Leergangvergelijking Nederlands

Verwijzen naar deze publicatie:

Panel Leergangvergelijking Nederlands (2022). Vijf leergangen bovenbouw vergeleken. https://didactieknederlands.nl/?s=leergangen. Geraadpeegd [datum]

Op deze pagina vindt u het verslag van het WODN-project Leergangvergelijking Nederlands.

Een panel van leraren Nederlands, vakdidactici en taalbeheersers analyseerden zes leergangen Nederlands:

  1. Bruuttaal
  2. Kern
  3. Nieuw Nederlands
  4. Op Niveau
  5. Talent!
  6. VO-Content. Dit onderwijsleermateriaal werd ten slotte niet betrokken in de vergelijking. We voegen binnenkort een aparte pagina toe over de sterktes en zwaktes van VO-Content.

Geanalyseerd werd vwo 4, de schakel tussen onderbouw en examenprogramma. Het ging uitsluitend om het taalbeheersingsdeel van het bovenbouw programma. Een vergelijking van leergangen voor literatuur volgt later. De vergelijking berust op een vragenlijst die alle examendomeinen dekt, en de nieuwe inzichten in het leerplan Nederlands (de ‘grote opdrachten’) die ontwikkeld werden door het team Nederlands van Curriculum.nu. 

Wat kunt u vinden op deze pagina’s?

1. De vergelijking tussen vijf leergangen in tien figuren

Hier ziet u de vijf leergangen onderling vergeleken, en vergeleken met wat het panel als geheel het meest wenselijk achtte. Elke vergelijking is in beeld gebracht. via een uitklaptekst krijgt u nadere informatie over het aspect dat werd geanalyseerd zoals dat in de vragenlijst werd beschreven. we voegen er later nog commentaren aan toe van de analisten.

2. Typeringen van de vijf leergangen

Hier treft u de typeringen aan door de panelleden van elke leergang, de waargenomen sterk en de waargenomen zwakke punten.

3. Signalementen

De typering van de leergang door de uitgever

4. Reacties van uitgevers

We hebben uitgevers de gelegenheid geboden te reageren op de waarnemingen en analyses van de panels. Enkele leergangen waren al in bewerking (nieuwe edities) voordat we aan de vergelijking begonnen, en we wilden uitgeverijen in de gelegenheid stellen om uiteen te zetten in welke richting zij hun edities wilden veranderen.

5. Samenstelling panel

6. Verantwoording werkwijze

7. Literatuur

 

1. De vergelijking tussen vijf leergangen in tien figuren

Leesvaardigheid

Leesvaardigheid
Klik op het driekhoekje voor meer informatie.

De leergang bevat:

  

  • een duidelijke uitleg en instructie over de drie hoofdtypen teksten die gelezen moeten kunnen worden: de uiteenzetting, de beschouwing en het betoog  
  • een brede variatie van de tekstsoorten die behandeld kunnen worden, d.w.z.: kranten- en tijdschriftartikelen (nieuwsberichten, reportages, opinieteksten, essays), studieteksten.  
  • een brede variatie van tekstverschijningsvormen (gedrukt, digitaal, multi-modaal (combinaties van tekst met beeld/diagrammen etc.)  
  • oefeningen voor verschillende leesstrategieën (scannend lezen, studerend lezen, voorspellend lezen en dergelijke).  
  • biedt een heldere uitleg en oefeningen over:  
    • analyseren en interpreteren van tekstsoorten  
    • de structuur van teksten  
    • kunnen beargumenteren van een oordeel over de aanvaardbaarheid van teksten  
    • het beknopt samenvatten van teksten (ongeveer 10% van de oorspronkelijke tekst)  
    • de integratie van argumentatievaardigheden in het leesonderwijs. 

Hoeveel leerstof bevat deze leergang voor de volgende vier aspecten van leesvaardigheid? 

  • Analyseren en interpreteren
  • Beoordelen  
  • Samenvatten 
  • Nieuw: Leerlingen hebben toegang tot rijke literaire en zakelijke teksten die de mogelijkheid bieden om vanuit meerdere perspectieven naar een onderwerp te kijken en eigen meningen en standpunten te bevragen 
Mondelinge taalvaardigheid

Mondelinge taalvaardigheid

De leergang bevat uitleg (en oefeningen) over:

 

  • de voordracht met vragen achteraf (in duo’s of trio’s), de discussie en het debat, en hoe een (goede) voordracht, een (goede) discussie en een (goed) debat eruitzien. 
  • de factoren die bepalen waarom een mondelinge presentatie matig, beter of heel goed is. 
  • de concrete problemen die leerlingen ondervinden bij het spreken voor of in een groep, en suggesties voor oplossingen. 
  • het gebruik van audiovisuele en andere hulpmiddelen bij presentaties.   
    De leergang bevat: 
  • een overzichtelijk, voor leerlingen begrijpelijk en eenduidig beoordelingsformulier, waarvan ook de afzonderlijke elementen toegelicht worden. 
  • goede voorbeelden (bijvoorbeeld op video) waaraan leerlingen zich kunnen spiegelen, en minder goede die leerlingen kunnen analyseren (modellen).  
  • Een voordracht met vragen na
  • Een discussie, debat
  • Nieuw: Leerlingen leren in interactie ideeën, meningen en oplossingen verwoorden en onderbouwen. Ze leren daarbij steeds bewuster gespreksvormen, -regels en – technieken toepassen.
Schrijfvaardigheid

Schrijfvaardigheid

De leergang bevat uitleg en oefeningen over:

  

  • de drie hoofdtypen gedocumenteerde teksten: de uiteenzetting, de beschouwing en het betoog.   
  • de diverse fasen in het schrijfproces van gedocumenteerde teksten: materiaal selecteren en ordenen, materiaal verwerken (voor verschillende doelgroepen) en materiaal reviseren?   
  • het reviseren van teksten. 

Optioneel: De leergang maakt duidelijk    

  • uit welke componenten een schrijfdossier zou kunnen bestaan.   
  • hoe het schrijfdossier gevuld moet worden en wat de functie ervan is tijdens en na het schrijven.   

De leergang bevat: 

  • criteria voor de beoordeling van een gedocumenteerde tekst bijvoorbeeld in de vorm van beoordelingslijstjes. 
  •  Informatie die een duidelijk beeld geeft over de mogelijke inrichtingen van het schoolexamen.   

NB De voorstellen van het Ontwikkelteam Nederlands van Curriculum.nu onderscheiden lees- en schrijfvaardigheid niet, en voegen creativiteit/taalexperiment toe aan de schrijfvaardigheid. Die drie leerstofdomeinen voegden we toe.  

  1. Informatie verzamelen en verwerken  
  1. Informatie verstrekken 
  1. Nieuw: Leerlingen leren op een creatieve wijze uiting te geven aan ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Bij het experimenteren leren ze bewust taalnormen te doorbreken en ze gaan de effecten ervan na. 
  1. Nieuw: Leerlingen leren hun communicatie steeds passender afstemmen op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Ze zetten daarbij hun kennis van communicatieve doelen en bijbehorende teksten steeds bewuster in. 
  1. Nieuw: Leerlingen ontwikkelen een kritische houding ten opzichte van (digitale) informatie. Ze leren strategieën en talige middelen gebruiken om informatie op een passende manier te verwerken en verstrekken. 
Argumenteren

Argumentatie 

De leergang besteedt expliciet aandacht aan De leergang bevat uitleg en oefeningen argumentatie:

  

  • standpunten en argumenten; 
  • typen argumenten en redeneringen 
  • aanvaardbaarheid van betogen 
  • drogredenen. 

De leergang integreert deze aandacht voor argumentatie in betogende teksten bij lees- en schrijfvaardigheid en in de mondelinge taalvaardigheid. De praktische toepasbaarheid staat bij deze integratie voorop.  

NB De voorstellen van het Ontwikkelteam Nederlands van Curriculum.nu stelden een zogenaamde ‘grote opdracht’ voor, over doel- en publiekgericht communicatie. We voegende die hier toe aan het domein argumentatie, maar dat is licht arbitrair: het gaat om kennis van relevante kenmerken van communicatieve situaties en het kunnen toepassen van die kennis.  

  1. Analyseren van een betoog 
  1. Beoordelen van een betoog  
  1. Opzetten van een betoog  
  1. Nieuw: Leerlingen leren hun communicatie steeds passender afstemmen op doel, publiek en taalgebruikssituatie. Ze zetten daarbij hun kennis van communicatieve doelen en bijbehorende teksten steeds bewuster in.  

Nieuwe leerstofdomeinen: taalgebruiksbeschouwing 

Hoeveel leerstof bevat deze leergang voor de volgende twee mogelijk nieuwe leerstofdomeinen?

 

  1. Nieuw Taal(gebruiks)beschouwing: Leerlingen worden zich bewust van het belang en de mogelijkheden van taal en tekstconventies, en van de relatie tussen vorm, betekenis en context. Ze breiden hun taalleervaardigheden en vaktaal uit. 
  1. Nieuw: Leerlingen leren de invloed van talen, taalvariëteiten, (sub)culturen en tradities op het Standaardnederlands onderzoeken. Ze zetten hun talen en taalvariëteiten bewust in om identiteit vorm te geven. 
Profielwerkstuk en Oriëntatie op het beroep

Profielwerkstuk en Oriëntatie op Studie en Beroep 

Hoeveel leerstof bevat deze leergang voor de volgende twee leerstofdomeinen? 

  1. Profielwerkstuk 
  1. Oriëntatie op studie en beroep 
Kwaliteit leerstof

Kwaliteit van de leerstof 

Maatschappelijke en wetenschappelijke realiteit

 

  1. Maatschappelijke realistisch: Communicatie gaat ergens over. De leerstof mag dan nog zo functioneel gekozen zijn, zeer goed passend bij het leerdoel, wetenschappelijk uiterst correct, dat wil nog niet zeggen dat die inhouden maatschappelijk relevant en realistisch zijn. De teksten, onderwerpen, voorbeelden en illustraties bieden een representatief en realistisch, en dus intercultureel beeld van land en volk. 
  1. Wetenschappelijk aanvaardbaar. De inhoud is vakwetenschappelijk correct: definities van tekstsoorten, uitleg bij argumentatiekunde en grammatica en dergelijke zijn wetenschappelijk verantwoord. 
  1. De inhoud is wetenschappelijk actueel: de inhoud sluit aan bij de huidige inzichten in het vakgebied. Voor Nederlands bijvoorbeeld: kennis en inzichten uit de Neerlandistiek (taalbeheersing en taalkunde, bijvoorbeeld kennis over schrijfprocessen, kennis over argumentatie). 
  1. De inhoud is illustratief/functioneel/representatief: de teksten, oefeningen, voorbeelden en illustraties zijn illustratief voor het verschijnsel dat behandeld wordt. Wordt bij Nederlands bijvoorbeeld het verschijnsel ‘drogredenen’ behandeld, dan zijn de voorbeelden en de oefeningen correct en illustratief. Hetzelfde geldt voor taalkundige verschijnselen, aspecten van vaardigheden (leesstrategieën). 
Didactische kwaliteit

Didactische kwaliteit

In de analyse van de didactische kenmerken zijn vier aspecten betrokken:

 

  1. Vaardigheiddidactiek
  2. Strategisch taalonderwijs 
  3. Transfer bevordering 
  4. Zelfstandigheidsbevordering 

1. Vaardigheidsdidactiek 

Vaststelling: de leergang bevat (erg weinig-weinig/veel-veel-erg veel) oefeningen en opdrachten die de ontwikkeling van de leerling tot een competente taalgebruiker bevorderen, zoals 

  • Levensechte (gesimuleerde/stimulerende) communicatieve taken.  
  • Reflectietaken (vooraf en/of tijdens en/of na de taakuitvoering; opdrachten die leerlingen nopen zich bewust te worden hoe zij problemen oplosten en wat daaraan nuttig of juist niet nuttig was) 
    • op het resultaat van de taak (‘is de communicatie geslaagd?’)  
    • op het proces van de taakuitvoering, of op de ontwikkeling van de leerder als communicatiedeelnemer (‘is de taakuitvoering efficiënt en effectief?’; ‘is er geleerd wat beoogd werd?’)  
  • Oriëntatieoefeningen op het leren of op de communicatieve taak. Dit soort oefeningen stimuleert leerlingen inhoudelijke of procedurele voorkennis te activeren die zij kunnen benutten bij het uitvoeren van de (communicatie)taak; leerlingen leggen verbanden met hun ervaringen, met reeds behandelde stof e.d.). De oefening kan ook expliciet verband leggen bij de introductie van nieuwe inhouden met de voorkennis van de leerling. Ook als de leerdoelen geëxpliciteerd en gemotiveerd worden (aan de leerlingen wordt duidelijk gemaakt waarom iets gedaan moet worden) kan dit beschouwd worden als expliciete oriëntatie. 

Hoeveel kenmerken bevat deze leergang van vaardigheidsdidactiek? 

2. Strategisch taalonderwijs 

Vaststelling: de leergang bevat (erg weinig-weinig/veel-veel-erg veel) oefeningen en taken die de leerlingen steun bieden, bijvoorbeeld bij de problemen die zij in communicatieve taken tijdens het leerproces ondervinden. Dat kan via aanvullende teksten of schema’s en/of aanvullende denkopdrachten. 
 
Teksten met nuttige informatie als steun bij het uitvoeren van taken, bijvoorbeeld bij  

  • het proces van schrijven en spreken: ondersteuning bij het voorbereiden, het uitvoeren, het evalueren van taken, het afstemmen op doel en publiek 
  • de keuze en het gebruik van bronnen, media 
  • het proces van analyseren, interpreteren en waarderen van leesteksten, kijk- en luisterteksten. 

 
Opdrachten die de leerling laten oefenen met het aan de weet komen van wat ze niet begrijpen 

  • in geschreven of gedrukte teksten (leesstrategieën)  
  • in beluisterde taal in niet interactieve situaties (luisterstrategieën) 
  • in taaluitingen van een gesprekspartner (communicatiestrategieën) die de leerling laten oefenen  
  • met het aan een gesprekspartner duidelijk maken wat ze bedoelen (compensatiestrategieën /negotiation of meaning).  

Hoeveel kenmerken bevat deze leergang van strategisch taalonderwijs? 

3. Transfer 

Vaststelling: de leergang bevat (erg weinig-weinig-weinig/veel-veel-erg veel) teksten, taken en/of oefeningen die bevorderen dat leerlingen verbanden (leren) leggen met kennis en vaardigheden van andere vakonderdelen, vakgebieden of situaties (transfer). 

Toelichting Leerlingen moeten (leren) benutten wat zij eerder leerden, en moeten (leren) benutten wat zij leerden voor toekomstige situaties. Want wat leerlingen leren aan kennis en vaardigheden staat niet op zichzelf: er is samenhang, of er moet samenhang aangebracht worden met andere vaardigheden, schoolvakken en het buitenschoolse communicatieve leven. 

  1. Teksten, oefeningen of taken waarin verbindingen tussen vakonderdelen tot stand komen via interne verwijzingen (vooruit: prospectief; terug: retrospectief); Bij Nederlands bijvoorbeeld: de manier van informatie verwerven en verwerken die zowel bij schrijfvaardigheid als spreekvaardigheid terugkomt; het herkennen en gebruiken van tekstsoorten en -structuren bij spreken, lezen, luisteren en schrijven, argumentatiekundige onderscheidingen bij verschillende vaardigheden, doel- en publiekgericht schrijven en spreken, leesstrategieën gebruiken, samenvatten. 
  1. Teksten, oefeningen of taken waarin verbindingen gelegd worden met vakonderdelen in andere vakken. Bijvoorbeeld via externe verwijzingen naar schoolvakken; het aanbieden van expliciete verbanden van theorie en oefenstof met andere vakken, bijvoorbeeld door het aanbieden van oefenstof uit die vakken, of met taken in het vervolgonderwijs, bijvoorbeeld door legitimering van doelen aan naschoolse taken te ontlenen. 
  1. Teksten, oefeningen of taken waarin verbindingen gelegd worden naar de wereld buiten school: de maatschappelijke en psychologische ‘werkelijkheid’, bijvoorbeeld door activeren van voorkennis over de maatschappelijke werkelijkheid; het verbinden van leerstof en oefeningen aan de belevingswereld van leerlingen. 
  1. Expliciete transfertaken voor leerlingen: leerlingen leren het toepassingsdomein van het geleerde uit te breiden, te generaliseren van deze taal/situatie naar een cluster van taken/situaties (“Wat heb je nu geleerd; in welke taken kun je het geleerde toepassen?”). Deze taken bevatten abstractie- en concretiseringsoefeningen of een combinatie daarvan, waardoor leerlingen leren generaliseren (abstraheren van een taak of oefening naar een domein van taken en oefeningen of ‘strippen’ van situationele kenmerken van de taak of oefening: het gaat niet om het leren schrijven van deze ene brief, maar om het leren schrijven van brieven) en contextualiseren (concretiseren van een taak of oefening of vaardigheid in een aantal concrete situaties; toepassen van abstracte kennis in concrete situaties).  

Hoeveel kenmerken bevat deze leergang die transfer bevorderen? 

4. Bevordering zelfstandig leren

Vaststelling: de leergang bevat (erg weinig-weinig-weinig/veel-veel-erg veel) hulpmiddelen voor het (leren van) zelfstandig leren. 

Toelichting terminologie (ontleend aan Bonset en Mulder 1997): 

Bij zelfstandig (samen)werken bepaalt de docent en/of de auteur van het onderwijsleermateriaal de leertaken, de manier waarop deze moeten worden uitgevoerd en eventueel verschillende routes die leerlingen kunnen kiezen. Er is voor de leerlingen dus weinig keuzevrijheid. Het leren is leerganggestuurd of docentbepaald. De leerlingen voeren de taken zo zelfstandig mogelijk uit. Dat betekent dat 

  1. de opdrachtformulering de leerling goed op weg moet helpen,  
  1. er her en der in de opdrachten en oefeningen steun wordt geboden aan de leerling. De leergang zorgt ervoor dat de leerling aan de gang kan gaan, en aan de gang kan blijven, zonder veelvuldige hulp van de docent. 

Bij zelfstandig leren probeert de leergang leerbeslissingen uit te besteden aan leerlingen. Grofweg vallen die beslissingen uiteen in twee categorieën: over het wat en over het hoe van het leren. Leerlingen kunnen in beide opzichten zelf keuzes (leren) maken. Kenmerkend verschil met zelfstandig werken is dat leerlingen niet alleen worden aangezet tot het zelfstandig uitvoeren van leertaken, maar ook tot het zelfstandig sturen van het leergedrag. Dat betekent de leergang teksten/opdrachten bevat waarin de leerlingen een keuze moeten maken ten aanzien van  

  1. het plannen,
  2. en/of het uitvoeren
  3. en/of het evalueren van de taak. 

 Bij zelfverantwoordelijk leren geeft de docent en/of auteur van het leermateriaal slechts globaal aan wat het einddoel is, en laat het aan de leerlingen zelf over hoe ze dit doel willen invullen en bereiken. Een rigoureuzere variant is dat de leerlingen volledig zelf bepalen wat en hoe zij leren. Het laatste zal in de context van het voortgezet onderwijs, ook in de toekomst, niet gauw voorkomen. Het eerste kan zich voordoen bij het maken van (profiel)werkstukken en het aanleggen van een lees-, luister- of schrijfdossier. De leerlingen zelf nemen in beide gevallen de voornaamste beslissingen ten aanzien van de leerdoelen, de leeractiviteiten én de (zelf)beoordeling.  

In hoeverre bevat deze leergang kenmerken die zelfstandig leren bevorderen? 

  • Niet of nauwelijks zelfstandig werken (score 1) 
  • Enigszins zelfstandig werken, sporen van zelfstandig leren (score 2) 
  • Zelfstandig werken, enigszins zelfstandig leren (score 3) 
  • Zelfstandig leren bij allen onderdelen: leerlingen maken keuzes (score 4) 
  • Er is sprake van zelfstandig leren, en leerlingen verwerven de vaardigheden die nodig zijn voor zelfverantwoordelijk leren (score 5) 
  • Niet van toepassing (score 6). 

Praktische kwaliteit; Differentiatie en toetsing 

We stelden twee vragen over hulpmateriaal

  1. Materiaal om te differentiëren binnen de klas
  2. Toets- en evaluatiemateriaal 

1. Differentiatie 

Vaststelling: de leergang biedt  erg weinig-weinig-weinig-veel-veel-erg veel mogelijkheden tot differentiatie 

  • naar niveau (gevorderde/moeizame lezers); 
  • naar belangstelling; 
  • andere vormen: tempoverschillen, verschillen in evaluatiemogelijkheden, niveauverschillen, mogelijkheden tot individualisering.  

Hoeveel kenmerken bevat deze leergang die het differentiatie mogelijk maken? 

2. Toetsmateriaal 

Vaststelling: de leergang bevat erg weinig-weinig-weinig/noch veel-veel-erg veel toetsmateriaal en bereidt de leerlingen voor op het examen 

  • docentenhandleiding biedt suggesties voor de inrichting van het schoolexamen; 
  • de toetsen zijn inhoudsvalide (ze bestrijken de doelen en de leerstof van de leergang);  
  • de vragen en opdrachten zijn gevarieerd:
    • gesloten, halfopen en open;  
    • receptief, productief en creatief;
    • de leergang bevat verwerkingsopdrachten voor het leesdossier met een beoordelingsvoorschrift;  
    • de leergang bevat diverse aanwijzingen, tips, voorbeelden e.d., die leerlingen helpen bij de voorbereiding van het school- en centrale examen, en het aanleggen van dossiers. 

Hoeveel toets- en evaluatiemateriaal bevat deze leergang?

 

Praktische kwaliteit: Gebruiksvriendelijkheid en aantrekkelijkheid 

We bevroegen drie aspecten:

 

  1. Gebruiksvriendelijkheid voor de docent
  2. Gebruiksvriendelijkheid voor de leerling
  3. Aantrekkelijkheid voor de docent en de leerling 

1. Gebruiksvriendelijkheid: docent 

Vastelling: de leergang (m.n. de docentenhandleiding) is gebruiksvriendelijk voor de docent, want 

 1. de docenthandleiding bevat 

  • heldere verantwoording van de doelstellingen en didactiek;
  • hulpmiddelen t.b.v. het arrangeren van het onderwijs/de planning en organisatie van het onderwijs;
    • voor de programmering/planning van de stof in het curriculum en wel zodanig dat er ten minste een programma beschreven wordt dat geen al te groot beroep doet op de voorbereidingstijd van de docent; 
    • voor flexibel gebruik; biedt mogelijkheden op eenvoudige wijze de leergang aan de eigen situatie aan te passen; biedt ruimte om op verschillende manieren zelfstandig werken en leren in te vullen; 
    • voor de planning van onderwijseenheden (bijvoorbeeld door indicaties van de leertijd te geven, indicaties voor toedeling van eenheden aan zelfstudie- en contacttijd; voor de haalbaarheid van planningen: indicaties voor de afstemming van de hoeveelheid leerstof afgestemd op de beschikbare leertijd? 
    • suggesties voor de organisatie van mondelinge taalvaardigheid (Nederlands: debat, discussie, voordracht) en samenwerkend leren; 
  • hulpmiddelen t.b.v. de uitvoering van het onderwijs; 
    • verwerkingsopdrachten (met antwoorden of aanwijzingen voor de beoordeling) 
    • suggesties t.b.v. werkvormen, nabespreking, alternatieven e.d.; 
    • suggesties voor de hanteerbaarheid van het gehele pakket van componenten (te denken valt daarbij aan: tekst- en/of werkboek, docentenhandleiding, software, audiovisuele hulpmiddelen. In het geval van hybride uitgaven (print en digitaal): heldere uitleg hoe de componenten naast elkaar benut kunnen worden.  Er worden aanwijzingen gegeven hoe met al deze componenten omgegaan kan worden.); 
    • verwijzingen naar externe bronnen; 
    • mogelijkheden om de lessen (lesinhoud, teksten, opdrachten) te verbinden met de actualiteit). 
  • hulpmiddelen t.b.v. voortgangsregistratie opdat de docent zicht kan houden op het leerproces van de (zelfstandig werkende/lerende) leerling en op de vorderingen van de (zelfstandig werkende/lerende) leerling (bijvoorbeeld een leerlingvolgsysteem of begeleidingskaarten, of elektronische registratie). 

De leergang

  •  is volledig, d.w.z. er is geen noodzaak extra materiaal aan te schaffen, bijvoorbeeld ten aanzien van extra verbruiksmateriaal of het produceren van materiaal (schriften, kopieerwerk); 
  • bevat opdrachten die in doorsnee goed uitvoerbaar zijn in kleine groepen (twee-of drietallen: Hoe meer leerlingen tegelijk aan het werk, des te meer effectieve leertijd per leerling); 
  • bevat opdrachten die in doorsnee controleerbare producten opleveren (becijferen, aftekenen, of op andere wijze vaststellen of ze zijn uitgevoerd en wat dat heeft opgeleverd).  

Hoeveel kenmerken van gebruiksvriendelijkheid voor de docent bevat deze leergang? 

2. Gebruiksvriendelijkheid voor de leerling 

Vaststelling: de leergang toont  erg weinig-weinig-weinig-veel-veel-erg veel elementen/kenmerken die de gebruiksvriendelijkheid voor de leerling bevorderen  

zoals t.b.v. de toegankelijkheid 

  • gebruiksaanwijzing, inhoudsopgave, register (ontsluiting van het leermiddel); 
  • een duidelijke uitleg, instructies e.d.; taalgebruik afgestemd op het niveau van de leerlingen (zelfstandig werken); 
  • een heldere hoofdstuk/paragraafstructuur; 
  • interne verwijzingen 
  • een functionele en duidelijke vormgeving: 
    • markeert theorie, uitleg, instructie, oefening, keuzemogelijkheden; 
    • visualiseert de leerstof (schema’s e.d.); 
    • heeft heldere bladspiegel/lay-out; 

zoals m.b.t. complete gebruik – handboekfuncties; – evaluatiehulpmiddelen voor leerlingen (aanwijzingen voor scoring en/of normeringen; sleutels/uitwerkingen van taken); 

zoals m.b.t. complete gebruik;

  • bevat opdrachten die duidelijk en eenduidig zijn; 
  • bevat opdrachten die in doorsnee zelfsturend zijn (weinig extra uitleg nodig, weinig controle, beoordeling, begeleiding nodig);
  • bevat uitvoerbare opdrachten (b.v. qua veronderstelde voorkennis, beschikbare tijd en middelen, e.d.); 

Hoeveel kenmerken van gebruiksvriendelijkheid voor de leerling bevat deze leergang? 

3. Aantrekkelijkheid voor docenten en leerlingen 

Vaststelling: de leergang toont erg weinig / veel / erg veel elementen of kenmerken die het gebruik van de leergang stimuleren (zowel door de leerling en docent) 

want bevat 

  • teksten/oefeningen/taken/thema’s die leerlingen zullen interesseren; 
  • extra stimulansen (humor, diepgang, originaliteit, creativiteit); 
  • in een aantrekkelijke vormgeving (illustraties e.d.). 

 
en biedt variatie 

  • in opdrachten, leerlingactiviteiten; 
  • in werkvormen; 
  • in mediagebruik (audiovisuele bronnen, multimediale bronnen, schriftelijke bronnen, informatie- en communicatietechnologie (databases, Internet);  

Hoeveel kenmerken bevat deze leergang die het gebruik door leerlingen en docent stimuleren? 

2. Typeringen van de vijf leergangen

In deze pdf’s zijn alle opmerkingen van de panelleden verzameld per leergang. De vaardigheden staan in de tabel per leergang onder elkaar, waardoor u de leergangen makkelijk per vaardigheid met elkaar kunt vergelijken.

3. Signalementen van de uitgevers

BruutTAAL

BruutTAAL (M)HV heeft veel aandacht voor de klas als leergemeenschap met een deskundige leraar die weet wat die wil aan het roer.  

BruutTAAL is digitaal. Daarom kunnen we actualiteiten en nieuwe (vak)didactische inzichten meteen verwerken. En dat doen we ook.  

BruutTAAL biedt samenhang tot en met de examenklas; het taalbeschouwingsonderwijs is rechtstreeks gekoppeld aan het schrijfonderwijs en in de projecten lopen de diverse taalvaardigheden logisch in elkaar over.  

Zitten leerlingen de hele tijd digitaal te werken? Dat niet. De site is bron, schrift en naslagwerk, in de klas werken we met uitdagend, betekenisvol en divers taalwerk aan hun taalvaardigheid. De gratis werkboeken (als pdf) laten leerlingen ook op papier denken. Zo kan de laptop vaak dicht blijven en kun je echt contact maken. 

De digitale omgeving is formatief ingericht om leerlingen inzicht te geven in hun leermogelijkheden. De Kwizmode (‘Kahooten’ zonder tijdsdruk, zonder gokelement, niet hackbaar, met invulvragen als optie), Peer review en Paarsgewijs vergelijken zijn unieke toevoegingen die jouw werkdruk verlagen en het leerrendement verhogen. 

Met BruutTAAL organiseer je jouw eigen onderwijs en deel je met je leerlingen de verantwoordelijkheid voor hun leren. 

https://www.bruuttaal.nl/leraar/achtergronden  

KERN Nederlands taal & cultuur 

KERN Nederlands taal & cultuur is een lesmethode Nederlands voor de bovenbouw havo/vwo. De methode behandelt een breed palet aan onderwerpen uit de neerlandistiek en geeft daarmee nadrukkelijk meer inhoud aan het schoolvak Nederlands. De methode is opgebouwd rondom de pijlers ‘taal’, ‘communicatie’ en ‘literatuur’ en biedt veel aandacht voor taalkundige onderwerpen, vaardigheden vanuit een breed communicatieperspectief, literaire analyse gekoppeld aan creatief schrijven en literatuurgeschiedenis als representatie van ideeën en cultuur.  

https://boomvoortgezetonderwijs.nl/kern-nederlands-havovwo-tweede-fase/

Nieuw Nederlands 6e editie 

Leerlinggericht. Samenhang. Compleet. Dat zijn de belangrijkste kenmerken van Nieuw Nederlands 6e editie.  

De methode start met een Basiscursus met de lesstof die relevant is voor de verschillende vaardigheden, zodat leerlingen direct de transfer tussen lezen, schrijven en spreken ervaren. Leerlingen passen die verschillende vaardigheden zelf toe in de Praktijkopdrachten. Zo doen ze in de opdracht  Mens erger je niet! onderzoek naar veelgemaakte taalfouten, nemen ze een enquête af en presenteren ze de resultaten. 

Leerlingen kunnen makkelijk zelfstandig aan de slag met de methode, waardoor je als docent meer ruimte hebt om accenten te leggen. De theorie wordt vaak ondersteund met uitgebreide voorbeelden (‘modelling’) en er zijn uitlegvideo’s voor Argumenten, Formuleren en Spelling

Nieuw Nederlands is een complete methode. In het boek (waar je in mag schrijven) en de online licentie (die standaard wordt meegeleverd) komen alle vaardigheden aan bod. Online vind je ook nog leerroutes, oefentoetsen, Examensprint en andere extra’s, zoals een cursus Syntheseschrijven. En we blijven in ontwikkeling: in 2023 ligt de 7e editie, inclusief Literatuur, alweer in de scholen. 

https://www.noordhoff.nl/voortgezet-onderwijs/nederlands

Op niveau bovenbouw (nieuwe editie) 

De nieuwe editie van Op niveau bovenbouw helpt leerlingen taalvaardig te worden: hij leert teksten te doorgronden door deze te analyseren, interpreteren, vergelijken of samen te vatten. Daarmee ontwikkelt de leerling ook persoonlijke vaardigheden als bronnen kritisch lezen, argumenten herkennen en een mening vormen over wat je leest.  

In de modules Schrijven en Spreken, kijken en luisteren leert de leerling informatie goed onder woorden te brengen zodat de boodschap duidelijk overkomt en de leerling zijn spreek- of schrijfdoel bereikt. Natuurlijk bereiden de opdrachten in Op niveau de leerling doelgericht voor op de examens.  

Met Op niveau kan je modulair of lineair werken. Bij de lineaire route werk je per hoofdstuk en varieer je in de vaardigheden. Bij de modulaire route werk je langer aan een bepaalde vaardigheid.  

Alle opdrachten en theorie zijn als boek en online beschikbaar. De leerling kan verdiepende,  remediërende of extra opdrachten online maken waarbij hij uitgebreid feedback krijgt. 

Op niveau bovenbouw vormt een doorlopende leerlijn met de nieuwe editie van Op niveau onderbouw

https://www.thiememeulenhoff.nl/voortgezet-onderwijs/nederlands/op-niveau-bovenbouw-lrn-line

Talent!

Talent zet in op het verbeteren van de taalvaardigheid van leerlingen in brede zin. Niet alleen voor het examen, maar juist ook voor daarna.
De teksten in een hoofdstuk van Talent gaan over hetzelfde onderwerp, zodat leerlingen ook leren analyseren wat de ene tekst sterker maakt dan de andere tekst. De geselecteerde bronnen zijn actueel en onbewerkt.
Lezen, schrijven, spreken en gesprekken worden geïntegreerd aangeboden in Talent. De kennis en ervaring die de leerlingen opdoen bij het analyseren van teksten passen ze direct toe in een grote schrijf- of spreekopdracht.
Onderdeel van Talent is het Vakboek Nederlands: een naslagwerk met alle relevante theorie voor Nederlands. Handig tijdens de voorbereiding op het eindexamen, maar ook handig voor vervolgopleiding en daarna.
De digitale leeromgeving, MAX online, bevat de theorie uit het Vakboek en de teksten en opdrachten uit het Jaarkatern. MAX online bevat ook veel extra’s, zoals bijvoorbeeld de formatieve Test jezelf en de adaptieve Versterk jezelf voor spelling, formuleren, leestekens en ontleden.
Talent blijft in ontwikkeling, zo wordt bijvoorbeeld een deel van de bronnen eens per twee jaar vervangen zodat u voortdurend over actueel lesmateriaal beschikt.

4. Reacties uitgevers

Reactie BruutTAAL

Heel mooi dat BruutTAAL door deskundigen zo hoog gewaardeerd wordt. We zijn er bijzonder trots op dat het panel de manier waarop BruutTAAL recente wetenschappelijke inzichten didactisch verwerkt, de creativiteit van het lesmateriaal, de rijke en multiperspectivistische tekstkeuze, de inzet van actualiteit en de autonomie voor de leraar zo waardeert. Ook de hoge score op de leerstofdomeinen Lezen, Schrijven en Spreken/luisteren stemt tot tevredenheid.

Terecht noemt het onderzoeksteam de gebruiksvriendelijkheid voor de leerling als aandachtspunt. Leraren hebben leren werken met boeken en ook leerlingen vinden papier prettig.
In de onderbouw ondervangen we dit bezwaar dan ook met een gratis papieren leerwerkboek (als pdf) en helder omschreven leerdoelen. In onder- en bovenbouw zijn inmiddels voorbeeldleerroutes opgenomen, waardoor er niet meer op de site gezocht hoeft te worden naar materiaal; volg je de route dan kom je alles tegen en kun je zelf keuzes maken.

Om secties te helpen de (niet te onderschatten) overstap te maken van een structurerend boek naar autonoom gebruik van deze methode voeren we ieder jaar (met scholen die dat op prijs stellen) een voortgangsgesprek waarin secties aangeven wat er beter kan en welk materiaal verbeterd, ververst of aangevuld zou moeten worden. Deze gesprekken zijn zowel voor de secties als voor onze redactie bijzonder verhelderend en leerzaam en samen maken we van BruutTAAL een prettig gereedschap voor in de klas.

De opmerking dat er nog veel gekopieerd moet worden is correct, maar inherent aan actualiteit in je les brengen. BruutTAAL levert dat actuele materiaal aan, voorzien van lessuggesties; je hoeft er nu niet zelf naar op zoek.

In de resultaten zie je ook dat BruutTAAL hoog scoort op Aantrekkelijkheid voor leerling en docent en op Gebruiksvriendelijkheid voor de leraar. Blijkbaar is de kwaliteit van de methode de moeite waard.

Reactie Kern

Allereerst willen we het panel bedanken voor de grondige en constructieve analyse van onze methode. Voor ons levert het zowel bevestiging als aanknopingspunten voor de weg die we met KERN zijn ingeslagen.

Een belangrijk uitgangspunt voor het maken van KERN was om een mooi boek te maken over de Nederlandse taal & cultuur. Een boek dat je het liefst na je schooltijd zou willen houden, omdat het je dierbaar is én omdat de inhoud ook dan nog relevant is. Geen geringe ambitie, maar we zijn verheugd dat het panel onze inzet om van Nederlands een aantrekkelijk, uitdagend en inhoudelijk rijk vak te maken, herkent en waardeert.

In KERN komen taal, taalgebruik en literatuur samen. Bij de totstandkoming hebben we ons laten leiden door wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen. Zo hebben we er bewust voor gekozen om de genredidactiek leidend te laten zijn bij de behandeling van tekstsoorten en krijgen lees- en schrijfvaardigheid ook veel aandacht in de afdeling literatuur. Wij menen dat dit de voorbereiding op het eindexamen niet in de weg staat, maar juist verdiept en verbetert. Om docenten in dit soort inzichten mee te nemen, organiseren we in samenwerking met vakdidactici digitale KERN colleges.

Hoewel we begrip hebben voor de keuze van het panel om de afdeling literatuur niet in de beoordeling te betrekken, is hierdoor wel een wezenlijk en uniek kenmerk van KERN niet tot zijn recht gekomen, namelijk dat wij hebben gestreefd naar samenhang tussen taalvaardigheid en literatuur. De vaardigheden interpreteren, analyseren en beoordelen worden evenals schrijven in KERN namelijk ook intensief geoefend in de afdeling literatuur.

KERN Nederlands taal & cultuur is een eerste editie. Vanuit niets iets maken is altijd het moeilijkste en onvermijdelijk blijven er dan ook steken liggen. Zo herkennen wij de signalering van het panel dat onze strategietraining op bepaalde punten beter kan, een inzicht dat we zeker zullen meenemen in onze volgende editie. Voor docenten die het daarnaast lastig vinden om de stof over de jaren te verdelen, hebben wij samen met docenten jaarplanners ontwikkeld die ook als leidraad kunnen dienen bij het invullen van het PTA.

We zijn trots op wat tot nu toe met KERN hebben neergezet en gaan graag de uitdaging aan om onze methode nog beter te maken.

Nieuw Nederlands

Het vak Nederlands is in beweging. Het is goed om te zien dat het panel aandacht heeft voor zowel de huidige eisen als de nieuwe richting van het vak Nederlands.

De 6e editie van Nieuw Nederlands is sterk gericht op het voorbereiden op het (school)examen zoals we die nu kennen. We hebben ook grote stappen gezet op het gebied van digitale ondersteuning. Het is fijn te zien dat het panel dat ook signaleert.

Op sommige punten vinden we het jammer dat we wat lager scoren. We hebben gewerkt aan de transfer tussen de theorie lezen en schrijven in de Basiscursus van de methode, maar kunnen zeker nog werken aan een expliciet samenhang met andere schoolvakken. Daarnaast hebben we de Praktijkopdrachten gemaakt met als doel het profielwerkstuk meer op de kaart te zetten. We denken dat het panel dat wellicht anders heeft geïnterpreteerd.

We scoren volgens het panel nog niet goed genoeg op de ‘nieuwe’ aspecten van het vak. Wij zien zelf ook dat de 6e editie van Nieuw Nederlands nog niet helemaal klaar is voor de toekomst. We werken daarom al een tijdje aan een nieuwe editie waarin we recht doen aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Hiervoor doen we continu onderzoek onder docenten, leerlingen en experts over de toekomst van het vak. Wetenschappelijke inzichten vormen een belangrijke basis voor de keuzes die we maken in het lesmateriaal.

We zijn blij om te zien dat het panel nadruk legt op o.a. het belang van rijke teksten, een kritische houding en bewust taalgebruik. In de 7e editie van Nieuw Nederlands vormen deze aspecten een belangrijk uitgangspunt voor ons lesmateriaal. De nieuwe editie verschijnt al snel. Daarom vertellen we graag wat je van het nieuwe materiaal kunt verwachten.

Onze methodes Nederlands en Literatuur vormen straks samen de 7e editie van Nieuw Nederlands. Vanaf schooljaar 2023-2024 kunnen leerlingen werken met het nieuwe materiaal voor 4 havo en 4 vwo. Om ervoor te zorgen dat de methode actueel blijft, zullen we regelmatig updates doen – zeker wanneer er een nieuw examenprogramma komt.

De belangrijkste wijzigingen sluiten aan bij de nieuwe aandachtspunten uit de leergangvergelijking:

Nederlands is meer dan lezen en schrijven

Er is zoveel eigen aan het vak Nederlands. Daarom krijgen taalbeschouwing en literatuur een belangrijke plek. In de cursus Taalkwesties onderzoeken en presenteren leerlingen het antwoord op taalvragen, zoals Hoe werkt framing? of Lees je beter van een scherm of papier? De relevantie van het vak komt ook terug in de cursus Literatuur, waarin hedendaagse ‘echoteksten’ de historische literatuur kleur geven. Vakinhoud kan ook op andere plekken. Wat denk je van een romanfragment in de cursus Formuleren?

Maar leesvaardigheid is wel heel belangrijk

Kritisch leren denken, minder ‘traditionele’ vragen, meer rijke teksten. Dat maakt lezen relevant en interessant. Van een forumreactie tot podcast tot wetenschappelijk artikel, alle tekstsoorten komen aan bod. Daar hoort ook de transfer naar luister- en schrijfvaardigheid bij. Door vragen te stellen waarin vaardigheden zoals evalueren, reflecteren en schematiseren aan bod komen, leren leerlingen meningen en complexe informatie te verwoorden.

Bronnen verwerken tot een product

Nieuw zijn de dossiers. In elk dossier komen verschillende soorten bronnen – met verschillende perspectieven – over hetzelfde onderwerp aan bod. Die rijke teksten dienen als startpunt voor een grote eindopdracht op het gebied van schrijf- of spreekvaardigheid. Bijvoorbeeld: het dossier Energie bevat keuze uit de eindopdrachten betoog, debat, infographic en presentatie; het dossier Culturele identiteit bevat keuze uit creatief schrijven, leeskring, column en beschouwing.

Reactie Uitgever Op Niveau

De leerganganalyse is uitgevoerd met de huidige editie van Op niveau (3e editie). Inmiddels zijn we druk bezig met het ontwikkelen van een nieuwe editie. De leerganganalyse bevestigt dat we voor deze nieuwe editie de juiste uitgangspunten hebben gekozen. De onderdelen die lager scoren krijgen in de nieuwe editie veel aandacht en zijn sterk verbeterd. (zie ook: Signalement).

Aansprekende thema’s

Bij de nieuwe Op niveau bieden we aansprekende thema’s als Informatie en media, Werk en vrije tijd en Invloed en macht met een grote variatie aan invalshoeken en bronnen. Deze aanpak biedt veel mogelijkheden voor diep lezen waarbij leerlingen bronnen met elkaar vergelijken, op waarde en waarheid beoordelen, standpunten interpreteren en hun eigen mening onder woorden leren brengen. Dat doen ze mondeling of schriftelijk met een creatieve opdracht, naar aanleiding van een bron bij lezen, wat zorgt voor meer integratie van de vaardigheden. Dit biedt bovendien aanknopingspunten voor het uitwisselen van meningen en klassengesprekken.

Voorkennis en leerdoelen

Verder is er meer dan in de huidige editie aandacht voor een motiverende start van het hoofdstuk en van de module met een actueel videofragment. Daarna gaat de leerling bewust met de leerdoelen aan de slag. De leerdoelen en de theorie zijn duidelijk gekoppeld aan de opdrachten. Dit biedt leerlingen ook de mogelijkheid om gericht met leerdoelen waar hij minder goed op scoort te oefenen.

Persoonlijke vaardigheden

De duidelijke koppeling met persoonlijke vaardigheden zorgt ervoor dat de leerling het nut en de relevantie ziet van de opdrachten die hij maakt. Niet alleen voor nu, maar ook voor later tijdens studie en loopbaan. De opmaak van de nieuwe editie biedt meer overzicht, rust en ruimte op de pagina voor leerlingen. Wil je een voorproefje van het nieuwe materiaal van Op niveau bovenbouw? Kijk dan hier.

Vragen of opmerkingen?

Neem contact op met Annemiek Wesseling.

Reactie Talent!

Het team van Talent heeft met interesse de uitkomsten van de leergang analyse gelezen en wil het onderzoekspanel dan ook bedanken voor de uitgebreide analyse en rapportage. 

We zijn blij met de uitkomsten van de analyse, blij om te zien dat Talent door een groep van experts op tal van punten goed beoordeeld is. Uiteraard is er ook altijd ruimte voor verbetering. Daarbij hechten we altijd veel waarde aan het oordeel van experts, zoals docenten, vakdidactici en taalbeheersers.

Talent havo/vwo bovenbouw is geen ‘af’ product dat de komende jaren hetzelfde blijft, maar een MAX-methode die zich continu verder zal blijven ontwikkelen. Hierbij nemen we de uitkomsten van deze analyse graag mee.

Namens het team van Talent, hartelijk dank, Ina Bruining.

5. Samenstelling panel

1 Carien Bakker vakdidactica analist
2 Riemke Boonstra docent analist
3 Christine Brackmann docent analist
4 Metteke de Vries docent analist
5 Jacqueline Evers taalbeheerser analist
6 Wilma Groeneweg WODN organisatie
7 Renee Huynen docent analist
8 Hanneke IJdema docent analist
9 Lisa Kiewit docent analist
10 Anke Meijer docent analist
11 Nienke Nagelmaeker docent, WODN organisatie, rapportage
12 Everdien Rietstap taalbeheerser analist
13 Gert Rijlaarsdam WODN data, gesprekken, rapportage
14 Twan Robben docent analist
15 Marieke Smit vakdidactica analist
16 Monique van der Heijden docent analist
17 Geoffrey Zonneveld docent analist
De panelleden

De bio’s hieronder zijn nog niet compleet.

Carien Bakker

Carien Bakker is als vakdidacticus Nederlands verbonden aan de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen en medeverantwoordelijk voor het opleiden van eerstegraadsdocenten Nederlands.

“Ik vind het allerbelangrijkste dat een leergang leerlingen via adequate leerstof,  authentieke teksten, en interactieve opdrachten helpt ontwikkelen tot taalvaardige, weldenkende en empathische burgers.”

Christine Brackmann

Christine Brackmann, docente Nederlands aan het Huygens Lyceum te Eindhoven, gebruikt Kern en zat in de panels voor Kern, Bruuttaal en Nieuw Nederlands.

“Een leergang moet geschikt zijn voor ervaren én onervaren docenten, een helder overzicht van de stof geven met eenvoudig toe te passen differentiatiemogelijkheden, en daarnaast rijke teksten bieden die de leerling uitdagen kritisch te denken over de inhoud en de taal.”

 

Metteke de Vries

Metteke de Vries is docent Nederlands aan het Carmel College Salland te Raalte. Ze maakt momenteel zelf gebruik van Nieuw Nederlands, en heeft jaren gebruikt gemaakt van Op Niveau. Ze werkte mee als auteur aan de bovenbouweditie van KERN Nederlands. Ze nam deel aan de panels over Nieuw Nederlands, Op Niveau en VO-content.

“Wat ik belangrijk vind aan een leergang is eigenlijk niet in één zin te vangen, maar als tekstwetenschapper kijk ik in elk geval ook altijd naar wat een methode voor leesvaardigheid en schrijfvaardigheid te bieden heeft.”

Renee Huynen

Renee Huynen is docent Nederlands op het Candea College in Duiven. Ze werkt met Nieuw Nederlands, aangevuld met eigen methode (Expeditie Nederlands) en eigen materiaal. Ze name deel aan de panels Nieuw Nederlands, Kern, VO Content.


“Ik vind het allerbelangrijkste van een leergang dat deze leerlingen stimuleert tot kritisch denken, zowel over de inhoud als over het eigen leerproces.”

Lisa Kiewit

Lisa Kiewit geeft Nederlands op het Regius College te Schagen voornamelijk in de bovenbouw havo/vwo. Zij gebruikt op haar school de leergang Talent. Ze name deel aan de panels voor Talent, Nieuw Nederlands en Bruuttaal.

“Belangrijk aan een leergang vind ik dat de docent de lesstof bepaalt en dat de leergang als ondersteuning fungeert, bijvoorbeeld door onderscheid te maken tussen een theorie- en werkboek. De leergang moet gevarieerde en inspirerende opdrachten bieden bij zowel schrijfvaardigheid als mondelinge taalvaardigheid en bevat actuele en aantrekkelijke teksten. Ten slotte is voldoende oefenmateriaal ook fijn, digitaal of op papier, zodat een docent gemakkelijker kan differentiëren en formatief kan werken.”

Everdien Rietsap

Everdien Rietstap werkt als docent bij de BA Nederlandse taal en cultuur en MA Redacteur/editor en MA Neerlandistiek aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA. Ze heeft deelgenomen aan de panelgesprekken over de leergangen Kern, Nieuw Nederlands en Talent.

“Ik vind het allerbelangrijkste dat een leergang niet alleen gericht is op het trainen van schrijf-, spreek- en leesvaardigheid, maar ook een representatief, inclusief en enthousiasmerend beeld geeft van het onderzoek binnen het vakgebied van de neerlandistiek.” 

Twan Robben

Twan Robben is docent Nederlands aan het Kandinskycollege te Nijmegen en gebruiker van leergang Nieuw Nederlands. hij naam deel aan de panels Bruuttaal, Kern, VO-content.  

“Ik vind het allerbelangrijkste van een leergang dat deze vrijheid biedt eigen creatieve keuzes te maken in lesprogramma en opdrachten. Daarbij is het van belang dat een leergang naast het gebruik van eigen materiaal ondersteunend kan zijn als naslagwerk. Ook moet het mogelijk zijn om leerlingen makkelijk en veel (zelfstandig) te kunnen laten oefenen (voor bijv. spelling of begrijpend lezen). Zeer prettig is het wanneer een leergang een breed aanbod aan toetsen heeft die kwalitatief op orde zijn.” 

Monique van der Heijden

Monique van der Heijden is docente Nederlands aan het Dongemond college in Raamsdonksveer, en gebruik de leergang ‘Bruuttaal’. ze maakte deel uit van de panels ‘Bruuttaal’, ‘Talent’ en ‘Op niveau’.

“Ik vind het allerbelangrijkste van een leergang dat een leerling niet alleen voorbereid wordt op het examen, maar juist ook op zijn verdere leven.”

 

Geoffrey Bruinewoud

Geoffrey Bruinewoud – van Zonneveld is docent Nederlands aan het Willem Lodewijk Gymnasium te Groningen. Hij gebruikt de leergang KERN. Hij nam deel aan de panels Kern, Talent en Op Niveau.

“Ik vind het allerbelangrijkste van een leergang dat er aandacht is voor de pracht en de kracht van taal en dat leerlingen worden uitgedaagd om de mogelijkheden van onze taal te onderzoeken en de grenzen te verkennen.”

6. Verantwoording werkwijze

Leergangkeuze

Centraal zou staan in deze vergelijking; leerjaar vwo-4, omdat de onderbouw vwo naar leerjaar 4 toewerkt, en leerjaar 4 weliswaar start met het voorbereiden op het examenprogramma maar relatief veel vrijheid biedt aan leergangontwikkelaars om eigen accenten te leggen, en zich te onderscheiden van elkaar.  

Uitgangspunt was dat alle het materiaal voor vwo 4 beschikbaar zou zijn. Daardoor viel Blink (v/h Plot) buiten deze vergelijking. We kozen voor leergangen die al geruime tijd bestaan (Nieuw Nederlands, Op Niveau, Talent) en nieuwe leergangen (Bruuttaal, Kern). Daarnaast kozen we voor VO-content: net als Bruuttaal levert VO-content alle leerstof digitaal aan: er bestaan geen leerboeken. De gebruikers stellen hun materiaal zelf samen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de gegevens voor Nieuw Nederlands en Op niveau te vergelijken met die uit 1999, maar daar is het (nog?) niet van gekomen. met de keuze zijn de drie grote uitgeverijen gerepresenteerd (marktleiders Noordhoff, Malmberg, Thieme) maar ook de opkomende uitgeverij Bruuttaal en de stichting VO-content.  

Bijdrage uitgeverijen

Na onze selectie hebben we de betrokken uitgeverijen geïnformeerd en om toestemming gevraagd. Alle uitgeverijen gaven toestemming en toegang tot al het materiaal. Met alle uitgevers werd telefonisch overlegd. Sommigen twijfelden over deelname, omdat de leergang juist aan een inhoudelijke herziening werd onderworpen. Toch stemden zij in met deelname, omdat de gegevens uit dit vergelijkend onderzoek zou kunnen bijdragen aan die herzieningen. Bovendien stelden wij de uitgevers in het vooruitzicht dat zij naast onze rapportage een herzieningsplan zouden publiceren op onze website, waarin zij op basis van onze gegevens zouden kunnen laten zien in hoeverre de herziening anders zou scoren.  

Met de uitgever van VO-content hebben we het vaakst overlegd. De uitgever voorzag dat het materiaal van VO-content niet goed zou passen in ons didactisch kader, omdat VO-content – de naam zegt het –vooral inhoud levert, en vakgroepen in de gelegenheid geeft de technische infrastructuur te gebruiken om eigen materiaal toe te voegen en bestand materiaal eenvoudig naar de hand te zetten. We hebben VO-content toch op mogen nemen in de vergelijking: we vonden dat waardevol, want een goede technische voorziening om eigen materiaal beschikbaar te stellen kan voor secties heel waardevol zijn. Toch hebben we na analyse en het panelgesprek besloten om VO-Content niet naast de vijf integrale leergangen te plaatsen, omdat VO-content toch inderdaad niet te vergelijken is met die leergangen. We nemen VO-content wel mee in het algemene overzicht van algemene indrukken. 

Uitgevers hebben verder bijgedragen door een presentatie en discussie over de leergang met panelleden, vooral om vragen te beantwoorden van panelleden nadat zij hun analyse hadden afgerond.  

Verder hebben wij uitgevers gevraagd een signalement van de leergang voor vwo-4 op te stellen, dat onder de eigen naam gepubliceerd wordt op de didactieknederlands.nl site.  

Vergelijkingsproces

De rapportage bestrijkt drie perspectieven:   

  1. de inhoud: alle leerstofdomeinen uit het examenprogramma havo-vwo, en de zeven essentiële domeinen (‘grote opdrachten’ zoals geformuleerd door het team Nederlands van curriculum.nu
  2. de didactiek; vier kwaliteiten: vaardigheidsdidactiek, stategieonderwijs, transfer, zelfstandigheidsbevordering  
  3. de praktische bruikbaarheid: gebruiksvriendelijkheid voor leerling en docent, differentiatie, toets- en evaluatiemateriaal 

De rapportage is grotendeels vergelijkbaar met de leergangvergelijking die we in 1999 publiceerden, met uitzondering van de nieuwe leerstofdomeinen die curriculum.nu formuleerde.  

 
De gegevens berusten op twee vragenlijsten en een panelgesprek per leergang 

De panelleden legden van elk element vast hoeveel belang hechtten aan het element in een leergang. 

Over de leestofdomeinen 

Ik vind het belangrijk dat er veel leerstof beschikbaar is in de leergang  

— // – // -+ //+ / ++ 

Over de didactiek 

Ik vind het belangrijk dat de leergang veel van de kenmerken van deze didactische aspecten bevat. 

Over gebruiksvriendelijkheid 

Ik vind het belangrijk dat de leergang veel van de genoemde kenmerken van gebruiksvriendelijkheid vertoont 

De vragenlijst kunt uw hieronder downloaden:

Met deze vragenlijst legden de panelleden onafhankelijk van elkaar vast wat zij aantroffen in de leergang. De vragenlijst bevatte dezelfde elementen als de vragenlijst naar belangrijkheid. Gevraagd werd aan te geven hoeveel leerstof er naar de smaak van het panellid is over leesvaardigheid, of over hoeveel aandacht er is voor transferbevorderende didactiek, of hoeveel van de inhoud van de opdrachten en teksten maatschappelijk representatief is.    

Dit formulier is slechts het rapportageformulier van een vrij complex systeem dat een leergang is. We hielden de vragen kort, maar daarachter gaan complexe begrippen schuil. Daarom ging aan elke vraag een nogal uitgebreide omschrijving vooraf van de inhoud van de vraag. Voor de leerstof is die eenvoudig afgeleid van het examenprogramma. Voor de didactiek is die ontleend aan een theorie over didactiek. 

Een antwoord op een vraag is een complexe afweging. Het kan zijn dat een panellid wel veel oefeningen aantrof voor het analyseren van teksten, maar veel minder over interpreteren. In dat geval staat het panellid voor de keuze: middelen van positieve en negatieve invalshoeken? Dus een 3 of een schaal van 1-5? Of, als het panellid veel waarde hecht aan één van beide invalshoeken wordt het een 4 om het positieve oordeel uit te drukken of een 2 om juist het negatieve te benadrukken? In zo’n geval noteerde het panellid in de Toelichting onder de vraag kort dat het oordeel vooral gebaseerd is op een nader genoemd deelaspect.  

Optie: Niet van toepassing 

Elke vraag was voorzien van de optie: niet van toepassing. Er kunnen tal van omstandigheden zijn die ertoe leiden dat een panellid geen antwoord kan of wil geven.    

  1. de informatie is niet beschikbaar (bijvoorbeeld: geen toegang tot de handleiding); 
  2. het panellid kan de informatie niet vinden (‘nergens iets gezien over het voeren van een debat’);   
  3. het duurt het panellid te lang om de informatie te vinden; 
  4. het panellid slaat de vraag liever over omdat die zich niet bevoegd acht.  

Samenstelling panels

Voor elke leergang stelden we een panel samen. Uitgangspunten waren: 

  1. ieder panellid is betrokken bij drie uitgaven, 
  2. in elk panel zit een gebruiker van de leergang 
  3. een panel bestaat uit een mix van docenten, een wetenschapper (taalbeheersing) en een vakdidacticus 

Panelgesprekken

Nadat alle panelleden de vragenlijsten hadden ingevuld, organiseerden we in oktober en november zes digitale panelgesprekken, van circa twee uur. waarin zijn alle onderdelen van de vragenlijst besproken op basis van een overzicht van scores en toelichtingen dat ieder tot zijn beschikking had. nadruk lag op het opsporen en verduidelijken van verschillen in scores en inzichten. Op basis van de gesprekken pasten panelleden hun scores en inzichten bij. Die uiteindelijke scores zijn verwerkt in de uiteindelijke rapportage 

Preview

De uitgevers hebben we een preview aangeboden van de rapportage. hun commentaren konden aanleiding zijn om waarnemingen te herformuleren. Daaraan bleek geen behoefte bij de uitgevers.  

7. Literatuur

In 1999 publiceerde Levende Talen een themanummer waarin de nieuwe leergangen voor de Tweede Fase werden vergeleken, voor alle schooltalen. Nieuw Nederlands en Op Niveau maakten toen ook deel uit van de vergelijking. Dit themanummer vind u hier.

Rijlaarsdam, G. (eindred.), Mulder, H., Tholey, M. & Witte, Th. (1999). Leergangen wegen. Vergelijkende beschrijving nieuwe leergangen voor de talen in de tweede fase. Levende Talen, 536, (jan.), p.2-12.

Rijlaarsdam, G. (eindredactie), Mulder, H., Tholey, M. & Witte, Th. (red). (1999). Leergangen wegen. Levende Talen, 536 (jan. 1999). [.1-120].

Tholey, M. & Rijlaarsdam, G. (1999). The ideal textbook, there is no such a thing. Hett Stoff. Finlandssvensk Pedagogisk Tidskrift, 3 (4), 14-17.

Tholey, M., & Rijlaarsdam, G. (2002). A Heuristic model for the evaluation of textbooks. In S. Selander & M. Tholey (eds.), New educational media and textbooks. Stockholm Library of curriculum Studies Vol. 9. [pp. 147-161]. Stockholm: Stockholm Institute of Education Press.

Delen: