl/wp-content/uploads/sites/4/2019/02/Praten-over-literatuur.pdf

De Nood, L., & Van Herten, M. (2020). ‘Een open einde kan leuk zijn, maar dit is wel heel open’. Waarover leerlingen praten, als zij over verhalen praten. Levende Talen Tijdschrift, 21(4).

De Wit, M. (2017). Lezen doe je met elkaar. Leeskringen en groepsmondelingen. Levende Talen Magazine, 104(8) 4-9. http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/1741

Den Toonder, J. Van Voorst, S., & Visser, S. (2017). Cultural transfer in reading groups: from theory to practice and back. Research for all, 1(1), 52-63. https://www.scienceopen.com/document?vid=d404034f-f05e-4c7f-bbe7-1ef64bdade66

Epping, K. (2018). Klassikaal lezen met WhatsApp. Levende Talen Magazine, 105(6) p. 22-27. http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/1847/1454 

Janssen, T. (2009). Literatuur leren lezen in Dialoog: Lezersvragen als hulpmiddel bij het leren interpreteren van korte verhalen. Amsterdam: Kohnstamm Kennisreeks. https://pure.uva.nl/ws/files/878884/73341_317284.pdf 

Kamp, I., De Jong-Slagman, J., & Van Duijvenboden, P. (2019). Jeugdliteratuur & Didactiek. Handboek voor vo en mbo. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Oberon (2016). Lees- en literatuuronderwijs in havo/vwo. Amsterdam: Stichting Lezen. https://www.lezen.nl/sites/default/files/lees%20en%20literatuuronderwijs.pdf

Schrijvers, M.S.T. (2019). The Story, the Self, the Other. Developing Inside into Human Nature in the Literature Classroom. Dissertatie Universiteit van Amsterdam. https://dare.uva.nl/search?identifier=da875b9a-998f-4a8b-9cff-8eecd8846615

Steman, B. (2020). Lekker boekie! Zo wordt lezen (weer) leuk. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.

Stoop, M., & Tijms, J. (2020). #BOOK. Leesclubs op het vmbo ter bevordering van leesmotivatie, leesbegrip en sociaal-emotioneel leren. Levende Talen Magazine,107(5), 18-23. http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/2063/1664 

Van der Deijl, L., Dietz, F., & Stronks, E. (2019). De LitLab Leesclub. Lezen, discussiëren, ontdekken. Levende Talen Magazine, 106(6), p. 4-8. http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/1962/1566 

Van Herten, M. (2015). Learning communities, informal learning and the humanities. an empirical study of book discussion groups. Dissertatie Open Universiteit. https://www.ou.nl/documents/40554/111709/Proefschrift_Marjolein_van_Herten_V8a_2015.pdf/e410ba54-e8e0-40b4-b2cb-7f4780b35aab

Van Voorst, S. (2015). Gedeelde literatuur: Cultuuroverdracht in leesgroepen. Barkhuis Publishing. https://www.rug.nl/research/portal/publications/gedeelde-literatuur(f46e367a-691e-4875-ab4e-e341c0530882).html

Witte, Th., (2008). Het oog van de meester: Een onderzoek naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Stichting Lezen Reeks deel 12. Delft: Eburon. https://www.lezen.nl/sites/default/files/het%20oog%20van%20de%20meester.pdf

Zandwijk-Cleveringa, A. van (2019). Leesclubs formatief ingestoken. Over de inzet van leesclubs als formatief hulpmiddel richting het schoolexamen literatuur. Thesis Master Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie, Universiteit Utrecht.

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Van Herten, M. en Van Voorst, S. (2021). Leesclubs in literatuuronderwijs. In WODN Werkgroep Onderzoek Didactiek Nederlands (Ed.), Handboek Didactiek Nederlands. Levende TalenGeraadpleegd [datum] via [https://didactieknederlands.nl/handboek/2021/04/leesclubs-in-literatuuronderwijs/].

Auteurs:

Marjolein van Herten
+ posts

Marjolein van Herten werkt als universitair docent en onderzoeker bij de opleiding Algemene Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit, waar zij studenten begeleidt tijdens hun stage in de educatieve minor Nederlands. In 2015 promoveerde zij op een proefschrift over leesclubs: waarom nemen mensen deel aan een leesclub, en wat leren zij daarvan? Zij is lid van het Meesterschapsteam Nederlands.

Sandra van Voorst
+ posts

Sandra van Voorst werkt als universitair docent en senior onderzoeker bij de opleidingen BA Nederlandse Taal en Cultuur en de MA Neerlandistiek bij de Rijksuniversiteit Groningen, sectie Moderne Nederlandse letterkunde. Binnen haar expertise horen o.a. leescultuur, de jeugd- en Y.A.literatuur en uitgeverij- en boekwetenschap. Zij is lid van het Meesterschapsteam Nederlands.