Culturele herinnering

Dit artikel is onderdeel van een serie met het hoofdthema Postkoloniale letterkunde. Onder dit hoofdthema vallen ook artikelen over Ecokrotiek, Culturele identiteit en Kolonialisme en racisme.

Als samenleving hebben we gemeenschappelijke herinneringen aan historische gebeurtenissen, ook wel ‘culturele herinnering’ genoemd. Als drager van die culturele herinnering speelt literatuur een belangrijke rol. Dit artikel gaat in op het concept culturele herinnering en de invloed van schrijvers en hun werken op de wijze waarop wij als samenleving herinneren. In het slot worden mogelijkheden besproken om in het literatuur- en geschiedenisonderwijs aandacht te besteden aan de manier waarop culturele herinneringen tot stand komen.

Culturele herinnering

De term culturele herinnering verwijst naar de manier waarop historische gebeurtenissen betekenis krijgen in een samenleving. Culturele media spelen daarbij een belangrijke rol. Films, televisieseries, standbeelden, tentoonstellingen en schilderijen wekken niet alleen het verleden tot leven, ze beïnvloeden ook onze kijk daarop. Literatuur is eveneens een belangrijke drager van herinneringen: via gedichten, kinderboeken, romans en andere literaire teksten vinden beelden van het verleden hun weg naar een breder publiek. Sommige herinneringen gaan generaties lang mee, maar ze veranderen altijd onder invloed van de tijdsgeest. Onder andere letterkundigen onderzoeken hoe dat proces in zijn werk gaat en wat het (politieke) effect is van herinneren.

Memory studies

Onderzoek naar culturele herinnering past binnen het interdisciplinaire veld van de memory studies. Dit kwam op in de jaren 1920, toen de Franse socioloog Maurice Halbwachs het concept ‘mémoire collective’ (het collectieve geheugen) ontwikkelde. Hij liet zien dat individuele herinneringen (en het vergeten daarvan) mede door sociale structuren worden bepaald en had daarbij oog voor de invloed van culturele tradities.  In de jaren 1980 kreeg het onderzoek naar culturele herinnering een nieuwe impuls, dankzij het werk van Pierre Nora, die het begrip ‘lieux de mémoire’ introduceerde. Deze plaatsen van herinnering zijn overal om ons heen en zijn vaak de inzet van politieke strijd.

Het vondelmonument/vondelbeeld van kunstenaar Louis Royer, J.T. Stracké

Plaatsen van herinnering kunnen ook verbonden zijn aan literaire figuren of hun werken. Denk bijvoorbeeld aan het standbeeld van Joost van den Vondel (1587-1679) dat in de negentiende eeuw in het Vondelpark werd opgericht. Dit monument en de benaming van het park dragen vandaag de dag meer bij aan de naamsbekendheid van de dichter dan diens schriftelijke nalatenschap.

Tot de grondleggers van de memory studies behoren verder Aleida en Jan Assmann, die het concept culturele herinnering (‘das kulturelle Gedächtnis’) theoretisch en methodologisch inkaderden. Hun werk heeft ook literatuurwetenschappers geïnspireerd, onder wie Ann Rigney en Astrid Erll.  Beiden laten zien hoe verreikend de invloed van schrijvers en hun werken op de culturele herinnering kan zijn. Zo maakt Rigney zichtbaar hoe Walter Scott (1771-1832) onderdeel werd van de Europese culturele herinnering. De films, series en souvenirs die op zijn historische roman Ivanhoe (1819) waren gebaseerd, zorgden ervoor dat dit romanpersonage tot een iconische held in heel Europa uitgroeide.

Romanfiguren in de collectieve herinnering

Dit soort iconische figuren bestaan ook in Nederland. Een sprekend voorbeeld is het duo Jip en Janneke. Tussen 1952 en 1957 publiceerde Annie M.G. Schmidt in samenwerking met tekenares Fiep Westendorp verhalen over dit buurjongetje en -meisje in Het Parool. Sindsdien behoren ze tot het Nederlandse erfgoed. Hoe herinnering verandert, zie je ook aan recente kritiek op de stereotiepe genderverhoudingen in het verhaal.  Andere bekende romanfiguren die via culturele media als televisie, film en musical nog steeds voortleven in het collectieve geheugen zijn Dik Trom, Pietje Bell en Ciske de Rat. Slechts weinigen zullen zich vandaag de dag realiseren dat dit oorspronkelijk romanfiguren waren.

Deze voorbeelden maken twee dingen duidelijk. Ten eerste vindt culturele herinnering vaak plaats binnen nationale kaders: de behoefte aan vaderlandse iconen is een erfenis uit de negentiende eeuw, toen literatuur bij uitstek functioneerde als een middel om de nationale identiteit vorm te geven.  Tegelijkertijd is juist de literatuur bij uitstek ook internationaal van aard: via vertalingen en de hedendaagse globalisering zijn romanfiguren de wereld over gereisd, zoals Pippi Langkous uit de boeken van de Zweedse auteur Astrid Lindgren of de kleine zeemeermin uit de sprookjes van de Deense auteur H.C. Andersen, die via de Disneyverfilmingen is gepopulariseerd.  Ten tweede vormt de kinder- en jeugdliteratuur een belangrijk medium in de vorming van een nationaal cultureel geheugen. Hele generaties groeiden op met de kinderboeken van W.G. van der Hulst, die een uitgesproken christelijk, Oranjegezind en heroïsch perspectief op het vaderlandse verleden schetste.

De representatie van het verleden

Hoe belangrijk de jeugdliteratuur is, blijkt ook uit een boek als Oorlogswinter (1972) van Jan Terlouw. De talloze herdrukken en de verfilming zijn medebepalend geweest voor het beeld dat jongere generaties van de hongerwinter en bezetting door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben.

Zulke klassiekers zijn er ook voor volwassenen. Zo beschrijft Margo Minco in Het bittere kruid (1957), tevens verfilmd in 1985, de lotgevallen van een Joods gezin tijdens de bezettingsjaren. De roman, geschreven vanuit het perspectief van een Joods meisje, heeft een blijvende indruk achtergelaten bij naoorlogse lezers. Samen met het wereldwijd vertaalde dagboek van Anne Frank heeft het de herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland vormgegeven. 

Literatuur is ook bij uitstek de plek om te laten zien hoe complex het verleden kan zijn. Kort na de oorlog publiceerde Simon Vestdijk Pastorale 1943, waarin hij het Nederlandse verzet als een poppenkast voorstelde met burgers die soldaatje speelden en zich helden voelden. In 1958 verscheen De donkere kamer van Damocles van Willem Frederik Hermans, waarin de vraag speelt of de hoofdpersoon Osewoudt of Dorbeck een verzetsheld of verrader is. Hermans toonde daarmee dat ‘goed’ of ‘fout’ relatief zijn. In 2012 gaven bibliotheken deze roman tijdens de campagne Heel Nederland Leest gratis mee aan scholieren en leden.

Bij hedendaagse schrijvers vormt de Tweede Wereldoorlog nog altijd een belangrijk thema. In het oeuvre van Arnon Grunberg, wiens moeder het concentratiekamp Auschwitz overleefde, keert het op allerlei manieren terug, van zijn debuut Blauwe maandagen (1994) en Huid en haar (2010) tot aan de door hem verzamelde teksten van ooggetuigen in Bij ons in Auschwitz. Getuigenissen (2020). Hij laat lezers nadenken over de doorwerking van het verleden. Belangrijker is dat hij dat verleden gebruikt om te waarschuwen voor het heden en voor te makkelijk geloof in ideologieën. Steeds wijst hij op de afwezigheid van moraal en op de menselijke neiging tot onderdrukking en gewelddadigheid. Zo zie je hoe een beeld van het verleden een politiek effect kan hebben in het heden. Dat geldt niet alleen voor wat we ons collectief herinneren, maar ook voor herinneringen die worden onderdrukt.

Herinneren en vergeten

Een belangrijke pijler binnen de memory studies is dan ook de vraag welke episodes (bewust of onbewust) zijn weggedrukt uit de culturele herinnering. Die blinde vlekken zeggen minstens zo veel over het zelfbeeld van een land of gemeenschap. Dit onderzoek naar het culturele ‘vergeten’ heet amnesia studies.

De vraag naar het culturele vergeten is ook relevant voor de Nederlandse geschiedenis, waarin de Tweede Wereldoorlog lange tijd hét enige brandpunt van de culturele herinnering leek te zijn. De laatste twee decennia is meer oog gekomen voor onderbelichte thema’s zoals het slavernijverleden en het Nederlandse koloniale verleden in Indonesië. De heruitgave in 2020 van Wij slaven van Suriname (1934) van Anton de Kom heeft de herinnering aan de wijze waarop Nederland de kolonie destijds uitbuitte, gereactiveerd.

‘Vergeten’ kan ook betrekking hebben op een selectief perspectief. De herinnering aan het koloniale verleden is binnen het letterkundige landschap lange tijd vrijwel alleen gevormd door de roman Max Havelaar (1860) van Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker). Daarin bestreed hij de uitwassen van het koloniale systeem van uitbuiting, maar hij pleitte niet voor het afschaffen van het kolonialisme. Het boek is verfilmd, in musicalvorm uitgebracht, hertaald en verwerkt in een aflevering van de strip Suske en Wiske.

Dankzij nieuw onderzoek en de herontdekking van Nederlandse en Indonesische schrijvers is het perspectief op het koloniale verleden en de doorwerking daarvan in het heden veelzijdiger geworden. Auteurs als Hella Haasse, Adriaan van Dis, Marion Bloem en Alfred Birney hebben met hun romans de postkoloniale herinnering mede gevormd. Laatstgenoemde won in 2017 de Libris Literatuurprijs met De tolk van Java, waarin hij de verstoorde verhouding tussen een zoon en zijn gewelddadige vader, een oud KNIL-militair, beschrijft. In 2022 werd de novelle Winarta (1953) van Basuki Gunawan herontdekt, waarin de Indonesische revolutie vanuit het perspectief van een Indonesiër aan bod komt.

In de klas

Leerlingen vormen zich een beeld van de geschiedenis via verhalen uit hun thuisomgeving, de sociale media, maar ook de teksten die zij lezen (evenals verfilmingen en bewerkingen daarvan). Perspectieven op het verleden veranderen echter voortdurend onder invloed van maatschappelijke veranderingen. Ze kunnen ook worden ingezet met het doel om burgers te manipuleren en ze bijvoorbeeld voor nationalistische ideeën te winnen. Dat inzicht is een belangrijk aspect van burgerschap.

In het literatuur- en geschiedonderwijs is het dus van belang om oog te hebben voor de wijze waarop culturele herinneringen tot stand komen. Het onderwerp is heel geschikt voor een vakoverstijgend project waar ook de andere moderne en klassieke talen, de kunstvakken en bijvoorbeeld maatschappijleer bij betrokken kunnen zijn.

In de Nederlandse les kan een gesprek over culturele herinnering in literatuur bijvoorbeeld beginnen met de vaststelling dat iedere cultuur zijn eigen ‘helden’ (of ‘vijanden’) heeft. Daarop volgt een rondvraag welke helden dat zijn en via welke media leerlingen die helden hebben leren kennen.  Orale, materiële, schriftelijke of digitale media hebben ieder immers hun eigen invloed op die verhalen: ze zijn nooit neutrale doorgeefluiken van herinnering. Ze representeren het verleden ieder op eigen wijze. Zo zal een les over culturele herinnering ook aspecten van multiculturaliteit, burgerschap en mediawijsheid bevatten. Cultureel bewustzijn wordt vergroot door leerlingen kennis te laten maken met elkaars helden, de Nederlandse herinneringscultuur en de betekenis voor ons heden van figuren als Anne Frank, Multatuli, Anton de Kom of Annie M.G. Schmidt. Gebruik daarvoor de website de Canon van Nederland, waarop deze schrijvers en denkers figureren.  Laat leerlingen reflecteren op de vraag: wat is een canon? Wie zouden zij willen toevoegen? In welke historische context is een bepaalde tekst ontstaan en hoe kijken we nu aan tegen dat verleden? Wat is bijvoorbeeld de betekenis van Anne Frank voor de populaire roman The Fault in Our stars? Of welke herschrijvingen en remediaties zijn er van het verhaal van Sheherazade uit Duizendeneennacht en wat betekenen ze?  Met zulke voorbeelden gaan leerlingen de functie en het effect van literaire teksten in een cultuur begrijpen.

Lesvoorstellen

Bronnen

Dijk, Y. van (2018). Afgrond zonder vangnet. Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg. Nijgh & Van Ditmar.

Erll, A. (2011). Memory in Culture. Palgrave Macmillan. Doi: https://doi.org/10.1057/9780230321670.

Erll, A. Ansgar, N. (2010). Cultural Memory Studies: An International and Interdisciplinary Hanbook. De Gruyter.

Honings, R. Van ’t Veer, C. & Bel, J. (2021). De postkoloniale spiegel. De Nederlands-Indische letteren herlezen. Leiden University Press.

Rigney, A. (2012). The Afterlives of Walter Scot. Memory on the Move. Oxford University Press.

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Jensen, L. (2024). Culturele herinnering. In WODN Werkgroep Onderzoek Didactiek Nederlands (Ed.), Handboek Didactiek Nederlands. Levende Talen. Geraadpleegd [datum] via: https://didactieknederlands.nl/handboek/2024/02/postkoloniale-letterkunde-culturele-herinnering/

Auteurs:

Lotte Jensen
+ posts

Lotte Jensen is hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze publiceert over historische Nederlandse letterkunde en geschiedenis en richt zich op thema’s als natievorming, Napoleon, vredesgeschriften en rampen. Ze schreef onder meer Verzet tegen Napoleon en Wij en het water. Een Nederlandse geschiedenis en Rampen. Een nieuwe geschiedenis van Nederland. Daarnaast recenseert ze voor de Volkskrant en is ze columnist bij de lage landen.

Delen: