Teksten, Cognitie en Communicatie. Deel 4: Welk connectief hoort bij welke relatie?

Deze artikelen zijn deels gebaseerd op het hoofdstuk Tekst en Cognitie, van dezelfde auteurs, in het boek Taal in Gebruik, Theo Janssen (red.), ’s-Gravenhage: SDU, 2002.

In deel 3 zagen we hoe connectieven de talige middelen bij uitstek zijn om coherentierelaties expliciet te maken. In dit deel gaan we in op de vraag welke connectieven welke coherentierelaties kunnen uitdrukken. Daarbij streven we geen volledigheid na.

1. Causale relaties in het Nederlands

Sommige connectieven zijn gespecialiseerd in het uitdrukken van bepaalde relaties. Omdat kan bijvoorbeeld alleen positief-causale relaties uitdrukken, hoewel alleen negatief- causale relaties en bovendien alleen positief-additieve. Zijn er ook connectieven die alleen maar objectieve of juist subjectieve relaties kunnen uitdrukken? Vooral bij de causale connectieven lijkt dat inderdaad zo te zijn. Doordat en daardoor bijvoorbeeld, lijken zich geheel te specialiseren in objectieve relaties zoals (1) en (2); ze kunnen in elk geval niet gebruikt worden in duidelijke subjectieve relaties zoals (3) en (4) (het teken ‘#’ signaleert dat er sprake is van een incoherente verbinding van tekstdelen). Want en dus hebben een voorkeur voor subjectieve relaties. Als ze gebruikt worden in voorbeelden als (2), dan verandert de betekenis, en krijgt het geheel een subjectief karakter (‘uit het gegeven dat het gisteren flink gestormd heeft kan ik afleiden dat de pannen van het dak gewaaid zijn’).

(1) Het heeft gisteren flink gestormddaardoor zijn de pannen van het dak gewaaid.
 daarom zijn de pannen van het dak gewaaid.
 dus zijn de pannen van het dak gewaaid
(2) De pannen zijn van het dak gewaaiddoordat het gisteren flink heeft gestormd.
 omdat het gisteren flink heeft gestormd
 want het heeft gisteren flink gestormd
(3) De buren zijn niet thuis,# doordat de auto niet op de oprit staat.
 ? omdat de auto niet op de oprit staat
 want de auto staat niet op de oprit
(4) De auto staat niet op de oprit# daardoor zijn de buren niet thuis
 ? daarom zijn de buren niet thuis
 dus zijn de buren niet thuis.

2.  Werkt het ook zo in andere talen?

We weten dat dit soort verschillen niet alleen in het Nederlands voorkomen. Ook in andere talen hebben connectieven dergelijke voorkeuren. De precieze voorkeuren verschillen dan weer wel per taal. Zo kun je in het Engels alle denkbare soorten oorzaak-gevolg uitdrukken met because, maar heb je in het Frans de keuze tussen car, parce que en puisque, en in het Duits tussen weil en denn. Verrassend genoeg heeft recent onderzoek laten zien dat het Mandarijn-Chinees een systeem heeft dat lijkt op het Nederlands.

In tabel 1 geven we een schematisch overzicht. Het verschil tussen objectieve en subjectieve relaties speelt in al onderstaande talen een rol, maar zo duidelijk als voor het Nederlands en het Chinees is het in de meeste andere talen niet. De andere talen hebben bijvoorbeeld niet zulke duidelijke gespecialiseerde connectieven als ons daardoor en doordat. Bovendien is er sprake van taalverandering. In het Duits en het Frans blijken juist de subjectieve connectieven car en denn steeds minder gebruikt te worden. En in het Engels kan because, zoals gezegd, alle typen causaliteit uitdrukken.

TaalObjectief Subjectief
Nederlandsdoordatomdatwant
Duitsdadurch dasweilweil/denn
Engelsbecausebecausebecause/since
Fransparce queparce quecar/puisque
Mandarijn Chineesyouyuyinweijiran
Tabel 1. Schematisch overzicht van betekenis en gebruik van een aantal causale connectieven in diverse talen

2. Wat betekent dit voor begrijpen en begrijpelijkheid?

In deel 3 en 4 hebben we kennis over coherentierelaties en connectieven op een rijtje gezet. Ze spelen ze een belangrijke rol bij het lezen en begrijpen van teksten. Causale relaties worden bijvoorbeeld beter onthouden dan additieve relaties (zie ook het deel over begrijpend lezen). En negatieve relaties zijn vaak lastiger te begrijpen dan positieve.

Connectieven kun je zien als een signaal van de schrijver aan de lezer (of van de spreker aan de luisteraar) om tussen twee tekstdelen een bepaald type verband te leggen. We zagen al in deel 1 dat uit veel onderzoek blijkt dat lezers geholpen zijn met dergelijke signalen: het kost ze minder tijd en moeite om zinnen met elkaar te verbinden. Dit zogenaamde faciliteringseffect van connectieven werkt onmiddellijk tijdens het lezen. Vaak zorgen connectieven er ook voor dat lezers teksten beter begrijpen: ze kunnen gemakkelijker vragen goed beantwoorden. Werkt dat altijd zo? Het effect op begrip verschilt tussen typen relaties. Negatieve relaties (alle tegenstellingen) zijn vaak heel moeilijk te begrijpen zonder connectieven. Positieve, additieve relaties kun je vaak ook goed begrijpen zonder connectieven.

Ook verschilt het effect per type lezer. Soms hebben zwakke lezers er meer profijt van dan sterke. En lezers die al heel veel kennis hebben over het onderwerp van de tekst profiteren minder van connectieven. Toch kunnen we wel dit zeggen: als er niet teveel connectieven in een tekst voorkomen, hebben ze een positieve invloed op het lezen, begrijpen en onthouden van de tekst. Het helpt lezers als ze signalen krijgen over de coherentierelatie de schrijver bedoelt. Op die manier dragen connectieven bij aan begrijpelijke taal.

Verder lezen:

Sanders, T. J.M, & Spooren, W. P.M. (2015). Causality and subjectivity in discourse: The meaning and use of causal connectives in spontaneous conversation, chat interactions and written text. Linguistics, 53(1), 53-92.

Stukker, N & Sanders, T.J.M. (2012). Subjectivity and prototype structure in causal connectives. A cross-linguistic perspective. Journal of Pragmatics, 44 (2), 169-190.

Lees hier de andere delen over teksten, cognitie en communicatie

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Sanders, T. & Spooren, W. (2021). Teksten, Cognitie en Communicatie, Deel 4: Welk connectief hoort bij welke relatie? In WODN Werkgroep Onderzoek Didactiek Nederlands (Ed.), Handboek Didactiek Nederlands. Levende TalenGeraadpleegd [datum] via [https://didactieknederlands.nl/handboek/2021/10/teksten-cognitie-en-communicatie-deel-4-welk-connectief-hoort-bij-welke-relatie/]

Auteurs:

Ted Sanders

Ted Sanders is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands en onderzoeker binnen het Utrecht Institute of Linguistics van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar coherentie in tekst en discourse. Daarbij maakt hij gebruik van theoretische, corpus-analytische en experimentele methoden, om bijvoorbeeld te achterhalen hoe lezers teksten begrijpen. Hij heeft een grote interesse in begrijpelijke taal, met name binnen overheid-burger-communicatie.

https://www.uu.nl/medewerkers/tjmsanders

Wilbert Spooren

Wilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands en onderzoeker bij het Centre for Language Studies (CLS) van de Radboud Universiteit. Hij doet onderzoek naar en geeft onderwijs over samenhang in tekst en gesprek, met een bijzondere belangstelling voor taalgebruik in nieuwe media. Ook is hij geïnteresseerd in taalgebruik in genres en effectieve communicatie van overheden en instellingen.

https://www.ru.nl/personen/spooren-w/

 

Delen: