Creatief schrijven. Deel 1: creatief schrijven vereist verbeeldingskracht

Dit lemma over creatief schrijven bestaat uit vier delen. Het eerste deel geeft een definitie van creatief schrijven en bespreekt de stand van zaken in het voortgezet onderwijs. Het tweede deel bespreekt creatieve modellen en schrijfprocesmodellen, de overeenkomsten tussen deze modellen en het onderzoek naar creatieve schrijfprocessen. In deel 3 en 4 worden ontwerpprincipes voor creatieve schrijflessen en suggesties voor vervolgonderzoek voorgesteld.

Creativiteit is ‘het vermogen om werk te produceren dat tegelijkertijd nieuw (origineel, onverwacht) maar ook passend is’ (Sternberg & Lubart, 1999, p. 3). ‘Passend’ betekent dat het creatieve product moet passen bij de taak, het beoogde publiek en de context.  

De gangbare definitie van creativiteit als origineel en passend is echter niet zomaar toe te schrijven aan het werk van leerlingen (Glăveanu, 2010). Dit probleem wordt ondervangen door het Four-C model of creativity (Beghetto & Kaufman, 2007). Dit model erkent dat creativiteit kan variëren van een subjectieve en persoonlijke vorm van creativiteit (mini-c) tot meer objectieve vormen van creativiteit die plaatsvinden in het dagelijks leven (little-c), tot creativiteit op professioneel niveau (Pro-c) en ten slotte, eminente creativiteit (Big-C). Het creatief schrijven door leerlingen valt onder alledaagse (little-c) creativiteit.

Schrijven over een nieuw onderwerp vergt altijd een bepaalde mate van creativiteit, omdat betekenisconstructie een productief, generatief en creatief proces is (Flower & Hayes, 1977; Galbraith & Baaijen, 2019; Hayes, 1989). Als creatief denken tijdens ieder schrijfproces een vereiste is, wat onderscheidt creatief schrijven dan van zakelijk schrijven?

1. Volgens Amabile (1996) is een creatieve taak meer heuristisch dan algoritmisch. In tegenstelling tot een algoritmische taak heeft een heuristische taak geen vast oplossingspatroon: het is een open taak en de weg naar de oplossing van de taak is niet eenduidig. Dat geldt voor vrijwel alle schrijftaken, maar nog het meest voor een creatieve tekst. Het grote verschil is dat je bij het schrijven van een zakelijke tekst een expliciet retorisch doel wilt bereiken: begrip of overtuiging. Dat retorische doel ontbreekt voor de creatieve tekst.

2. Een opdracht voor een zakelijk tekst biedt ruimte voor creativiteit, maar die wordt ingebed door het genre, vaak omdat de gewenste tekststructuur al in de opdracht is verwerkt. Zo moeten leerlingen voor een betoog meestal een standpunt introduceren in de inleiding en vervolgens een aantal argumenten geven en een tegenargument weerleggen. De verwachtingen van schrijvers en lezers over de tekststructuur vallen hier samen. De ‘ruimte’ voor een leerling die een verhaal moet schrijven, is vele malen groter. Door het ontbreken van een retorisch doel en voorwaarden aan de tekststructuur tijdens het creatief schrijven ontstaat een enorme vrijheid voor de schrijver. Deze vrijheid kan onzekerheid creëren: er is minder houvast.

Denk aan een lege pagina als open ruimte. Zij heeft geen dimensie; menselijke tijd maakt geen aanspraak. Alles is mogelijk, eindeloos mogelijk. Alles kan erin groeien. Iedereen, echt of denkbeeldig, kan erheen reizen, er blijven, of verder gaan. (Morley, 2007, p. 1)

3. Het schrijven van een fictionele tekst vereist verbeeldingskracht. De relatie van de auteur tot het referentieobject is anders dan bij een zakelijke tekst. In een zakelijke tekst delen auteurs de wereld waarover zij schrijven met de lezer. In een fictietekst verwijzen auteurs niet naar een externe, bestaande wereld. Zij creëren en verbeelden een fictieve wereld (Doyle, 1998) en leven zich in in de gecreëerde personages: hoe voelen zij zich, wat denken ze en welke keuzes maken zij? Dat geldt ook voor expressieve teksten, teksten over ervaringen, herinneringen en emoties. Die wereld van ervaringen en herinneringen moet worden opgeroepen en aan die herinneringen en emoties wordt betekenis toegekend. Misschien is dit externaliseren van een fictieve wereld wel het cruciale kenmerk van creatief schrijven. Al vergt het schrijven van iedere tekst een zekere mate van creativiteit, een creatieve tekst vergt meer creativiteit, maar vooral verbeeldingskracht.

Creatief schrijven in het voortgezet onderwijs

Creatief schrijven verdween bij de curriculumherziening in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs in 1998 uit het examenprogramma. Sindsdien is het schrijven van poëzie en fictie vooral beperkt tot het basisonderwijs en de onderbouw (Van Burg, 2010; Van Gelderen, 2010). Bovendien geven leerlingen zelf aan dat creatief schrijven onvoldoende aandacht krijgt op school (Stalpers & Stokmans, 2019).

Creatief denken weer in het curriculum

Creativiteit wordt in de huidige samenleving gewaardeerd: niet voor niets wordt creativiteit gezien als een van de 21e-eeuwse vaardigheden (Ananiadou & Claro, 2009). Ook het belang van creatief schrijven wordt onderkend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de beleidskeuze van PISA om creatieve denkvaardigheden te benoemen als innovatieve domeintest voor 2021 (OECD, 2019, door Covid uitgesteld tot 2022). Deze test bestaat uit vier domeinen, waarvan er één schriftelijke expressie is.

Ook in het onderwijs lijkt er de afgelopen jaren sprake te zijn van een kentering. SLO ontwikkelde bijvoorbeeld een leerlijn Creatief denken en handelen (2020) en er is weer aandacht voor creatief schrijven, al dan niet in relatie tot het lezen van literatuur (Stichting lezen, 2017a; Stichting lezen, 2017b). De voorstellen van curriculum.nu nemen ‘experimenteren met taal en vormen van taal [..] waarbij spel en fantasie een belangrijke rol spelen’ op als een van de zeven essenties van het vak Nederlands (curriculum.nu). Als creatief schrijven weer onderdeel wordt van het curriculum in Nederland, dan is het voor docenten belangrijk om te weten welke processen een rol spelen tijdens het creatief schrijven en hoe zij deze processen kunnen stimuleren. 

Literatuur

Amabile, T. M. (1996). Creativity in context: Update to ‘The social psychology of creativity.’ Westview Press.

Ananiadou, K., & Claro, M. (2009). 21st Century skills and competences for new millennium learners in OECD countries. Organization for Economic Cooperation and Development. EDU Working paper no. 41. https://www.olis.oecd.org/olis/2009doc.nsf/linkto/edu-wkp(2009)20

Beghetto, R. A., & Kaufman, J. C. (2007). Toward a broader conception of creativity: A case for “mini-c” creativity. Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts, 1(2), 73. https://doi.org/10.1037/1931-3896.1.2.73

Burg, S. van (2010) Schrijf je slim. Onderzoeksinventarisatie: Effecten van creatief schrijven in het onderwijs. Kunstfactor. https://adoc.pub/copyright-kunstfactor-2010.html

Curriculum.Nu Nederlands. www2.curriculum.nu/voorstellen/nederlands/uitwerking-nederlands

Doyle, C. L. (1998). The writer tells: The creative process in the writing of literary fiction. Creativity Research Journal, 11(1), 29-37. https://doi.org/10.1207/s15326934crj1101_4

Flower, L.S., & Hayes, J.R. (1977). Problem-solving strategies and the writing process. College English, 39(4), 449-461.

Gelderen, A. J. S. van (2010). Leerstoflijnen schrijven beschreven: uitwerking van het referentiekader Nederlandse taal voor het schrijfonderwijs op de basisschool. Enschede: SLO.

Galbraith, D., & Baaijen, V.M. (2018). The work of writing: Raiding the inarticulate. Educational Psychologist, 53(4), 238-257. https://doi.org/10.1080/00461520.2018.1505515

Glăveanu, V. P. (2010). Paradigms in the study of creativity: Introducing the perspective of cultural psychology. New Ideas in Psychology, 28(1), 79-93. https://doi.org/10.1016/j.newideapsych.2009.07.007

Hayes J. R. (1989) Cognitive processes in creativity. In J.A. Glover, Ronning R.R. & C.R. Reynolds (Eds.). Handbook of creativity. Perspectives on individual differences (pp. 135-145). Springer. https://doi.org/10.1007/978-1-4757-5356-1_7

Morley, D. (2007). The Cambridge introduction to creative writing. Cambridge University Press.

OECD (2019). Pisa 2021 Creative Thinking Framework (Third draft). https://www.oecd.org/pisa/publications/PISA-2021-Creative-Thinking-Framework.pdf

SLO, (2020). Creatief denken en handelen. Leerlijnen 21e eeuwse vaardigheden. Geraadpleegd op 2 mei 2022. https://www.slo.nl/thema/meer/21e-eeuwsevaardigheden/creatief-denken/

Stalpers, C., & Stokmans, M. (2019). Wat is het verhaal achter de schrijver? Een verkennend onderzoek onder oud-scholieren naar het schrijven van fictie en poëzie. Levende Talen Tijdschrift, 20(2), 27-37.

Sternberg, R. J., & Lubart, T. I. (1999). The concept of creativity: Prospects and paradigms. In R.J. Sternberg (Ed.), The cambridge handbook of creativity (pp. 3-15). Cambridge University Press.

Stichting Lezen (2017a). Zo fijn dat het niet fout kan zijn. De invloed van (re)creatief schrijven op lezen. Stichting Lezen.

Stichting Lezen (2017b). Kwestie van Lezen. Creatief schrijven en lezen combineren op de middelbare school. Stichting Lezen.

Verder lezen

Creatief schrijven. Deel 1: creatief schrijven vereist verbeeldingskracht
Creatief schrijven. Deel 2: het creatieve schrijfproces
Creatief schrijven. Deel 3: ontwerpprincipes voor creatieve schrijfinstructie (volgt zomer 2022)
Creatief schrijven. Deel 4: suggesties voor verder onderzoek (volgt zomer 2022)

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Peeze ten, A. (2022). Creatief schrijven. Deel 1: creatief schrijven vereist verbeeldingskracht. In WODN Werkgroep Onderzoek Didactiek Nederlands (Ed.), Handboek Didactiek Nederlands. Levende TalenGeraadpleegd [datum] via:

Auteurs:

Anouk ten Peze
+ posts

Anouk ten Peze is docent Nederlands aan Het Schoter in Haarlem. Dankzij een promotiebeurs voor leraren van NWO doet zij onderzoek naar het effect van creatief schrijven op het schrijfproces en de tekstkwaliteit, onder begeleiding van Tanja Janssen en Gert Rijlaarsdam (UvA).

Delen: