Persoonlijke voorkennis en ervaringen activeren bij fictie- en literatuuronderwijs

Wat is de kernactiviteit van de leerlingen?

Leerlingen activeren hun persoonlijke voorkennis en ervaringen bij een gegeven thema in een fictionele of literaire tekst.

Hoe pak je dat aan?

Laat leerlingen voorafgaand aan het lezen van een verhaal, gedicht of boek individueel een stukje schrijven over een belangrijk thema in de tekst. Dat thema wordt gegeven in de vorm van een persoonlijke vraag. In het verhaal Vluchtgedrag van Bertram Koeleman speelt het hiernamaals bijvoorbeeld een belangrijke rol. Leerlingen krijgen de vraag: ‘Heb jij een idee wat er na de dood met iemand gebeurt?’ Ze kunnen vervolgens vrij schrijven. Bij het lezen van een boek kan de taak worden uitgevoerd naar aanleiding van de flaptekst.

Het kan raadzaam zijn om leerlingen meer houvast te geven, door hen geleid te laten schrijven. Geef dan een aantal antwoordmogelijkheden die zij kunnen aankruisen (zoals bij het voorbeeld hierboven: ‘Ja, ik heb daar heel duidelijke ideeën over’, ‘Ja, maar het is een vaag idee’, en ‘Nee, daar kan of wil ik niet over nadenken’). Laat hen vervolgens een korte toelichting schrijven bij de opties die ze hebben aangekruist.

Zorg dat de vraag specifiek en persoonlijk is en vermijd de formulering: ‘Waar denk je dat dit verhaal over gaat?’ Benoem expliciet het doel van de schrijftaak: persoonlijke voorkennis activeren. Stel bij voorkeur weinig eisen aan de vorm van wat geschreven wordt. Steekwoorden of enkele zinnen zijn voldoende, omdat het niet gaat om schrijfkwaliteit, maar om het in gang zetten van een denkproces. Mondelinge uitwisseling is niet noodzakelijk en kan afbreuk doen aan het gevoel van veiligheid.

Met welk effect?

Psychologisch: Het activeren van persoonlijke voorkennis maakt deel uit van het stimuleren van een interne dialoog tussen de lezer en de tekst, waarbij leerlingen actief letten op welke reacties (ideeën, gevoelens, vragen, interpretaties) een tekst in hen oproept (Schrijvers, 2018). Wanneer leerlingen over hun eigen ervaringen schrijven voorafgaand aan het lezen, kan dat leiden tot meer diepgaande interpretaties van personages – wie zij zijn, wat ze doen, en waarom – dan wanneer leerlingen lezen zonder eerst te schrijven (White, 1995). Bovendien kan schrijven voorafgaand aan het lezen van fictie of literatuur zorgen voor meer emotionele betrokkenheid tijdens het lezen (Janssen & Braaksma, 2016). De werkvorm is in het bijzonder van belang wanneer een van de doelen van uw literatuuronderwijs is dat leerlingen inzicht verwerven in henzelf, de ander, en ‘de mens’ in het algemeen (Schrijvers, 2019).

Praktisch: door individueel een stukje te schrijven voorafgaand aan het lezen van fictie of literatuur, wordt als het ware de toon gezet: leerlingen beginnen niet uit het niets met lezen, maar worden daar kort op voorbereid. Door de schrijftaak individueel te laten uitvoeren, hebben de leerlingen een gevoel van veiligheid, zeker in vergelijking met klassikaal bespreken hoe ze over een thema denken. De schrijftaak kost bovendien weinig tijd. Tot slot biedt de schrijftaak de mogelijkheid tot reflectie na het lezen: leerlingen gaan dan na of kun ideeën over het thema veranderd zijn.

Waarom werkt het zo?

Leerlingen kunnen nieuwe kennis beter inbedden in bestaande kennis, wanneer de bestaande kennis eerst wordt geactiveerd (Merrill, 2002). Het activeren van voorkennis gebeurt al veelvuldig bij het lezen van zakelijke teksten, maar de strategie kan zich ook richten op fictie en literatuur. Door vooraf na te denken over een thema, wordt het makkelijker om betrokken te raken bij en betekenis toe te kennen aan een fictionele of literaire tekst.    

Meer weten?

Janssen, T., & Braaksma, M. (2016). Effects of creative writing on adolescent students’ literary response. In M. Burke, O. Fialho, & S. Zyngier (Eds.), Scientific approaches to literature in learning environments (pp. 193–211). Amsterdam, Netherlands: John Benjamins.

Merrill, M. D. (2002). First principles of instruction. Educational Technology Research and Development, 50, 43–59. doi:10.1007/bf02505024

Schrijvers, M. (2018). Zelfinzicht en sociaal inzicht opdoen in literatuurlessen: ontwerp van een interventie voor havo 4. Levende Talen Tijdschrift, 19(3), 3–12.

Schrijvers, M. (2019). The story, the self, the other. Developing insight into human nature in the literature classroom. (Proefschrift, Universiteit van Amsterdam).

White, B. F. (1995). Effects of autobiographical writing before reading on students’ responses to short stories. Journal of Educational Research, 88, 173–184. doi:10.1080/00220671.1995.9941296

Graag als volgt naar deze bijdrage verwijzen: Schrijvers, M. (2019). Persoonlijke voorkennis en ervaringen activeren bij fictie- en literatuuronderwijs. Didactiek Nederlands – Zo kan het ook. Geraadpleegd [datum] via https://didactieknederlands.nl/zokanhetook/2019/04/persoonlijke-voorkennis-en-ervaringen-activeren-bij-fictie-en-literatuuronderwijs/

Auteurs:

Marloes Schrijvers

Marloes Schrijvers is onderzoeker op het gebied van lees- en literatuuronderwijs en werkt daarnaast als docent aan de Lerarenopleiding Nederlands aan de Hogeschool van Amsterdam.

www.linkedin.com/in/marloesschrijvers/